Redactieblog

110 x bekeken

Tien procent geiten heeft antistoffen tegen Q-koorts

Het percentage schapen en geiten dat antistoffen heeft tegen Q-koorts is veel lager dan verwacht.

Dat blijkt uit onderzoek van de Gezondheidsdienst voor Dieren. De GD deed onderzoek naar de seroprevalentie (aanwezigheid van antistoffen) van schapen en geiten tegen de bacterie Coxiella Burnetii die Q-koorts veroorzaakt, op basis van regulier bloedonderzoek dat wordt gedaan in het kader van Bruccela- onderzoek.

Bij schapen blijkt drie procent van de schapen antistoffen te hebben tegen Coxiella Burnetti, terwijl dit bij geiten bij 8 tot 10 procent van de dieren het geval is. "Veel kunnen we hier niet over zeggen, omdat op basis van antistoffen niet te zeggen is of de dieren recent met de bacterie in aanraking zijn geweest. Dit kan het geval zijn, maar het kan ook een aantal jaren eerder het geval zijn", legt dierenarts Daan Dercksen van de GD uit op een bijeenkomst over schapenhouderij van de GD in samenwerking met Landleven, Het Schaap, Boerenbond en Welkoop. De dieren die antistoffen hebben komen in het hele land voor.

In het najaar van 2008 zijn in Noord-Brabant 40.000 geiten en schapen gevaccineerd tegen Q-koorts. Of deze vaccinatie werkt is nog niet te zeggen. "We hebben pas één keer onderzoek gedaan naar de uitscheiding van de bacterie bij de geiten. Wat het effect is van de vaccinatie zal pas in april of mei zichtbaar worden. Dan gaan de geiten aflammeren. Wanneer de bacterie abortus veroorzaakt zal dit enkele weken voor de reguliere geboorte gebeuren", legt Dercksen uit.

Of registreer je om te kunnen reageren.