Redactieblog

219 x bekeken

Grote verschillen kunstmestvervangers

De verschillen in samenstelling van de mineralenconcentraten die worden geproduceerd in het proefproject voor kunstmestvervangers is groot.

Dat blijkt uit onderzoek van de Wageningen UR. De verschillen komen vooral door verschil in de mest die verwerkt wordt, maar ook door verschil in bedrijfsvoering en verschil in effectiviteit van de verwerkingsinstallaties. Het gehalte aan droge stof van het mineralenconcentraat varieert van 17,5 gram per kilo tot 58,2 gram per kilo concentraat. Ook de hoeveelheid organische stof varieert sterk, van 8,15 gram per kilo tot 28,5 gram per kilo.

De bewerkingsmethode van flotatie en een vijzelpers, met osmose als nabewerking van de dunne fractie kan de meeste drogestof en organische stof uit de mest halen. Hierbij wordt alleen varkensmest verwerkt. Na centrifuge gevolgd door ultrafiltratie en osmose van co-vergiste rundveemest blijken de gehaltes van drogestof en organische stof het hoogst.

Ook de gehalten van mineralen verschillen sterk. Terwijl in het concentraat van varkensmest na flotatie, zeefpandpers en osmose nog 0,01 gram fosfaat per kilo zit, is dit bij een ander bedrijf met dezelfde techniek nog 0,34 gram. De stikstofhoeveelheid varieert van 3,75 gram per kilo concentraat bij varkensmest die bewerkt is door flotatie, scheiden via een vijzelpers en osmose tot 11,0 bij de bewerkte co-vergiste rundveemest.

De onderzoekers zien door de verschillen in samenstelling van de mineralenconcentraten mogelijkheden om het proces te optimaliseren en het bereiken van producten met een constantere samenstelling. Met de huidige technieken is het niet mogelijk om het stikstof- en kaligehalte in het mineralenconcentraat substantieel te verhogen.

In de proef doen acht mestverwerkingsinstallaties mee die mineralenconcentraat produceren dat als kunstmestvervanger mag worden aangewend.

Of registreer je om te kunnen reageren.