Home

Achtergrond 768 x bekeken

‘Draagvlak is sleutel tot succes bij terugdringen antibioticagebruik’

Het terugdringen van het antibioticagebruik in de Nederlandse diersectoren is een groot succes en uniek in de wereld. Hetty van Beers, directeur van de Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa), licht toe.

Uit de onlangs bekendgemaakte cijfers van de Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) over 2016 blijkt dat het antibioticagebruik in de vleeskuikensector ten opzichte van 2015 30,1% daalde, in de kalkoensector 26,5%, de kalversector 5,3%, de melkveesector 3,2% en de varkenssector 1,9%. Gebruikten alle diersectoren bij elkaar in 2009 nog bijna 500 ton antibiotica, vorig jaar was dat 176 ton; een daling van maar liefst 65%. Hetty van Beers, directeur van de SDa, is dan ook tevreden. “In 2009 formuleerde de overheid de doelstelling dat de reductie in 2013 50% moest bedragen. Dat hebben we ruimschoots gehaald. Nu, vier jaar later, is de reductie dus bijna 65%.”

De totale daling van het antibioticagebruik sinds 2009 is in de vleeskalverhouderij 38%, de varkenshouderij 57% en de melkveehouderij 48%. Voor de vleeskuikensector is de daling 72%. Het gemiddeld aantal dierdagdoseringen per jaar (DDDa) verschilt per diersector wel behoorlijk. Dat was in 2016 gemiddeld 4 bij de 4.700 vleesvarkensbedrijven. Bij de 17.529 melkveebedrijven werden gemiddeld 2,1 DDDa’s toegediend. Voor zoogkoeien (9.067 bedrijven) was dat 0,6. Bij speenbiggen (2.088 bedrijven; gemiddeld 24,2 DDDa’s per jaar), blankvleeskalveren (857 bedrijven; 23,7) en rosévlees startkalveren (240 bedrijven; 83,9) is het gemiddelde gebruik nog relatief hoog.

Hetty van Beers, directeur SDA (Stichting Autoriteit Diergeneesmiddelen). - Foto: Herbert Wiggerman
Hetty van Beers, directeur SDA (Stichting Autoriteit Diergeneesmiddelen). - Foto: Herbert Wiggerman

Lastig vergelijken

“Het is lastig om de sectoren onderling te vergelijken, omdat het type dieren en de houderijtechnieken fors verschillen”, constateert Van Beers. “Wat je wel ziet is dat bij de kalver-, varkens- en pluimveesector veel met jonge dieren wordt gewerkt. Die zijn vaak kwetsbaarder en kennen een hogere ziektedruk dan volwassen dieren. En bij niet-gesloten bedrijven is vaak sprake van verplaatsingen van dieren en het samenvoegen van verschillende groepen. Dat maakt ze gevoeliger voor ziekten. Melkvee is daarentegen een vrij stabiele groep, die pas productief wordt vanaf twee jaar. Dat zie je terug in een verhoudingsgewijs lage ziektedruk en laag antibioticagebruik.”

De basis voor de succesvolle aanpak van het antibioticagebruik werd in april 2008 gelegd, met de oprichting van de taskforce antibioticaresistentie dierhouderij. In de jaren daarvoor werden steeds meer gevallen bekend van mensen die bacteriën hadden die resistent waren voor bepaalde soorten antibiotica. Deze bacteriën bleken ook bij dieren voor te komen en daar de resistentie te hebben ontwikkeld. Om te voorkomen dat de diersector een steeds groter gevaar zou worden voor de gezondheid van mensen, wilde de overheid het antibioticagebruik in de diersectoren structureel terugdringen.

