Redactieblog

251 x bekeken

Winst verkoop verouderde boomgaard onbelast

De verkoopwinst van een verouderde boomgaard blijft onbelast. De belastinginspecteur doet een mislukte poging om met een beroep op de foutenleer de boomgaard te heretiketteren als ondernemingsvermogen.

Het gerechtshof Amsterdam acht het aannemelijk dat de fruitteler het van de bv aangekochte perceel al bij de aankoop heeft bestemd om aan te houden als belegging. Kort samengevat is de uitspraak van Hof Amsterdam de volgende:

Belanghebbende, X, en zijn broer bezaten in 2003 ieder voor de helft een perceel grond van 3 hectare dat zij op 14 juli 2003 met forse winst verkochten aan een woningbouwvereniging. Het perceel – een sterk verouderde boomgaard - hadden de broers eind 2000 gekocht van een bv die fruitbomen exploiteerde en waarvan zij de aandeelhouders waren. Die bv was na die aankoop gesplitst in twee bv’s waarvan ieder van de broers enig aandeelhouder was. Het onderhavige perceel was na de aankoop (in privé) door de broers verpacht aan de twee zonen van X .

Na de splitsing van bv had de nieuwe bv van X, de fruitbomenexploitatie voortgezet via een maatschap met zijn zoons. In augustus 2003 werd per 1 januari 2001 een geruisloze terugkeer gerealiseerd van de onderneming van X uit de bv. Hierdoor trad X met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2001 toe tot het samenwerkingsverband en behoorde het perceel per 1 januari 2001 tot zijn buitenvennootschappelijke ondernemingsvermogen. De inspecteur rekende het perceel met toepassing van de foutenleer in 2003 tot het verplichte ondernemingsvermogen van X en belastte het verkoopresultaat als winst uit onderneming.

Rechtbank Haarlem was het eens met de inspecteur maar Hof Amsterdam oordeelde anders. Het Hof vond het aannemelijk dat X het perceel in december 2000 had aangekocht voor beleggingsdoeleinden, om te speculeren op een mogelijke bestemmingswijziging van het perceel in de toekomst. Het perceel was aan de zoons persoonlijk verhuurd tegen een lage huur, het was nooit de bedoeling de boomgaard te vernieuwen, en het werk dat er weliswaar aan besteed was, was er slechts op gericht het aanzien van het perceel acceptabel te houden. Het hof verklaart het hoger beroep van X gegrond.

Meer informatie: Hof Amsterdam, MK IV, 11 november 2010, nummer P09/00025

Of registreer je om te kunnen reageren.