91 x bekeken

Leuker boeren verhindert uittocht niet

Henk Dokter
"We mogen weer boeren!'', riep CDA-Kamerlid Joop Atsma gisteren uit. Hij gooide zijn enthousiasme er uit in een overleg tussen de Kamer en minister Veerman.

Het ging over de nota Kiezen voor Landbouw, waarin de waarschijnlijke ontwikkelingen voor de komende 10 jaren worden geschetst. Het Kamerdebat was een afronding van veel presentaties en gesprekken in het land.
Veermans nota is inderdaad goed ontvangen, zowel in de praktijk als bij de meeste Kamerfracties. Alleen PvdA en GroenLinks zetten de kritiek scherp aan, maar dat beschouw ik toch meer als de rituele plicht van de oppositie. Agrarisch ondernemen wordt weer leuk. Ook in boerenbijeenkomsten, waar Veerman doorgaans zelf sprak, werd met instemming gereageerd op de positieve maar ook nuchtere toekomstvisie van Veerman. Atsma had zijn enthousiaste uitroep dan ook geleend van een boer, die hij dat had horen zeggen. Bij mijn bezoek aan meerdere van die bijeenkomsten heb ik vanuit de zaal hetzelfde horen zeggen in verschillende toonaarden.

Veermans ministerschap en zijn ongetwijfeld belangrijkste beleidsnota hebben het zelfvertrouwen in de agrarische sector teruggebracht, waar het onder Paarse kabinetten was teloorgeraakt. Maar betekent het nu ook dat weer meer boeren boer blijven? Dat het stoppen stopt? Dat de afvloeiing staakt? Ook die vraag kwam gisteren in het 6 uren durende debat aan de orde, maar het antwoord stelde mij teleur. De uittocht uit de landbouw gaat ook binnen het bestek van Veermans visie onverdroten verder. Over 10 jaar hebben we nog 60.000 boeren en tuinders over, waar het er nu nog ruim 80.000 zijn.

De grote fracties staan er bij te kijken alsof het onvermijdelijk is, alleen de fracties van LPF, SGP en CU vinden het een ongewenste ontwikkeling. Toch weten ook zij er geen dam tegen op te werpen. Onbevredigend vind ik het wel, een nota die boeren weer leuk maakt, terwijl die niet de animo vergroot om bedrijven voort te zetten of over te nemen.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.