Redactieblog

142 x bekeken

Lager saldo voor zeugenhouders

Het saldo van zeugenhouders is in het tweede kwartaal van 2010 gedaald ten opzichte van dezelfde periode in 2009.

Dat blijkt uit berekeningen van het landbouweconomisch instituut LEI van de Wageningen UR. Het saldo bleef ten opzichte van het eerste kwartaal van 2010 vrijwel gelijk. Het LEI verwacht dat het saldo van bijna 70.000 euro per gemiddeld zeugenbedrijf met 450 zeugen voldoende is om een redelijk inkomen te genereren.

De lage biggenprijzen drukken het meest op het saldo van de zeugenbedrijven. Biggen brachten in het tweede kwartaal gemiddeld 11 procent minder op dan vorig jaar. Tegelijkertijd was de voerprijs ook 6 procent lager, maar daarmee werd de lagere biggenprijs niet gecompenseerd. De lagere voerprijs zorgde op kwartaalbasis voor 3.500 euro minder kosten, maar de lage biggenprijs veroorzaakte een inkomstendaling van 16.000 euro per bedrijf. Slachtzeugen werden in het tweede kwartaal ook goedkoper verkocht, waardoor uit de verkoop van deze dieren 1.500 euro per kwartaal minder inkomsten waren. De goedkopere fokgelten zorgden voor weinig compensatie.

De biggenprijzen stonden in het tweede kwartaal van 2010 onder druk. Hierdoor lag de gemiddelde biggenprijs 5 euro per big onder het prijsniveau van 2009. Dit werd veroorzaakt door vraaguitval vanuit Spanje en Italië. Daarnaast wilden binnenlandese varkenshouders minder betalen voor de biggen vanwege tegenvallende varkensprijzen. Door prijsstijgingen van de vleesvarkens werd de daling van de biggenprijs in juni gestopt, maar het leidde niet tot stijgende biggenprijzen.

Of registreer je om te kunnen reageren.