Redactieblog

138 x bekeken

Bang voor burgers

Boeren zijn vaak bang voor goedgebekte burgers als buren, maar meestal zijn ze best aardig.

‘Eigenlijk zijn ze best aardig’, bekende een varkenshouder me. Hij had nieuwe buren. Uit Amsterdam. Van varkens wisten ze niets, van kunst en van merkkleding wel, zo had hij via-via gehoord. Van te voren had de varkenshouder erg tegen de nieuwkomers aangehikt. Hij wist ook wel dat zijn bedrijfstak niet het meest gunstige imago heeft bij de buitenwereld. Maar eerlijk is eerlijk, ze waren nu een jaar buren en hij had nog nooit een vervelende reactie van ze gehad.

Ik hoor dit soort verhalen wel vaker en daarbij valt me op dat de angst voor ‘stadsen’ groot is. Er gaan allerhande spookverhalen rond, net als vroeger bij de schooltandarts. Daarvan was wel zeker dat hij bij bosjes tegelijk kiezen trok en dat zonder verdoving. Achteraf bleken het allemaal broodje aap-verhalen, maar dat wist je pas als je uit de behandelstoel kwam met al je kiezen nog binnenboord.

Bij de komst van stedelingen werkt het net zo. Volgens de wachtkamerverhalen stappen deze goedgebekte nieuwkomers zonder pardon naar de rechter als hun agrarische buren stank of herrie veroorzaken.

Maar dat is dus een misverstand. Ik spreek regelmatig zogenaamde Nieuwe Plattelanders en mijn ervaring is dat ze best weten dat boeren er geen kantoortijden op nahouden. En dat hun werk af en toe herrie of een luchtje met zich meebrengt, weten ze ook. En dat vinden ze zelden een probleem. Ik zou de boeren met stadse buren dan ook willen zeggen: drink samen een pilsje en heb het gewoon leuk met elkaar. Angst is nergens voor nodig, bovendien is het een slechte raadgever.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.