De interactie tussen de hoofd- en nevenlocatie van een besmet geitenbedrijf uit het Drentse Hoogersmilde speelt een belangrijke rol in de vraag of de nevenlocatie wel of niet geruimd moet worden.
Dat blijkt tijdens het kortgeding over het ruimen dat geitenhouder Evert Jansen heeft aangespannen.
"Doordat de veehouder dieren heeft op twee locaties is er duidelijk interactie tussen de bedrijven. Een deel van de opfokgeiten zijn afkomstig van het besmette hoofdbedrijf, waardoor ze mogelijk besmet zijn aangevoerd. Doordat de dieren nog niet gevaccineerd waren, kunnen de jonge dieren elkaar besmet hebben. Daarom is het terecht dat deze dieren als verdacht worden aangemerkt", aldus advocaat Eric Daalder van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten namens het ministerie van landbouw. "De veehouder zou in theorie ook kunnen fungeren als vector in de verspreiding van de bacterie, wanneer hij met besmet vruchtwater op zijn overall van de hoofd- naar de nevenlocatie zou gaan", aldus Christianne Bruschke, Chief Veterinary Officer van het ministerie.
Op de nevenlocatie zijn 750 jonge drachtige geiten. Hiervan zijn er 150 als nuchter lam van de hoofdlocatie vervoerd. De overige 600 zijn aangekocht van zes bedrijven die vrij zijn van Q-koorts. De geiten die op de nevenlocatie afgelammerd hebben worden naar de hoofdlocatie gebracht voor de melkproductie. Het ministerie zegt op basis hiervan dat er dus interactie is tussen beide locaties. "Omdat het om transport gaat binnen hetzelfde UBN is niet inzichtelijk wanneer welke transporten plaatsvinden", aldus LNV. Het ministerie vindt tevens dat het bloedonderzoek naar antistoffen tegen Q-koorts, dat op basis van steekproef bij drie dieren is gedaan, niets zegt. "Het feit dat bij deze tests geen antistoffen tegen Q-koorts zijn gevonden, wil niet zeggen dat alle 750 dieren vrij zijn van Q-koorts", alsdus Bruschke.
Advocaat Johan van Groningen van het geitenbedrijf vindt dat LNV hierin met twee maten meet. "Andere bedrijven die jonge dieren van het bedrijf hebben aangevoerd zijn niet automatisch verdacht en hoeven ook niet geruimd te worden. Het is daardoor niet terecht dat dit in dit geval wel gebeurt", aldus Van Groningen. LNV reageert dat een eventuele besmetting van bedrijven die jonge dieren van het bedrijf hebben aangekocht aan het licht zal komen bij tankmelkonderzoek. "Maar bedrijven die net als deze locatie geen dieren melken zullen niet geruimd worden, omdat er geen besmetting wordt aangetoond", reageert Van Groningen.