Redactieblog

237 x bekeken

Blauwtong eist minder schapenlevens in 2007

Het sterftepercentage onder schapen als gevolg van blauwtong was in 2007 lager dan in 2006.

Er zijn in 2007 veel meer schapen ziek geworden door blauwtong dan in 2006, maar een aanzienlijk kleiner deel daarvan is uiteindelijk gestorven. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Veterinair Instituut (CVI) van de Wageningen UR in samenwerking met de Voedsel en Waren Autoriteit en HAS Kennistransfer uit Den Bosch. Bij het onderzoek zijn 2000 met blauwtong besmette bedrijven betrokken.

Het percentage zieke schapen dat dood ging is in 2007 tussen de drie en vier keer lager dan in 2006. "In het eerste jaar dat in Nederland blauwtong werd ontdekt stierf 50 procent van de zieke schapen", legt epidemioloog Armin Elbers van CVI uit. Hij verwacht dat de daling van het sterftepercentage voor een belangrijk deel komt door de betere verzorging en behandeling door veehouders en dierenartsen. "Er was inmiddels ervaring met de behandeling van de zieke dieren."

Omdat de totale omvang van de blauwtonguitbraak in 2007 veel groter was, is het totaal aantal schapen dat eraan stierf in 2007 wel veel hoger dan in 2006. In 2007 was tevens het aantal runderen dat ziek en gestorven is door blauwtong aanzienlijk hoger dan in 2006.
Bij de ziekteverschijnselen blijken in de twee jaren ook verschillen. IN 2007 waren er relatief meer locaties met schapen waar de schapen kreupelheid vertoonden en bij rundvee waren de problemen met vruchtbaarheid en melkproductie veel groter dan het jaar ervoor.
"Het percentage verwerpingen, vroeggeboorte, terugkomers en helemaal niet drachtig worden was veel groter dan het jaar ervoor", aldus Elbers. Ook was het percentage bedrijven met een daling in de melkproductie en het percentage dieren met speenproblemen in 2007 veel hoger.

Een oorzaak voor het verschil in ziekteverschijnselen tussen de twee jaren is niet aan te wijzen.

Of registreer je om te kunnen reageren.