Redactieblog

240 x bekeken

Het verdriet van de boer (3)

“Ik voel me soms eenzaam”, zei een collega, “Vroeger was de keukentafel vaak het centrum van onze wereld. Nu zit ik meestal alleen.”

Hij heeft gelijk. Gelukkig heb ik Hanna die me gezelschap houdt. Dat mist mijn bevriende collega. Zijn vrouw heeft een baan. Maar in principe ben ik het met hem eens.

Er komen steeds minder mensen bij ons op de boerderij. Vroeger kwamen regelmatig veevoervertegenwoordigers op het erf. Nu ik een trouw lid van Forfarmers ben blijven die weg. Mijn veehandel loopt langs één vertrouwde commissionair, die komt wanneer ik hem bel. En zo nu en dan ertussendoor. Omdat andere veehandelaren weten dat ik geen handel voor ze heb, blijven ze weg.

Van de zuivelcoöperatie komt er alleen iemand voor controle of wanneer er wat mis is. Een gewoon bezoek is er niet meer bij. Zo nu en dan komt er wel nog een jonge vent met een auto met boerengereedschappen. Die heeft echter weinig tijd, in ieder geval te weinig om koffie of thee te drinken.

Als je dan ook nog een vrouw hebt die buitenshuis werkt, blijft er verrekt weinig gezelligheid over op het erf. Want als er geen gastvrije boerin is, moet je zelf gastheer zijn. En dat ligt de meeste boeren niet. Mijn collega heeft een koffiezetapparaat in zijn kantoortje in de stal. Maar dat kan nooit de sfeer van de keukentafel overnemen.

Vandaar zijn gevoel van eenzaamheid. Dankzij Hanna heb ik het niet. Maar anders zou ik me ook alleen voelen met steeds minder bezoekers op de boerderij.

Deze column is onderdeel van een reeks Het verdriet van de boer.

Of registreer je om te kunnen reageren.