Redactieblog

169 x bekeken 1 reactie

Gezinsbedrijf rots in de branding? (5)

Veel gezinsbedrijven zoeken het in verbreding. Een camping er bij, een zorgboerderij, zelf kaas maken en verkopen, voorbeelden genoeg. Is het ook een toekomstgerichte oplossing?

Verbreding lijkt een toverwoord. Professor Jan Douwe van der Ploeg gebruikt het al jaren. Kleine bedrijven, die er wat bij verdienen. Ik heb daar zo mijn vraagtekens bij. Professor Van der Ploeg predikt het al heel erg lang. Toch wordt zijn theorie door de praktijk ingehaald. De bedrijfsgrootte stijgt elk jaar gestaag.

Natuurlijk, een tweede tak kan best even aantrekkelijk zijn. Als er arbeid over is en de boerin vindt het leuk toiletten van gasten schoon te maken, dan is een minicamping wel gezellig. Het vraagt weinig investeringen en dat komt velen goed uit. Ook de keuze voor natuurboer kan best passen voor boeren. Vooral, wanneer de dynamiek uit het bedrijf is, een uitstekende oplossing.

Bijna altijd stoppen deze bedrijven weer. De boer zet er een punt achter, er is geen opvolger met dito vrouw voorhanden, die dit ook wil doen. Prima voor boeren, die niet willen investeren, maar zo een aardige bijverdienste in de laatste jaren van hun boerenbestaan creëren. Wat opvalt is dat vaak eerder afscheid wordt genomen van de boerderij, dan van de tweede tak. Soms gaat die zelfs zelfstandig verder.

Anders is het met boeren, die kiezen voor een stevige tweede tak. Bijvoorbeeld energie. Windmolens, of een biogasinstallatie. Die zetten een sterke tweede poot onder hun bedrijf. Zij staan inderdaad als en rots in de branding. Daar zullen opvolgers wel voor in de rij staan.

Eén reactie

  • no-profile-image

    ex-boer

    Wat valt nu onder een toekomstgerichte oplossing? Het hangt er dan natuurlijk wel vanaf wat voor soort toekomstvisie je er op na houdt. Om daarna aan de hand van die toekomstvisie van de landbouw een vergelijk te maken tussen gezinsbedrijven en grote bedrijven. Om te beginnen heeft vergroten van landbouwbedrijven economisch gezien ook een keerzijde van de medaille. Of zoals Johan Cruyff dat eens zei. "Elk voordeel heb se nadeel" . Kostprijs verlagingen bij schaalvergroting van landbouwbedrijven hebben namelijk het neveneffect dat boeren minder geld kunnen besteden in eigen omgeving. Met het gevolg dat daardoor het platteland meer dreigt te verpauperen. Gezinsbedrijven daarentegen streven meer naar kostendekkende opbrengstprijzen. Waardoor ze meer geld om handen hebben om de leefbaarheid van hun eigen omgeving zoveel mogelijk in stand te houden. In economische opzicht een verschil tussen grote bedrijven en gezinsbedrijven met tastbaar gevolg. En afgezien van het geldelijke gewin is het toch een keuze of je in de toekomstvisie van de landbouw wel of geen oog hebt voor je eigen leefomgeving. Elders op deze website staat een weblog van Willem Bruil met vermelding "Red het platteland" Een logische oproep als gevolg van de schaalvergrotingen van boerenbedrijven de laatste tijd. En landbouweconomisch ook eenvoudig te verklaren. Bij schaalvergroting gaat er meer geld van platteland naar stad. Ofwel de stedeling rijker en tegelijkrtijd de plattelander armer. Een ontstane scheefgroei tussen stad en platteland waar ik niet bepaald een voorstander van ben. Daarom valt het ook te prijzen dat gezinsbedrijven er neventakken op na houden. Brengt weer geld van stad terug naar platteland. Simpele economie.
    Het is maar net hoe je de landbouweconomie een invulling wil geven met betrekking tot de eigen leefomgeving. En dat geldt zowel voor stedeling als plattelander. Beide zijn voorvechters van hun eigen leefomgeving. Maar een beetje economisch evenwicht tussen beide is aan te bevelen . Hoe toekomstgericht ben je dan bezig wanneer je door schaalvergroting van landbouwbedrijven de scheefgroei tussen stedeling en plattelander als maar groter laat worden. En wat heb je er aan als je als eigenaar van een megabedrijf, bij wijze van spreken, verder moet boeren in een verloederde omgeving.
    Van gezinsbedrijven daarentegen kun je tenminste zeggen dat ze een doelstelling hebben om hun eigen leefomgeving zo goed mogelijk in stand te houden. Leefbaarheid van het platteland mag ook wel eens meegenomen worden in een toekomstvisie van de landbouw. Volgens mij net zo belangrijk als alleen het geldelijke gewin. Maar dan hebben we wel een andere landbouweconomie nodig dan die we tot nu toe kennen.

Of registreer je om te kunnen reageren.