154 x bekeken

Subsidiebeleid Europa helpt biodiversiteit niet

Europese landbouwsubsidies komen in Nederland nauwelijks ten goede aan de instandhouding van de biodiversiteit.

Nagenoeg alle Brusselse gelden gaan naar grootschalige bedrijven die geen aandacht aan natuurbeheer schenken, stelt het European Enviroment Agency (EEA) in een rapport.

In 2003 hebben de lidstaten besloten de afname van het areaal van boerenland met een hoge natuurwaarde en daarmee de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen. Volgens de onderzoekers van het EEA, een adviesorgaan van Brussel, helpt het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) daarbij nauwelijks. In Nederland, maar ook in veel andere lidstaten, wordt bij de verdeling van subsidies amper met die doelstelling rekening gehouden.

Dit komt omdat de uitgaven via de eerste pijler van het GLB de overhand hebben; voor Nederland geldt een aandeel van 90 procent. De criteria op basis waarvan de subsidies worden verdeeld, zijn niet in het voordeel van minder intensieve bedrijven in gebieden met natuurwaarden. Voor het deel dat via de tweede pijler wordt uitbetaald, geldt een divers beeld. In sommige gevallen komt dit geld wel ten goede aan de afspraak uit 2003, maar vaak ook niet.

In Oost-Europese lidstaten is de verhouding tussen de eerste en tweede pijler meestal anders. Gemiddeld wordt minder dan 60 procent van de uitgekeerde landbouwsubsidies via de eerste pijler verdeeld. Maar ook in deze landen zijn de voorwaarden voor uitkering uit de tweede pijler niet altijd in het voordeel van de natuurwaarden van gebieden.

De onderzoekers zeggen niet dat door dit beleid de achteruitgang van de biodiversiteit wordt versterkt. Maar dat de soortenrijkdom niet of nauwelijks wordt gestimuleerd door het GLB, is voor hen evident. Het EEA-advies komt op een goed moment, want niet alleen is 2010 het jaar van de biodiversiteit, ook wordt dit jaar een serieus begin gemaakt met de hervorming van het landbouwbeleid.

Of registreer je om te kunnen reageren.