Home

Achtergrond 3618 x bekeken 1 reactie

Duitse boerengezinsbedrijf verdwijnt

Het aantal Duitse landbouwbedrijven neemt de komende dik twintig jaar met 60% af en het traditionele gezinsbedrijf maakt plaats voor organisatievormen waarin de bedrijfsleider geen eigenaar meer is.

Dit is allemaal een uitvloeisel van de digitalisering, denkt raiffeisenbankier DZ Bank. De noodzaak om steeds meer te investeren en een mede door de vergrijzing veroorzaakt gebrek aan opvolgers, leiden de komende twintig jaar tot een ingrijpende structuurontwikkeling in de Duitse landbouw. Dat voorspelt de DZ Bank, de Duitse ‘zuster’ van Rabobank. Als de prognose van deze instelling uitkomt, zijn tegen 2040 zo’n 60% van de landbouwbedrijven bij onze oosterburen verdwenen.

Schaalgrootte neemt toe

Duitsland telt momenteel nog zo’n 275.000 agrarische bedrijven, maar dat zijn er rond 2040 nog maar zo’n 100.000. De sector krimpt qua productie echter niet, want de schaalgrootte neemt navenant toe. Gerekend naar het areaal heeft een gemiddeld bedrijf over twee decennia 160 hectare in beheer, een kleine 100 hectare meer dan nu. De werkgelegenheid in de primaire landbouw neemt desondanks af. Dat is een uitvloeisel van de digitalisering. Zonder de seizoenskrachten mee te tellen, zakt het aantal arbeidsplaatsen naar 325.000. Dat komt neer op een halvering. De digitalisering (‘landbouw 4.0’) zorgt tegelijkertijd voor een grotere doelmatigheid, wat resulteert in een stijging van de brutowaardevorming met ongeveer 15%, voorzien de koffiedikkijkers van de DZ Bank.

Als de prognose van DZ Bank uitkomt, zijn tegen 2040 zo’n 60% van de landbouwbedrijven bij onze oosterburen verdwenen. Foto: Henk Riswick
Als de prognose van DZ Bank uitkomt, zijn tegen 2040 zo’n 60% van de landbouwbedrijven bij onze oosterburen verdwenen. Foto: Henk Riswick

Gezinsbedrijf is uitloopmodel

Landbouw 4.0 vraagt echter zodanig meer kapitaalinzet dat voor het nu nog overheersend gangbare gezinsbedrijf aanzienlijk minder ruimte overblijft. De landbouwbedrijven van de nabije toekomst zijn primair georganiseerd als vennootschappen en dergelijke, waarvan de bedrijfsleiders geen eigenaar meer zijn. Het gezinsbedrijf is dus een ‘uitloopmodel’, hoewel die visie niet overal met blijdschap zal worden ontvangen.

Opleidingen en juiste investeringen

De Duitse landbouwminister Christian Schmidt lanceerde begin dit jaar nog een ‘groenboek’ (‘Voedselvoorziening, landbouw, landelijke ruimtes‘) waarin hij meende dat het gezinsbedrijf moest blijven. Volgens de DZ Bank moet er echter rekening mee worden gehouden dat veel boeren uit de baby-boom-jaren de komende tijd met pensioen gaan en geen opvolger hebben. Die bedrijven gaan op in de grotere eenheden die de bank ziet ontstaan. Voorwaarde voor een succesvolle overschakeling op landbouw 4.0 blijft dat de opleidingen meeschakelen en dat de juiste investeringen worden gedaan.

Veel boeren uit de baby-boom-jaren gaan de komende tijd met pensioen en hebben geen opvolger

Biologische landbouw groeit

De bank meent daarbij echter tevens dat de biologische landbouw juist zal groeien ondanks het algeheel kleinere aantal bedrijven. Concreet luidt de voorspelling dat er in 2040 rond de 45.000 biobedrijven zullen zijn met 20% van het landbouwareaal in beheer. Dat is ten opzichte van nu een verdubbeling, dankzij de groeiende vraag naar biologisch gecertificeerde voeding en toenemende inspanningen voor het milieu.

Eén reactie

  • John*

    Zolang voedselprijzen volatiel blijven zal het gezinsbedrijf gemeengoed blijven. Een vennootschap die loon uit moet keren kan moeilijk concurerren tegenover een gezinsbedrijf dat kapitaal en arbeid voor nop beschikbaar stelt in mindere tijden. Daarbij zijn de opvolgers vaak wel goed geschoold en weten prima met alle nieuwe technieken om te gaan waardoor de nodige + gerealiseerd blijft en gaat worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.