Redactieblog

109 x bekeken

Emigratieconstrucie met BV strandt bij Hoge Raad

Een emigratieconstructie met een winstrecht bij een eigen BV strandt bij de Hoge Raad. De eerdere uitspraak van Hof Den Bosch blijft in stand.

Kort samengevat is de uitspraak van de Hoge Raad de volgende:

Belanghebbende heeft in 2000 de economische eigendom van grond, ligboxenstal, boerderij, varkensstallen e.d. tegen een winstrecht ingebracht in een bv. Met deze bv gaat belanghebbende een maatschap aan die na een klein jaar weer wordt ontbonden. Belanghebbende emigreert in 2001 naar Denemarken en begint daar een nieuw landbouwbedrijf. Het winstrecht werd niet in het belastbaar inkomen 2000 begrepen.

Hof Den Bosch heeft geconstateerd dat in 1999 het gehele melkquotum is verkocht, alsmede het melkvee. De varkensrechten zijn in 2001 verkocht. De opstallen zijn leeg en ontruimd opgeleverd in december 2000.

Uit deze feiten heeft het hof geconcludeerd dat er eind 2000 sprake was van een in liquidatie verkerende onderneming en dat het bedrijf in Denemarken niet kon worden gezien als een voortzetting van het Nederlandse bedrijf. Het winstrecht dient in de jaarwinst van het jaar 2000 te worden opgenomen. De strijdigheid met het EG-recht die belanghebbende meent te zien, heeft het hof niet gezien.

De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81 Wet RO. De uitspraak van Hof Den Bosch blijft in stand.

Meer informatie: Hoge Raad 15 oktober 2010, nummer 09/00436, LJN BM8089

Of registreer je om te kunnen reageren.