166 x bekeken

Thieme toont zich van welsprekende kant

Een goed begin, dat heeft Marianne Thieme in de Kamer toch wel gemaakt. Welsprekend sprak ze 30 november het parlement toe bij haar installatie als Kamerlid voor de Partij voor de Dieren (PvdD).

Een goed begin, dat heeft Marianne Thieme in de Kamer toch wel gemaakt. Welsprekend sprak ze 30 november het parlement toe bij haar installatie als Kamerlid voor de Partij voor de Dieren (PvdD). Thieme had warme woorden over een maatschappij die is gebaseerd op mededogen, voor mens en dier. Kundig knoopte ze vluchtelingen, milieu en dierenrechten aan elkaar.

Smeltende ijskappen

Het was toch een voorproefje van wat we mogen verwachten. Thieme toonde zich daarbij van een lossere kant dan we van haar gewend zijn. In een pleidooi voor een meer solidaire maatschappij zei Thieme dat er behoefte is aan warmte: ,,Warmte van een andere soort dan de warmte die nu de ijskappen doet smelten.” En aan het eind van haar maiden speech, na een algemeen verhaal rond duurzaamheid en solidariteit, dat nu eens niet over varkens en kippen ging, eindigde Thieme met een 2.000 jaar oude, aan de Romeinse tijd ontleende, formulering: ,,Voorzitter, en overigens zijn wij van mening dat er een eind moet komen aan de bio-industrie...”

Carthago

Met die woorden trad ze in de voetsporen van de Romeinse senator Cato, die ooit iedere toespraak placht te eindigen met: ,,En overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest dient te worden.” Door dit nu zelf zo te zeggen, en daarmee te zinspelen op het feit dat de PvdD vroeg of laat altijd op dierenbelangen zal hameren, toonde Marianne Thieme niet alleen dat ze haar geschiedenis en citatenboekjes kent. Ze liet ook iets zien wat men doorgaans niet als eerste associeert met de dierenrechtenbeweging: humor, misschien zelfs relativeringsvermogen. Los van of je het met de partijstandpunten eens bent, van Marianne Thieme mogen we volgens mij nog veel verwachten.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.