Redactieblog

470 x bekeken

Hof bevestigt berekening bestemmingswijzigingswinst rechtbank

De overgangsregeling voor de met ingang van 1 april 1986 aangescherpte landbouwvrijstelling is nog steeds van belang.

Dit blijkt uit een recente procedure bij het gerechtshof Amsterdam. Dit hof oordeelt – net als de rechtbank in eerste instantie - dat aannemelijk gemaakt is dat ook niet-agrariërs per 31 maart 1986 interesse zouden hebben gehad in de ondergrond van de bedrijfswoning. Met als gevolg: een lagere belastingheffing.

Kort samengevat is de aan Hof Amsterdam voorgelegde zaak de volgende:

Belanghebbenden – de erfgenamen van Z – claimen in de IB-aangifte over 2003 van Z een vrijgestelde bestemmingswijzigingswinst van de ondergrond per 31 maart 1986 van € 22.689. De inspecteur houdt hiermee bij het opleggen van de aanslag echter geen rekening. Op grond van een afgegeven beschikking was er volgens de inspecteur namelijk in 1986 geen verschil tussen de WEV en de WEVAB. Hij belast het verschil tussen de WEV en de WEVAB van € 35.000 in zijn geheel. Rechtbank Haarlem oordeelt dat de bestemmingswijzigingswinst op 31 maart 1986 € 11.345 bedraagt. Volgens de rechtbank was de grond namelijk zowel agrarisch als voor bewoning te gebruiken en bedroeg de WEV dan ook meer dan de WEVAB. De rechtbank volgt belanghebbenden niet in hun stelling dat de bestemmingswijzigingswinst op 31 maart 1986 € 22.689 bedroeg. Het taxatierapport dat belanghebbenden hebben ingebracht geeft volgens de rechtbank namelijk onvoldoende inzicht in de WEV en WEVAB per 31 maart 1986. De rechtbank vermindert de aanslag.Hof Amsterdam oordeelt dat belanghebbenden er met het door hen overgelegde taxatierapport in zijn geslaagd aannemelijk te maken dat ook niet-agrariërs per 31 maart 1986 interesse zouden hebben gehad in de ondergrond. Het hof wijst hierbij op het nabijgelegen Z en stad C. Verder acht het hof van belang dat de boerderij is gelegen in de nabijheid van natuurgebieden met recreatiemogelijkheden. Volgens het hof bedroeg de WEV van de ondergrond op de peildatum dan ook meer dan de WEVAB. Het hof geeft vervolgens aan dat er geen aanleiding bestaat om af te wijken van het oordeel van de rechtbank dat de vrijgestelde bestemmingswijzingswinst moet worden vastgesteld op € 11.345. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Meer informatie: Hof Amsterdam, MK III, 9 september 2010, nr. P08/00721

Of registreer je om te kunnen reageren.