Redactieblog

331 x bekeken 2 reacties

Boer moet mestverwerking zelf regelen

LTO Nederland zet in op verplichte mestverwerking voor bedrijven die een fosfaatoverschot hebben. De belangenorganisatie wil voor 2015 de fosfaatproductie met 50 miljoen kilo reduceren.

Het fosfaatproductieplafond in 2015 is 173 miljoen kilo fosfaat. Op dit moment wordt in Nederland 175 miljoen kilo fosfaat geproduceerd, dat is boven het plafond dat Nederland vanuit Europese regelgeving heeft. De plaatsingsruimte is op basis van 900.000 hectare grasland en 900.000 hectare bouwland 126 miljoen kilo fosfaat, wat betekent dat er bijna 50 miljoen kilo fosfaat buiten de Nederlandse landbouw moet worden afgezet.

Om dit doel te bereiken zet LTO in op drie sporen: het voerspoor, optimalisatie van de gebruiksruimte en export en n verplichte mestverwerking. De sporen zijn verdeeld over de korte termijn, middellange termijn en de lange termijn. “Het feit dat we mestverwerking als oplossing zien voor de lange termijn, wil niet zeggen dat we het nu nog kunnen laten rusten. Om over vijf tot tien jaar mestverwerking te realiseren moeten we er nu mee beginnen. Het proces van ontwikkeling en vergunningen is tijdrovend”, aldus Peter Brouwers, portefeuillehouder mest en mineralen van LTO Nederland.

LTO heeft recent afspraken gemaakt met veevoerorganisatie Nevedi over verlaging van het fosfaatgehalte in krachtvoer voor rundvee en het ontwikkelen van een fosfaatefficiency-getal voor de varkenshouderij. “Varkenshouders voeren alle mest af, waardoor ze geen stimulans hebben om het fosfaatgehalte in de mest te verlagen. Daarom gaan we werken met een fosfaatefficiency-getal”, legt Brouwers uit. Aan de hand van berekeningen wordt per diersoort bepaald hoe efficiënt er met fosfaat in het voer gewerkt kan worden. Via het gebruik van voer met lagere fosfaatgehaltes kan dit nagestreefd worden.

Via het voerspoor willen LTO en Nevedi in 2011 een reductie van 10 miljoen kilo fosfaat in dierlijke mest realiseren. Voor uiterlijk 2013 staat nog eens 10 miljoen kilo reductie gepland.
De optimalisatie van afzet van dierlijke mest wil LTO bereiken door het produceren van meststoffen waar plantentelers behoefte aan hebben. Ook stimuleert de organisatie het maken van vaste afspraken tussen veehouders en akkerbouwers over de mestafzet. Met behulp van mineralenconcentraten wil LTO realiseren dat de melkveehouderij zonder kunstmest kan. “Tijdens de minasperiode was dat ook bijna het geval, dus dat moet weer kunnen”, zegt Brouwers.

Onder het optimaal benutten van de gebruiksruimte ziet LTO ook kansen voor flexibele derogatie, bijvoorbeeld een hogere gebruiksnorm dan de 250 kilo stikstof uit dierlijke mest voor alleen grasland in combinatie met het schrappen van de derogatie voor maisland, of een verbod van het gebruik van onbewerkte mest na 1 juli in ruil voor een hogere gebruiksnorm van bewerkte mest.

Veehouders die ondanks de beschikbare mogelijkheden nog te maken hebben met een fosfaatoverschot op bedrijfsniveau, worden verplicht te investeren in mestverwerking. “De boer dit zelf regelen. Er komt geen systeem waarbij gehandeld wordt in mestverwerkingsrechten. De boer en de mestverwerker moeten dit samen regelen”, zegt Brouwers. Doel is dat de kosten voor mestverwerking hiermee door iedereen worden gedragen. “Nu profiteren de boeren die niet investeren in mestverwerking van de boeren die er wel in investeren. Die scheve verhouding moet weg. Bovendien wordt er vanuit Brussel generiek gekort als we het fosfaatplafond overschrijden. Dus ook de varkenshouders die de mest verwerken of de varkenshouders in akkerbouwgebieden.”

Volgens het plan van LTO moeten boeren in de overschotsgebieden meer mest verwerken dan in andere gebieden. Voor regio zuid stelt de organisatie dat vanaf 2013 5 procent van het fosfaatoverschot op bedrijfsniveau verwerkt moet worden. Jaarlijks verhoogt dat met 5 procent tot 40 procent van het fosfaatoverschot in 2020.  Voor de regio Oost geldt in 2014 2,5 procent verplichte verwerking. Dit neemt jaarlijks met 2,5 procent toe tot 17,5 procent in 2020. In het niet-overschotsgebied geldt een verplichting van 2 procent in 2015, met een jaarlijkse verhoging van 1,5 procent tot 10 procent van het fosfaatoverschot op bedrijfsniveau in 2020. Als iemand 5 procent van zijn overschot moet verwerken, en een ander boer verwerkt 100 procent, dan kan hij de hoeveelheid fosfaat die hij moet verwerken ‘inkopen bij de verwerker’. Een prijs hiervoor moeten de veehouder en de boer zelf overeen komen.

LTO is in overleg met de sector en het ministerie over het mestplan. Pijnpunt is tot nu toe de controle en de borging van het systeem. “Hoe controleer je of een boer de verplichte mestverwerking nakomt. Kan de sector dat zelf of moet dat een taak voor de overheid worden?”, vraagt mestspecialist Mark Heijmans van ZLTO zich openlijk af.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Boer MOET!!!!Grappig dat bij elk stuk dat je in de agd leest er wel ergens staat:EEN BOER MOET DIT OF MOET DAT!Leuke bezigheid dat boer zijn tegenwoordig!Enkele 10 duizenden nietstoevoegende mensen in deze maatschappij menen een boterham te moeten verdienen door regelgeving te verzinnen!Dit holt de samenleving uit tot een heel nare omgeving om in te wonen.Jammer dat dit niemand inziet!Gegroet (alias dirk)

  • no-profile-image

    Grappig dat jij dat zo aanhaalt Iemand. Spotvogel heb twee dossiers geschreven (de Pestvogels van Veerman en Wachten op de Pandemie) over de Vogelgriep en in eentje daarvan staat een heel hoofdstuk over het verkeerde gebruik van het werkwoord MOETEN. Vooral Jan Wolleswinkel van de NVP is een kei in het voorschrijven wat er volgens hém allemaal zou MOETEN gebeuren.Wat mij betreft MAG die vent dus oprotten!

Of registreer je om te kunnen reageren.