Redactieblog

130 x bekeken

Uitscheiding Q-koortsbacterie varieert

De uitscheiding van Q-koortsbacteriën door geiten varieert gedurende het seizoen.

Daardoor zal in de loop van het jaar het aantal besmette bedrijven ook variëren. Dat zeggen Piet Vellema van de Gezondheidsdienst voor Dieren en Hendrik-Jan Roest van het Centraal Veterinair Instituut (CVI) van de Wageniningen UR.

Uit de eerste ronde tankmelkonderzoek blijkt dat 76 melkgeitenbedrijven en 1 melkschapenbedrijf besmet zijn met Coxiella burnetii, de bacterie die Q-koorts veroorzaakt. Onderzoekers benadrukken dat lang niet alle besmette bedrijven een risico zijn voor de volksgezondheid. De ligging van de besmette bedrijven is vergelijkbaar met het beeld van de besmette bedrijven die eerder te maken hadden met abortusstormen, aldus de GD. De meeste bedrijven lagen in Noord-Brabant, maar ook in andere provicies werden besmette bedrijven gevonden.

Hoeveel bedrijven hoog- en laagbesmet zijn kunnen de onderzoekers nog niet zeggen. "We weten nog niet waar we de grens moeten trekken", aldus Roest. "Gedurende het seizoen varieert de uitscheiding van de bacterie. In de periode rondom het aflammeren is de uitscheiding hoger dan in de rest van het seizoen. Dit komt omdat de bacterie tijdens de dracht beter in de geit kan gedijen. Hierdoor is te verwachten dat de tankmelktest in het aflammerseizoen van 2010 meer besmettingen aantoont dan nu", aldus Vellema. "Tenzij de vaccinatie op korte termijn nog beter werkt dan we nu denken." Er zullen ook bedrijven zijn die een lage uitscheiding hebben en de ene keer wel en de andere keer net niet worden opgespoord. "Dat lijkt vervelend, maar het gaat om het risico dat bedrijven vormen voor de volksgezondheid. Het risico voor de volksgezondheid varieert ook in het seizoen, net als de tankmelkuitslagen. Bedrijven met een lage uitscheiding vormen niet echt een risico", legt Roest uit.

Of registreer je om te kunnen reageren.