Vanaf 2007 is het antibioticagebruik per gram per kilo levend gewicht met tweederde gedaald. - Bron: Fidin/Maran-2015
Vanaf 2007 is het antibioticagebruik per gram per kilo levend gewicht met tweederde gedaald. - Bron: Fidin/Maran-2015

Grote gebruiker

Nederland bleek in vergelijking met andere landen een grootgebruiker van antibiotica in de diersectoren. Per diersector werd in 2008 een werkgroep opgericht met vertegenwoordigers van onder andere de diersectoren, voederindustrie en dierenartsen. “Zo werd een breed draagvlak gecreëerd. Dat blijkt achteraf ook de belangrijkste succesfactor te zijn. Over de aanpak waren de partijen het vrij snel eens: er moesten heldere en concrete doelstellingen komen, er was commitment nodig van alle partijen en het gebruik moest transparant worden gemaakt.”

Op initiatief van de diersectoren en overheid werd in 2011 de Stichting Diergeneesmiddelen Autoriteit opgericht, als onafhankelijke partij die jaarlijks rapporteert over de behaalde resultaten en de streefwaarden opstelt voor gebruik (benchmarkwaarden) van antibiotica en het voorschrijfpatroon van dierenartsen. Van Beers werd directeur van de SDa.

Eerste gegevens verzamelen was uitdaging

Grootste uitdaging was om eerste gegevens over het gebruik op bedrijfsniveau te verzamelen. “We hadden maar beperkt inzicht in het gebruik binnen de verschillende diersectoren op bedrijfsniveau. Het was een gigantische klus om al die gegevens te verzamelen, vooral op basis van wat dierenartsen voorschreven. Voor varkens, kalveren en pluimvee konden we gelukkig aanhaken bij hun IKB-kwaliteitssystemen. Voor de rundveesector kwam in januari 2012 Medirund van CRV”, licht Van Beers toe.

Het verloop van de verkoopcijfers van antimicrobiële middelen per kilogram actieve stof (x1000) in de periode 1999-2016. - Bron: rapport antiobioticagebruik 2016/SDa
Het verloop van de verkoopcijfers van antimicrobiële middelen per kilogram actieve stof (x1000) in de periode 1999-2016. - Bron: rapport antiobioticagebruik 2016/SDa

De beschikbaarheid van de voorschrijf- en gebruiksgegevens dragen enorm bij aan de bewustwording bij veehouder en dierenarts, stelt Van Beers vast. “De veehouders hebben nu beter inzicht in het gebruik van antibiotica op hun bedrijf en kunnen dat vergelijken met soortgelijke bedrijven. Bovendien kunnen ze dit vergelijken met de streefwaarde die per diersector is vastgesteld. Daardoor gingen ze beter nadenken over de inzet van antibiotica. Preventief gebruik is nu bovendien verboden. We beseffen heel goed dat het door deze ontwikkeling voor veehouders en dierenartsen niet makkelijker is geworden om de gezondheid van dieren te sturen. Het vergt veel meer aandacht en een scherper oog voor hoe de dieren er bijlopen. En uiteraard mag het welzijn van de dieren niet in gevaar komen.”

Tevreden achteroverleunen is er zeker niet bij, zegt Van Beers. “Er zit nog wel muziek in de bedrijven in het oranje signaleringsgebied, en zeker die in het rode actiegebied. Daar kan en moet nog een tandje bij. Het ministerie van EZ laat nu samen met de sectoren en dierenartsen onderzoek doen naar kritische succesfactoren in de kalver-, vleeskuiken- en varkenssector en bij de dierenartsen zelf. De uitkomsten van deze onderzoeken moeten leiden tot een nieuw actieplan met nadere interventies.” Eind dit jaar worden de benchmarkwaarden voor de kalver-, vleeskuiken- en varkenssector aangepast. Volgend jaar volgt het aanpassen van de benchmarkwaarden van dierenartsen.

