Redactieblog

139 x bekeken

Grond hoort niet tot ondernemingsvermogen. Winst niet belast.

Een veehouder die zijn onderneming staakt, is geen belasting verschuldigd over de stakingswinst op een drietal percelen grond.

Het (ruilverkavelings)voordeel wordt niet belast.

Kort samengevat is de uitspraak van Hof Amsterdam de volgende:

Belanghebbende heeft eind 1998 de door hem geëxploiteerde veehouderij gestaakt. In geschil is of, voor de berekening van de stakingswinst, de percelen A, B en C tot het ondernemingsvermogen van belanghebbende behoren. Met Rechtbank Haarlem is het hof van oordeel dat belanghebbende op het moment van de staking niet de juridische eigendom bezat van de percelen A en B. Belanghebbende had een gebruiksrecht om niet dat binnen een maand beëindigd kon worden. Dat belanghebbende in de toekomst eigenaar zou kunnen worden van die percelen, maakt niet dat de percelen tot het ondernemingsvermogen moeten worden gerekend. De percelen A en B behoorden op het moment van de staking niet tot het (ondernemings)vermogen van belanghebbende. Perceel C is op geen enkel moment aangewend voor gebruik binnen de onderneming. Perceel C behoorde tot het keuzevermogen en belanghebbende heeft niet de grenzen van de redelijkheid overschreden door dit perceel steeds als privévermogen aan te merken. Daaraan doet niet af dat het perceel is verworven met het oog op het in eigendom verkrijgen van een deel van de gronden die belanghebbende destijds in zijn onderneming gebruikte. Belanghebbende was evenmin verplicht om het toedelingsrecht dat door hem is verkregen bij de inbreng van perceel C in de ruilverkaveling als afzonderlijk te activeren vermogensbestanddeel tot het ondernemingsvermogen te rekenen. Anders dan de rechtbank ziet het hof geen aanleiding voor vergoeding van de werkelijke proceskosten van belanghebbende. Het hoger beroep wordt vervolgens gegrond verklaard.

Meer informatie: Hof Amsterdam 22 april 2010, nummer 07/00976, LJN BM8208

Of registreer je om te kunnen reageren.