Redactieblog

292 x bekeken

Maat: boer en tuinder moeten weerbaarder worden

LTO-voorzitter Albert Jan Maat vindt dat boeren en tuinders tot de beste van de wereld behoren, maar daar niet de juiste waardering voor krijgen. “De Nederlandse boer- en tuinder moet weerbaarder worden.”

Nederlandse boeren en tuinders behoren bij de top van de wereld als het om voedselproductie gaat. Niet alleen op productie-efficiëntie, maar ook op gebied van welzijn en milieu presteert de Nederlandse land- en tuinbouw goed. Uit een recent rapport van het Centraal Plan Bureau blijkt dat de Nederlandse boeren en tuinders de laatste vijftien jaar 20 procent meer zijn gaan produceren met 30 procent minder bedrijven, maar het inkomen is in dezelfde tijd teruggelopen. ”De Nederlandse boer- en tuinder moet weerbaarder worden”, vindt LTO-voorzitter Albert Jan Maat. ”We behoren tot de beste producenten ter wereld. Maar daar krijgen we niet de juiste waardering voor. We moeten het beter gaan vermarkten. ”LTO Nederland zet zich het komend jaar in om het belang van de agrarische sector beter onder de aandacht te brengen.”

Hoe kan de boer en tuinder weerbaarder worden? Moeten ze net als de Fransen meer actie voeren?
”Nee, de acties van de Fransen leveren niet veel op. Primaire producenten moeten de manier van produceren beter vermarkten. De primaire producent profiteert te weinig van de hoogwaardige productiewijze. Hij wordt nu gezien als grondstofproducent. Daar moeten we vanaf.”

Veel afzet gaat via de coöperaties. Hoe kan de producent daar meer marges behalen?
”De afzetcoöperaties zijn in eigendom van de boeren. Ze moeten het ook zien als een verlengde van een bedrijf. Boeren en tuinders mogen best kritisch kijken naar hun coöperaties en aan de bel trekken als er iets gebeurt waar ze het niet mee eens zijn, zoals nu bij Agrico gebeurt. Boeren mogen kritisch zijn. Een sterke coöperatie is per definitie goed voor het bedrijf.”

Hoe kunnen glastuinders zich weerbaarder maken? Hier is de verdeeldheid in de afzet heel groot.
”De verdeeldheid in de tuinbouw is inderdaad groot. Dat heeft de sector geen goed gedaan. Om de sector sterker te maken hebben we in oktober een LTO platform Greenports opgericht. Hierin zijn alle primaire producenten vertegenwoordigd: LTO Glaskracht, bollentelersorganisatie KAVB, fruitteeltorganisatie NFO, Bond van Boomkwekers en de regionale LTO-organisaties. Met deze samenwerking willen we een betere positionering van de sector, zowel op ruimtelijk gebied als bij innovatie en arbeidsvoorziening. Dit levert niet direct een nieuwe marktsituatie op, maar wel een betere samenwerking wat moet leiden tot rendementsverbetering. Rendementsverhoging in de tuinbouw is essentieel voor behoud van de sector.”

Is dat met deze samenwerking mogelijk?
”De primaire producenten in de plantaardige sectoren spreken voortaan met één mond. Dat is lange tijd te weinig geweest. Nu staan de producenten sterker. In het verleden was het nog vaak ’over u, zonder u'. De producenten waren niet of onvoldoende vertegenwoordigd. Dat willen we in de toekomst voorkomen. Daarnaast hebben we een aantal belangrijke andere speerpunten, zoals arbeid en innovatie in de sector. Bij arbeid richten we ons vooral op de allochtone Nederlanders, omdat de belangstelling vanuit deze groep voor de land- en tuinbouw erg klein is.”