Het antibioticagebruik in dierdagdoseringen per jaar bij kalveren (blauw), vleeskuikens (oranje), varkens (lichtgroen) en melkvee (donkergroen). Het gebruik van kalkoenen (paars) wordt sinds 2013 bijgehouden. - Bron: rapport antibioticagebruik 2016/SDa
Het antibioticagebruik in dierdagdoseringen per jaar bij kalveren (blauw), vleeskuikens (oranje), varkens (lichtgroen) en melkvee (donkergroen). Het gebruik van kalkoenen (paars) wordt sinds 2013 bijgehouden. - Bron: rapport antibioticagebruik 2016/SDa

Uitdagingen in de kalversector

De tien dierenartsen van dierenartsenpraktijk Thewi in Tilburg hebben zo’n 25 tot 30% van de Nederlandse kalverbedrijven onder hun hoede. De meeste van die bedrijven zitten nog in het oranje signaleringsgebied; van nét oranje tot nét geen rood. Met name deze bedrijven moeten zich nog inspannen om het antibioticagebruik verder terug te dringen. Dierenarts Eric van der Velden vertelt over de uitdagingen.

Binnen de diersectoren lijkt het antibioticagebruik bij blankvleeskalveren (850 bedrijven) en met name bij rosévlees startkalveren (240 bedrijven) relatief hoog. Dat heeft volgens dierenarts Eric van der Velden te maken met de rekenregels die de SDa hanteert. “Hierbij gaat men uit van een ‘vast’ behandelgewicht en het gemiddeld aantal dieren per jaar. Dit behandelgewicht ligt bij blankvlees hoger dan bij rosé start. Rosé startbedrijven draaien tot vijf rondes per jaar, blankvlees ongeveer 1,7. Omdat het gebruik van antibiotica met name in de eerste 6 tot 8 weken plaatsvindt, lijkt het dat rosé startbedrijven meer gebruiken. Op koppelbasis komen beide categorieën ongeveer gelijk uit.”

Dierenarts Eric van der Velden. - Foto: DAP Thewi
Dierenarts Eric van der Velden. - Foto: DAP Thewi

Dat kalverbedrijven nog veel antibiotica lijken te gebruiken in vergelijk met andere diersectoren, heeft volgens Van der Velden te maken met de opbouw van de sector, die precies andersom is ten opzichte van varkens of kippen. “Als een kalverbedrijf 500 dieren opzet, dan komen die van pakweg 450 verschillende bedrijven. De dieren krijgen dan een erfenis mee in bijvoorbeeld hun bouw, gewicht en gezondheidsstatus. Tot enkele jaren geleden werden veel gezondheidsproblemen opgelost met antibiotica, nu veel minder.”

De dierhouders en dierenartsen sturen nu op allerlei punten bij: robuustere kalveren fokken, aangepast voer, voldoende drinkwater beschikbaar en intensiever toezicht op de gezondheid. “Het zijn allemaal kleine stapjes in een hele keten. Maar tien dubbeltjes maken ook een euro.”

‘We proberen het fenomeen angst voor ziekte beter weg te zetten’

Van der Velden zegt dat de dierenartsen ‘hun stinkende best’ doen om ‘rode’ en ‘oranje’ bedrijven in het groene streefgebied te krijgen. “We proberen het fenomeen angst voor ziekte beter weg te zetten. Een mooi voorbeeld hiervan is de situatie op een blankvleesbedrijf waar rond de zeven à acht weken wel eens wat virale druk op de kalveren komt. In het verleden werd er naar een koppelkuur gegrepen, nu motiveren we de kalverhouder de dieren strak te spuiten, ondersteunen we de dieren met bijvoorbeeld slijmoplossers en passen we eventueel het voerschema wat aan. Alleen in het uiterste geval gebruiken we antibiotica.”

‘De benchmark is geen rapportcijfer, geen waardeoordeel’

Dat de dierenartsen zelf ook gebenchmarkt worden, leidt soms tot spanningen. “Als je met je voorschrijfgedrag in het groen zit, is er niets aan de hand. Maar wie hoog in het oranje of rood zit, doet het niet per se slecht of verkeerd. Een collega met hetzelfde soort bedrijven kan wel in het groen zitten; wat dat betreft zijn de rekenregels lastig te begrijpen. Als je het kunt verklaren, is het niet zo’n punt. Je hoeft maar net een paar bedrijven te hebben waar een salmonella-infectie heerst en je gaat gierend de bocht uit. De benchmark is geen rapportcijfer, geen waardeoordeel. Daar moeten we voor waken.”

Of registreer je om te kunnen reageren.