98 x bekeken

Op Grüne Woche is kwaliteit secundair

Het officieuze thema van de Grüne Woche dit jaar is dioxine. In de marge van deze ’Fresse Messe’ spreken de EU-landbouwministers over de crisis in de varkenssector. En tijdens een rondgang door de hallen ontdekt staatssecretaris Bleker een door hemzelf gefokte pony.

Op zondagochtend is het al vroeg dringen geblazen bij de Bulgaarse bierstand. Terwijl het centrum van stad langzaam ontwaakt, tappen in hal acht van het Internationale Congrescentrum Berlijn studentes in de klederdracht aan de lopende band halve liters voor een groepje uitgelaten mannen.

Aan de Italiaanse proseccobar is het op dat moment niet minder druk en ook de poffertjestent in het paviljoen van Nederland is populair. Het is pas de derde dag van 76e editie van de internationale landbouw- en voedingsbeurs Grüne Woche, maar nu al kan er met zekerheid worden gezegd dat het bezoekersrecord van vorig jaar zal worden overtroffen.

Wie zich al worstelend tussen de etende en drinkende massa voortbeweegt, realiseert zich wellicht niet dat Duitsland op dit moment wordt geteisterd door een dioxineschandaal. Toch zijn nog steeds honderden bedrijven geblokkeerd en heeft de varkenssector met lage prijzen te kampen. De landbouwministers van de 27 EU-lidstaten, die allemaal naar Berlijn zijn afgereisd, spreken er dan ook veelvuldig over. Volgens de Berlijnse burgemeester Klaus Wowereit is dioxine het officieuze thema dit jaar.

Ook in het Nederlandse kamp valt dit woord vaak, hoewel er eveneens aandacht is voor luchthartige bezigheden. Zo maakt staatssecretaris Henk Bleker (landbouw) op vrijdag een rondgang over de beurs. Nadat hij met zijn Duitse ambtsgenoot Ilse Aigner een blokje kaas van Frau Antje heeft gegeten, bezoekt hij stands, praat met ondernemers en proeft producten.
Eén van zijn ambtenaren schept er een sardonisch genoegen in vooral alcoholische dranken te bestellen met als gevolg dat Bleker voor het oog van de camera wordt gedwongen bier en schnaps te nuttigen. ”Ik kan dit echt niet allemaal opdrinken”, verzucht hij al naar een paar slokken. Een Duitse onderneemster haast zich om de pers mede te delen dat dit echt niet haar idee was.

Ook leuk: in de hal met levende have ontdekt Bleker een nakomeling van een hengst die hij ooit heeft gefokt. Niet veel later treedt de Welshpony op en daar moet de staatssecretaris natuurlijk even naar gaan kijken. Ondertussen legt hij uit dat Nederlanders op uiterlijk fokken, terwijl voor Duitsers prestaties belangrijker zijn. ”Maar je kijkt er toch meer naar dan dat je erop zit.” Het strakke programma wordt hierdoor wel enigszins in de war geschopt en dat wordt later nog erger. Bleker verneemt dat in Berlijn tevens de Fashion Week wordt gehouden en die wil hij ook graag bezoeken.

Politieke spijkers met koppen worden later geslagen, als de staatssecretaris een ontmoeting heeft met de Russische landbouwminister Elena Skrynnik. Zij spreken af een protocol op te stellen om problemen aan de grens met de invoer van Nederlandse producten te voorkomen. Ook lobbyt Bleker voor de opslagregeling voor varkensvlees, die er kort daarna ook komt. En tijdens de traditionele ministerstop op zaterdagmiddag wordt afgesproken voedselspeculatie aan te pakken.

Voor de Nederlandse handel is de beurs een succes. De centrale ligging van het paviljoen (kosten: 650.000 euro) en de aanwezigheid van Frau Antje maakt dat de belangstelling groot is. Behalve poffertjes en kaas vinden ook kalfsvlees en sigaren gretig aftrek.

Bijzondere regionale of biologische producten zijn er niet te vinden, maar dat is ook helemaal niet de bedoeling. Want op de ’Fresse Messe’ (vreetbeurs) tonen de deelnemers niet het beste wat zij in huis hebben, maar waar zij het meeste aan kunnen verdienen. En gezien de belangstelling op de vroege zondagochtend lukt dat aardig.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.