Redactieblog

125 x bekeken

Bluetongue-schade 49 miljoen

De uitbraak van bluetongue in Nederland heeft in 2007 49,3 miljoen euro schade veroorzaakt in de veehouderij.

Dat blijkt uit onderzoek van de Wageningen Universiteit in opdracht van de productschappen Vee en Vlees (PVV) en Zuivel (PZ).

De schade is opgebouwd uit de economische effecten op de dierlijke productie, de kosten voor behandeling en diagnostiek, van de maatregelen van het ministerie van landbouw en de EU en de indirecte schade door prijseffect.

De schade door sterfte van de dieren, verminderde melkproductie, vroeggeboorte en verminderde vruchtbaarheid was in Nederland 30,4 miljoen euro. De extra kosten voor diagnostiek bedroeg 1,7 miljoen en de behandeling van de dieren kostte 10,9 miljoen euro. Transportbeperkingen veroorzaakten 6,2 miljoen euro schade.

De rundveesector neemt met 43,8 miljoen het grootste aandeel voor zijn rekening. In de schapensector werd 5,5 miljoen schade geleden. Gemiddeld veroorzaakte bluetongue bij een besmet melkveebedrijf 2.714 euro schade. Grootschalige schapenhouders (professionele herderbedrijven) leden 13.363 euro schade, melkschapenhouders 4.630 euro en slachtlammerproducenten 1.376 euro. Zoogkoeienbedrijven hadden gemiddeld 782 euro schade.

Uit het onderzoek blijkt dat in 2006, het eerste jaar dat er in Nederland bluetongue werd vastgesteld, 28,5 miljoen euro schade was. ”Deze cijfers zijn echter niet goed met elkaar te vergelijken. Dit komt vooral omdat in het eerste jaar een opstalplicht werd ingevoerd. Deze regeling heeft 17,9 miljoen euro gekost. In 2007 is deze regeling er niet gekomen omdat het effect ervan verwaarloosbaar was”, legt onderzoeker Annet Velthuis uit.

Of registreer je om te kunnen reageren.