Redactieblog

788 x bekeken 1 reactie

'Koeien enten tegen Q-koorts brug te ver'

De rundveehouderij is tot nu toe volledig buiten schot gebleven in de aanpak van Q-koorts. Toch blijkt uit onderzoek van de Gezondheidsdienst voor Dieren dat op meer dan de helft (57 procent) van de rundveebedrijven antistoffen tegen Q-koorts worden aangetroffen. Moeten melkveehouders nog rekenen op maatregelen om de ziekte in Nederland onder de knie te krijgen of zijn die volgens deskundigen niet nodig?

Melkgeiten en melkschapen worden gezien als de bron van het grote aantal humane Q-koortsgevallen. Daarom zijn in deze sectoren forse maatregelen genomen. Runderen blijven in het beleid buiten schot. "Aan de hand van de epidemiologie zien we dat er topografisch een link is tussen de clusters patiënten en de locaties van besmette melkgeiten- en melkschapenbedrijven. Rundveebedrijven waar antistoffen tegen Q-koorts zijn gevonden, liggen verspreid over het hele land. Als deze bedrijven een rol zouden spelen bij de overdracht van de ziekte, dan zouden de patiënten ook meer verdeeld zijn over het hele land", zegt bacterioloog Fred van Zijderveld van het Centraal Veterinair Instituut (CVI) van de Wageningen UR. "Als er clusters patiënten zouden zijn rond rundveebedrijven hadden we dit zeker gezien. Maar dat is niet het geval."

Ook dierenarts Piet Vellema van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) zegt dat alles erop wijst dat de uitbraak van Q-koorts bij mensen gerelateerd is aan abortusgevallen bij geiten en een klein beetje bij melkschapen. "Dat wil niet zeggen dat hier en daar ook niet een rund, paard, kat of een ander dier een enkel geval van Q-koorts bij de mens kan veroorzaken. Maar deze situatie is niet anders dan voor 2007", zegt Vellema. Wereldwijd zijn de grote uitbraken van Q-koorts voor ongeveer de helft gerelateerd aan schapen en voor de helft aan geiten. Ook zijn er enkele uitbraken gerelateerd aan katten. De eerste beschreven gevallen van Q-koorts in Australië waren gerelateerd aan runderslachthuizen.

In Nederland blijken op 57 procent van de rundveebedrijven antistoffen tegen Q-koorts aanwezig. Van Zijderveld benadrukt dat het gaat om antistoffen tegen de bacterie Coxiella burnetii. "Dat wil zeggen dat de dieren in contact zijn geweest met Q-koorts. Het wil niet zeggen dat de dieren ook klinische verschijnselen vertonen of bacterie uitscheiden", zegt Van Zijderveld.

Koeien worden anders gehouden dan melkgeiten, daardoor is het risico van de rundveehouderij kleiner. In tegenstelling tot de geitenhouderij, kalven koeien niet massaal tegelijk af en doordat de mest meestal in de vorm van drijfmest in een kelder wordt gehouden is het risico op verwaaiing van de bacterie, zoals bij een potstal, kleiner. Daarnaast vertonen runderen minder klinische verschijnselen bij een besmetting met Q-koorts. "Er zijn in Nederland geen gevallen van abortusstormen bekend bij runderen", aldus Van Zijderveld.
Onderzoek in kinderschoenen

Het type Q-koorts dat bij Nederlandse geiten wordt gevonden wijkt af van de typen die in Europa worden gevonden. De Nederlandse variant lijkt ziekmakender dan de andere typen. "Dit type Coxiella is zover bekend nog niet bij runderen aangetroffen. We weten ook niet of deze bacterie ook runderen kan infecteren. Ook aan de hand van het DNA van de bacterie, de we ontrafeld hebben, kunnen we niet zien of de bacterie dierspecifiek is", legt bacterioloog Van Zijderveld uit.

Er zijn ook geen experimentele infecties bij runderen gedaan met het type Q-koorts. Het onderzoek naar de typering van de bacterie staat nog in de kinderschoenen. "Het is nog te vroeg om hier conclusies uit te trekken. Hiervoor moet het beeld van de typering eerst completer worden", zegt Vellema.

Hoewel de Q-koortsproblematiek onverwacht kwam, zien de deskundigen geen reden om in de rundveesector preventief maatregelen te nemen om een vergelijkbare situatie als in de melkgeitenhouderij te voorkomen. "De situatie van Q-koorts in de rundveehouderij is al jaren niet veranderd. Om nu preventief te gaan vaccineren is een brug te ver", vindt Van Zijderveld. "De hygiëne bij de geboorte in de rundveehouderij is al heel anders, doordat de dieren meestal apart van de koppel in een afkalfruimte afkalven. Daarmee is de situatie heel anders dan bij geiten waar de dieren gewoon tussen de anderen in de potstal aflammeren, wat de kans op een abortusstorm vergroot."

Ook Vellema ziet veterinair-technisch gezien geen reden om over te gaan tot vaccinatie. "De rol van het rund bij Q-koorts is nu niet anders dan voor 2007. Het rechtvaardigt daarom niet zomaar een ingrijpende actie als een uitgebreide preventieve vaccinatiecampagne." Roel Coutinho, directeur infectieziekten van het RIVM sluit zich aan bij de veterinaire deskundigen. "Het is verstandig dat er bij de rundveehouderij geen maatregelen worden genomen. Tot nu toe is er geen bron van infectie voor de mens bij de rundveehouderij gevonden. Dat rundvee ook een risico is voor Q-koorts is niet nieuw, maar er zijn geen aanwijzingen dat dit leidt tot grote humane besmettingen. Alleen voor de boer zelf die direct in contact komt met de dieren kan het een risico zijn. Maar daarbij is de situatie niet anders dan voorheen."

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    G.J. Reinders

    Als alle bedrijven hun stallen voor de eerste keer om de dag desinfecteren met Aquanox, dit is makkelijkste manier want men hoeft alleen de Aquanox te maken en vernevelen daarna 1 maal in de week en men heeft een bacterie, virus of schimmel vrije stal. Speciaal voor varkenshouderijen, wanneer men Aquanox in een lichtere vorm verneveld dan dan zal de stank van de amoniac met 80 a 90% verminderen.

Of registreer je om te kunnen reageren.