Redactieblog

304 x bekeken

MVO: technisch vet wordt wettelijk niet getest op dioxine

De dioxinekwestie in Duitsland lijkt gebaseerd op het handelen van één bedrijf, dat gebruikt frituurvet in de veevoerstroom bracht. De zaak blijkt nu al vanaf maart te spelen, maar de verhoogde dioxinegehaltes kwamen pas eind december naar buiten. De oorzaak hiervan is nog niet bevestigd, maar ligt mogelijk in het feit dat lange tijd in de technische vetten geen verhoogde dioxinegehaltes zaten.

Het bedrijf Harles & Jentzsch gebruikte technisch vet afkomstig van biodieselproducent Petrotec die hiervoor gebruikt frituurvet als grondstof gebruikte. ”Bij de productie van biodiesel ontstaat geen dioxine. Normaal zit er ook geen dioxine in vet. Als toch blijkt dat er dioxine in een van de producten uit dit proces zit, is dit afkomstig van een externe bron”, legt Claudia Oomen, coördinator Food van Productschap MVO uit. Waar de verhoogde dioxinegevallen bij Petrotec vandaan komen is nog niet bekend.

Of er bij de productie van biodiesel vetten vrijkomen die geschikt zijn voor veevoerdoeleinden hangt dus volledig af van de bestanddelen die gebruikt worden. ”Als de grondstoffen voor de biodieselproductie geschikt zijn voor consumptie, kunnen de bijproducten na het proces ook gebruikt worden voor diervoer”, zegt Oomen. Wanneer er bijvoorbeeld dierlijke vetten afkomstig van destructiebedrijven worden gebruikt, mogen de bijproducten niet gebruikt worden voor diervoer.

Gebruikte frituurvetten of producten die hiervan afkomstig zijn, zoals het technisch vet van biodieselproducent Petrotec, mogen ook niet gebruikt worden in veevoer. De inzameling van gebruikt frituurvet is niet volledig waterdicht, omdat bij het inzamelen hiervan de kans aanwezig is dat het frituurvet wordt vervuild met andere niet-eetbare vloeistoffen. Hierdoor kan niet gegarandeerd worden dat dit veilig is, waardoor deze vetten niet gebruikt mogen worden als diervoer. De dioxinekwestie in België van enkele jaren geleden werd op deze manier veroorzaakt.

Gebruikt frituurvet of andere technische vetten, bestemd voor bijvoorbeeld de cosmetica-industrie of verbranding, worden niet getest op dioxine. ”Dat is ook niet nodig, omdat de producten niet bestemd zijn voor consumptie”, aldus Oomen.
Ook vetten die wel bestemd zijn voor veevoerproductie worden wettelijk niet getest op dioxine. ”Tijdens het productieproces kan er geen dioxine ontstaan en de voedselveiligheid is volledig geborgd. Het is daarom niet nodig om te testen op dioxine”, zegt Oomen.

Controle-organisaties als TrusQ testen de grondstoffen wel op dioxine. Voedervetten vallen voor TrusQ in de hoogste risico-categorie, categorie 5. Partijen vet worden altijd getest op dioxine voordat ze gebruikt worden.
Het dioxinegehalte in vetten van Harles & Jentzsch waren recent vele malen hoger dan op basis van de gangbare waarden verwacht kan worden.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.