In het Greenport-overleg zijn alle tuinbouwpartijen weer samen. Dat is geen eenvoudige klus geweest, gezien het verleden met afscheidingen in de tuinbouw-belangenbehartiging.
”Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Dat hebben we ook ervaren toen LTO in 2005 klapte. Er zijn met name tussen ZLTO en Glaskracht veel meningsverschillen geweest. Dat hebben we in dit overleg nu doorbroken. We hebben nu afgesproken dat we op alle belangrijke dossiers met één stem spreken en niet meer met verschillende standpunten naar buiten komen. Als er verschillende visies zijn moeten we die als bouwstenen gebruiken voor een gezamenlijk standpunt en niet als punten voor profileringsdrang.”

Binnen LTO Nederland lijken de verschillen tussen de regionale organisaties groter te worden. Deelt u die mening?
”De drie organisaties zijn zeker verschillend. ZLTO is sterk op de keten en de maatschappij gericht, LLTB richt zich op ondernemersschap en samenwerking met andere partijen. LTO Noord legt meer het accent op de traditionele belangenbehartiging. LTO Noord heeft te maken gehad met heel veel fusies en sterk verschillende regio’s. Daar mag best meer begrip voor zijn.”

Hoe werken de organisaties samen onder LTO Nederland?
”We hebben een veelkleurig gezelschap. Zeker toen ik in 2007 voorzitter werd moest ik veel jongleren. We moeten verschillen tussen de regio’s respecteren. Essentieel is vertrouwen in elkaar. In de LTO-koepel zijn de verschillen niet of nauwelijks merkbaar. Als het bijvoorbeeld gaat om inkomen, innovatie, onderwijs en arbeid zitten we allemaal op één lijn. Bovendien kan verscheidenheid de kracht juist vergroten. Je moet meningsverschillen niet gebruiken voor profileringsdrang. Dat is best wel eens gebeurd, maar we moeten nu juist focussen op de overeenkomsten en de verschillen gebruiken als pijlers voor een sterk standpunt.”

Samenwerking is voor u heel belangrijk. U werkt met LTO intensief samen met VNO-NCW en MKB Nederland. Welk voordeel merkt de boer of tuinder hiervan?
”VNO-NCW ziet het belang van de agrarische sector steeds meer. Terwijl deze organisatie eerst voor natuuraanleg was, zijn ze nu van mening dat agrarisch ondernemersschap voor gaat. Daarnaast hebben we ze overtuigd van het nut van Europees landbouwbeleid voor Nederland, waardoor ze discussie hierover eerst met ons afstemmen. Gezamenlijk boeken we ook succes op politiek vlak. Kijk naar de pas op de plaats bij natuuraanleg en het feit dat er geen lastenverzwaring komt voor de agrarische sector.”

Wilt u met iedere organisatie samenwerken? De samenwerking van ZLTO en Wakker Dier wordt niet overal positief ontvangen.
”We werken bij strategische thema’s als dierwelzijn en milieu het liefst samen met ledenorganisaties, omdat zij meer begrip hebben voor diversiteit van ondernemers en leden. Dat is de sleutel om uit de vechthouding te komen. Organisaties die bestaan met behulp van overheidssubsidies staan er toch anders in. Voor hen is het uitvergroten van een probleem een bron van inkomsten. Als LTO hebben we een goede samenwerking met de Dierenbescherming. Die samenwerking moeten we koesteren. Daarmee wil ik samenwerking met Wakker Dier niet uitsluiten, maar zij hebben in het verleden vaak de boer als boeman neergezet, in plaats van de consument aan te spreken. Ze moeten de boer zien als deel van de oplossing. Dan kunnen we samenwerking. En daarbij maakt één zwaluw nog geen zomer.”

Hoe ziet de agenda van LTO er voor 2011 uit?
”In onze strategie staat de ondernemer en zijn inkomen centraal. De mens achter de producent verdient meer aandacht, net als de rol die de land- en tuinbouw speelt voor de Nederlandse economie. Elke boer zorgt voor vier arbeidsplaatsen in de agribusiness. We zorgen voor voedselzekerheid en ons productieproces behoort tot de top van de wereld. Dat mag gezien worden en daarvoor mag de financiële waarding niet achter blijven.”

Zie ook: Maat: NMA te veel gefocust op supermarkten

Of registreer je om te kunnen reageren.