148 x bekeken

Van Dijk onderschat Q-koortsdiagnoses

1267717
De diagnostiek van acute Q-koorts blijkt tot nu toe een rommeltje: elk laboratorium heeft zijn eigen testen en hanteert daarbij eigen criteria voor een positieve uitslag. Van uniformiteit is geen sprake, oordeelt dierenarts Rogier Verberne.

De commissie van Dijk onderschat het aantal vals-positieve Q-koortsdiagnoses. De schatting van 10 tot 30 procent vals-positieve diagnoses is ver beneden de werkelijkheid. Dat blijkt uit de recente evaluatie van de medische diagnostiek door grote ziekenhuislaboratoria die onlangs werd gepubliceerd in het Infectieziekten Bulletin (november 2010).

Om uit deze chaos te geraken wordt in het overleg allereerst een gemeenschappelijk uitgangspunt vastgesteld voor de diagnose ‘acute Q-koorts': “Er was overeenstemming over het principe dat een bevestigde diagnose gebaseerd moet zijn op een meervoudige serologie, waarbij een seroconversie of een significante titerstijging moet worden waargenomen.” Dus zonder een tweede bloedonderzoek op antistoffen is (en was) een zekere diagnose 'acute Q-koorts' onmogelijk. Bij de evaluatie van de voorbije Q-koortsuitbraak is de commissie van Dijk hieraan voorbijgegaan. Toch is het correcte aantal echte Q-koortspatiënten (dus berustend op zekere diagnoses) het uitgangspunt voor alle maatregelen. Als het aantal bevestigde diagnoses (op basis van herhaald bloedonderzoek) in de voorbije jaren in feite geen 4000 was maar bijv. slechts 400, dan was de aanpak door de overheid heel anders geweest en had bijvoorbeeld het doden van ruim 50.000 drachtige geiten achterwege kunnen blijven.

Het RIVM kan de gegevens verstrekken over alle aantallen enkelvoudige bloedmonsters (met foutieve diagnoses tot gevolg) en over de herhaalde bloedonderzoeken die tot de bevestigde diagnoses ‘acute Q-koorts’ hebben geleid. Maar die informatie is tot heden niet prijsgegeven. Dat enkelvoudig bloedonderzoek kan leiden tot vals-positieve diagnoses zit hem in de circa 400.000 mensen (2,4% van de Nederlandse bevolking) met afweerstoffen tegen Q-koorts in hun bloed. Als zij worden getest, reageren ze altijd positief ook als ze helemaal geen Q-koorts hebben maar bijvoorbeeld griep of een verstuikte enkel. Door hen zijn veel vals-positieve Q-koortsdiagnoses gesteld. Vooral in 2009 toen de epidemie van Mexicaanse griep samenviel met het hoogtepunt van de hype over Q-koorts. Veel grieppatiënten zijn toen op Q-koorts getest en onder hen was een aantal van de altijd-positieve 400.000. Die zijn allemaal opgenomen in de cijfers en in de epicurve van het RIVM. Een raming van het aantal aldus gemaakte fouten loopt op tot ruim boven 90procent van alle 4.000 gestelde diagnoses.

Rogier Verberne is gepensioneerd veearts uit Sint Michielsgestel

Klik hier voor meer informatie

Of registreer je om te kunnen reageren.