150 x bekeken

Alleen geld is niet voldoende voor bestrijding dierziekten

De ervaringen in Afrika met de bestrijding van runderpest leren dat geld geven alleen niet voldoende is, zegt Jan Mulder. Belangrijker is tot een systeem te komen dat donorgeld zelf genereert.

Een recent bericht van de FAO dat runderpest is uitgeroeid, heeft nauwelijks aandacht getrokken. Toch was het door de eeuwen heen de gevreesde ziekte bij uitstek die alle evenhoevige dieren trof. Een uitbraak van runderpest in 1863 was aanleiding voor de eerste dierziekte bestrijdingswet in Nederland. Bestrijding van ziekten gebeurde vooral door het isoleren van besmette dieren.

In jaren ’60 van de vorige eeuw waren uitbraken van runderpest vooral in Afrika nog een probleem. Opmerkelijk genoeg werd eerder in Kenia een vaccin uitgevonden dat levenslange immuniteit gaf tegen de ziekte. Toen de meeste Afrikaanse landen in de jaren ’60 onafhankelijk werden, was het geven van ontwikkelingshulp het devies. Zo werd het idee geboren om iedere koe in Afrika te vaccineren tegen runderpest op kosten van donoren. Het Europees ontwikkelingsfonds was hier een van de belangrijkste van en de FAO zorgde voor de logistieke samenwerking. Door de campagne die bekend raakte onder de naam JP 15 daalde het aantal uitbraken van runderpest. In de jaren ’70 werd geclaimd dat de ziekte was uitgeroeid, maar dat was te vroeg gejuicht.

Tien jaar later waren er weer uitbraken in Tanzania en in Nigeria. Opnieuw werd een beroep gedaan op donoren. Maar deze keer waren die minder scheutig met geld. Zij wilden eerst weten waarom de hulp eerder niet had geholpen. Diverse redenen werden naar voren gebracht waarvan de meest prominente het niét functioneren van de Afrikaanse veterinaire diensten was. Universiteiten in Afrika leverden vele dierenartsen af die doorgaans automatisch werden gerekruteerd door de nationale overheid. De meeste Afrikaanse regeringen gaven deze veterinaire diensten niet genoeg budget. Niet ongebruikelijk was dat 95 procent van het budget werd gebruikt voor het betalen van salarissen. Het werd duidelijk dat het betalen van enkel een vaccinatiecampagne niet voldoende was. Het echte probleem was dat dierenartsen in Afrika onvoldoende middelen kregen.

De EU beloofde fondsen beschikbaar te stellen om uitbraken te bestrijden in acute noodgevallen. Maar buiten noodgevallen werden alleen fondsen aan Afrikaanse landen ter beschikking gesteld met als doel andere dan overheidsfondsen als bron van inkomsten voor dierenartsen te ontwikkelen. Dit alles gebeurde in nauwe samenwerking met de Wereldbank.

Een grote uitdaging was de ongeschreven Afrikaanse wet dat alle veterinaire diensten gratis moesten worden verstrekt. Het was moeilijk daarin verandering te brengen. Samen met andere donoren werd de dialoog met ieder Afrikaans land begonnen. Er was een uniform doel, namelijk het creëren van een financiering van veterinaire diensten die aanzienlijk minder afhankelijk was van overheid en donoren. Deze campagne werd bekend onder de naam Pan Afrikaanse Runderpest Campagne. Verder werd veel aandacht besteed aan de ontwikkeling van een thermostabiel runderpestvaccin. Onder J15 was een keten van koelkasten en diepvriezers nodig, onder de nieuwe campagne niet meer.

De tijd zal leren wat de invloed van de verschillende acteurs op dit gebied is geweest. In ieder geval kan nu met een grote mate van waarschijnlijkheid worden gesteld dat runderpest is uitgeroeid. Er blijft nog een veelvoud van ziekten in ontwikkelingslanden over die alle aandacht opeist. Een punt uit dit hele proces is duidelijk voor instanties die ontwikkelingshulp verstrekken: geld geven alleen is volstrekt onvoldoende. Er moet tegelijkertijd worden gewerkt aan een systeem dat uiteindelijk het donorgeld zelf kan genereren.

*Jan Mulder is Europarlementariër voor de VVD en indertijd nauw betrokken bij de Pan Afrikaanse Runderpestcampagne

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.