Redactieblog

81 x bekeken

Kleine mannen, grote pleisters

Auwauwauw! Uit de keuken kwam een ijselijke gil. Het bleek dat de (volwassen) zoon des huizes zich in zijn vinger had gesneden.

Hij was een droge metworst in plakjes aan het snijden en al doende was hij uitgeschoten. Met het gewonde lichaamsdeel in de lucht stond hij te jammeren. Er moest een pleister op. Een grote.

Onlangs was zijn vader hetzelfde overkomen. Die had zich tijdens het bekappen van een koe verwond. Er zat een snee in de muis van zijn hand. Zelf vond hij dat de dokter de boel even moest hechten, maar zijn vrouw had er een watje met jodium opgehouden en er een pleister op geplakt. Ook een grote.

Wie nu denkt dat het diepe vleeswonden waren, zit ernaast. Het waren sneetjes van niks. Mannen zijn kleinzielig als het om hun eigen bloed gaat. Vrouwen niet. Die hebben een veel hogere pijngrens. Dat moet ook wel, anders zouden ze een bevalling niet overleven. Dat wordt toch gezien als één van de meest pijnlijke gebeurtenissen in een vrouwenleven.

Een agrarische vriendin van me dacht wel te weten waarom mannen zo kleinzerig zijn. „Ze zoeken een excuus om niets in de huishouding te hoeven doen", zei ze. Maar die vlieger ging bij haar thuis niet op. Toen haar man onlangs een druppeltje kokend water over zijn hand kreeg, had hij bibberig door het huis gelopen, niet in staat ook maar iets te doen. Maar zij had resoluut gezegd: „Als jij met die hand niet kunt stofzuigen, dan kun je ook niet melken." Toen bleek het ineens wel mee te vallen met de pijn. Een opmerkelijk snelle genezing.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.