Redactieblog

794 x bekeken 4 reacties

Aandeel landbouw Nederlandse economie daalt

De bruto toegevoegde waarde van het totale Nederlandse agrocomplex is in tien jaar tijd met 9,6 miljard euro gestegen.

Dat blijkt uit onderzoek van het landbouweconomisch instituut LEI van de Wageningen UR. In 2005 was de bruto toegevoegde waarde van de land- en tuinbouw en de daarmee samenhangende handel en industrie 41,9 miljard euro. Het aandeel van de landbouw in de totale Nederlandse economie daalde aanzienlijk: van 12 prcoent in 1995 naar 9,4 procent in 2005. Ook de absolute werkgelegenheid in de land- en tuinbouw daalde.

De betekenis van de primaire land- en tuinbouw voor de toegevoegde waarde van het agrocomplex daalde van 42 procent in 1995 naar 32 procent in 2005. De gezamenlijke bijdrage van de voedingsmiddelenindustrie, toeleveranciers en distributiebedrijven steeg in dezelfde periode met 2,7 procent per jaar.

In 2005 genereerde het grondgebonden-veehouderijcomplex met 31,5 procent de meeste toegevoegde waarde voor het totaal. De betekenis van dit complex neemt echter af.

De glastuinbouw- en intensieveveehouderij dragen ieder voor iets meer dan een vijfde bij aan het totale inkomen met respectievelijk 21,7 en 21,3 procent, gevold door de akkerbouw met een 17,4 procent. De vollegrondsgroenteteelt draagt 8,2 procent mee aan het totale agrocomplex.

Hoewel de opbrengstprijzen van agrarische producten in de periode 1990-2005 met 18 procent toenamen, was het reële inkomen van de land- en tuinbouw 10 procent lager dan in 1990 en steeg dat van de toeleveranciers en de voedingsmiddelenindustrie met respectievelijk 15 en 41 procent. Dit komt vooral door de prijsstijgingen van de voedingsmiddelen- en toeleverende industrie.

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Paul

    Het aandeel van de landbouw in de voedselvoorziening ligt dicht bij de 100 procent.

  • no-profile-image

    Hertog Jan

    De betekenis van de primaire land- en tuinbouw voor de toegevoegde waarde van het agrocomplex daalde van 42 procent in 1995 naar 32 procent in 2005. De gezamenlijke bijdrage van de voedingsmiddelenindustrie, toeleveranciers en distributiebedrijven steeg in dezelfde periode met 2,7 procent per jaar.
    Toch knap van die laatste groep om in tien jaar tijd 27 procent meer uit de boeren te persen terwijl deze groep tien procent moest inleveren.

  • no-profile-image

    Piet Statistiek

    Kunt u de overige bijdragers individueel en cumulatief vermelden in een overzicht.
    Wellicht kan men dan een betere vergelijking maken als bijvoorbeeld aardgasopbrengsten er buiten gelaten worden. We weten hoe onze overheid zich rijk rekent met deze baten. Dit heeft echter weinig met een echte economische inspanning te maken, dit is gewoon pompen en zakken vullen,
    Zou het op prijs stellen indien de presentatie zoals verzocht door u gegeven kan worden.

  • no-profile-image

    gert

    de boer is vaak zelf de sluitpost,hij moet meestal maar afwachten wat hij beurt voor zijn product

Of registreer je om te kunnen reageren.