Redactieblog

188 x bekeken

LLTB handelt uit eigen kracht

De positie van de land- en tuinbouw in de Nederlandse samenleving is de laatste jaren sterk veranderd. Voor belangenorganisaties vraagt dit een andere aanpak. Iedere regionale LTO-organisatie kiest hierin zijn eigen weg. Voorzitter Noud Janssen van LLTB kiest ervoor de dialoog aan te gaan met de samenleving, maar wel vanuit eigen kracht. “Het economisch belang van de land- en tuinbouw is hierin de basis”, aldus Janssen.

U bent nu ruim zes jaar voorzitter. Waar richt u zich hoofdzakelijk op?
“LLTB wilde een voorzitter met een eigen bedrijf. Mijn pluimveebedrijf is ook de drive voor het voorzittersschap. Als bedrijf liep ik tegen twee zaken aan: economisch werd het moeilijker om een boterham te verdienen en de maatschappelijke acceptatie nam af. De burger zag het economisch belang van de sector niet meer. Die twee punten staan centraal in de aanpak van de LLTB.”

Op welke manier pakt LLTB dit aan?
“We zijn bewust gaan samenwerken met verschillende partners, zoals de werkgeversorganisatie LWV en MKB Limburg. Zij hebben veel gemeenschappelijke belangen en gezamenlijk staan we sterker. LLTB is alleen maar een kleine club, dat geldt ook voor de andere partners. Maar gezamenlijk staan we sterk. Dat doen we bijvoorbeeld ook met overheden of natuur- en milieuorganisaties.”

Samenwerken is leuk. Maar hoe profiteert de boer hiervan?
“Uit deze samenwerking hebben we met de provincie de Verklaring van Roermond afgesloten. In Limburg wordt de landbouw gecompenseerd voor claims op agrarische grond. Boeren krijgen vervangende grond of middelen om de productie op de rest van het bedrijf te optimaliseren. Dat kan bijvoorbeeld door aanleg van drainage. We willen ondanks de claims op de grond de productiviteit van de Limburgse land- en tuinbouw verhogen.”

Hoe zijn jullie tot deze agrarische compensatie gekomen?
“Door het algemene maatschappelijke belang van de agrarische sector te benadrukken. Het agrocomplex zorgt voor voedsel, het landschap en is ook een van de belangrijkste economische pijlers van Limburg. Daarvoor hebben we een sterke land- en tuinbouw nodig.”

Hoe ondersteunen jullie de primaire productie?
“Door bijvoorbeeld Greenport Venlo te ontwikkelen. Hier wordt een infrastructuur en kennisnetwerk ontwikkeld waarmee een meerwaarde aan de productie kan worden gegeven. Met Greenport Venlo hebben we een stimulans voor het vermarkten en verwaarden van het product.”

Hoe kan een boer of tuinder hier op meeliften?
“De economische structuur wordt versterkt. We genereren landelijke aandacht en daarmee ook landelijke geldstromen. Daar heeft de primaire producent, in welke sector ook, voordeel van. Bij een goede logistieke infrastructuur kan de producent zijn product beter een meerwaarde geven. We willen de toegevoegde waarde met Greenport Venlo verdubbelen van 1 naar 2 miljard euro. Uit die meerwaarde moeten we het halen om de land- en tuinbouw in Nederland te behouden.”

Welke rol speelt de LLTB in het realiseren van de meerwaarde voor de boer?
“LLTB heeft hierin een heel belangrijke communicatierol. We moeten onze leden helpen op weg naar excellent ondernemerschap en breed vertellen wat we doen. De land- en tuinbouw speelt een heel belangrijke rol in welvaart en welzijn in Limburg. Dat moeten we breed vertellen vanuit eigen kracht. We moeten burgers bereiken en zorgen dat ze over ons praten. Daarmee krijgen we de waardering weer terug. Boer zoekt vrouw of bijvoorbeeld het Limburgse programma Koplopers speelt daarbij een belangrijke rol.”

Was de waardering weg?
“Ja. In de periode dat er veel problemen waren met bijvoorbeeld mest, milieu en gewasbeschermingsmiddelen nam de waardering af. Die problemen zijn opgelost, al hebben we dat niet gecommuniceerd. Je merkt wel dat de burger weer waardering krijgt voor de voedselproducent. Deze week sprak Henk Benjamins bij zijn afscheid van Ondernemend Limburg over het belang van de land- en tuinbouw. Hij zei dat we jaren lang niet hebben hoeven nadenken over voedsel. Maar dat het nu weer bovenaan de agenda moet komen. Als mensen van buiten de landbouw het belang van de sector benadrukken ben je op de goede weg.”

Maatschappelijke acceptatie is een belangrijk thema. ZLTO gaat hiervoor zelfs in gesprek met Wakker Dier. Doet u dat ook?
“Nee. Wij gaan uit van eigen kracht. We weten zelf welke richting we op gaan en we moeten ons zo belangrijk maken dat andere partijen met ons willen samenwerken. In de discussie over de grondclaims werken we samen met terreinbeherende organisaties als Staatsbosbeheer en de Milieufederatie Limburg. Wij als LLTB zijn ook een terreinbeherende organisatie en praten van daaruit met elkaar. Dat is goed voor de landbouw én voor de natuur.”

Is de werkwijze van LLTB ook bruikbaar bij de andere LTO’s?
“Iedere organisatie handelt met eigen inzicht en eigen identiteit. Onze aanpak past in Limburg. We zien onze doelen ook terug in de landelijke aanpak van LTO Nederland, bijvoorbeeld op het gebied van kennis en innovatie. We moeten met ZLTO en LTO Noord in LTO Nederland focussen op wat ons bindt, zoals nationaal en internationaal beleid. Tegelijkertijd moeten we de verschillen in identiteit van de organisaties ook accepteren.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.