Home

Achtergrond 4294 x bekeken 9 reactieslaatste update:30 aug 2017

Beter leven, geen beter rendement

Het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming viert zijn tienjarig jubileum. Wat heeft dit de deelnemende boeren gebracht?

Het Beter Leven-keurmerk bestaat tien jaar. In die tijd is het aantal Beter Leven-bedrijven flink toegenomen. Grote partijen als Vion (varkens, 2007), Van Drie (vleeskalveren, 2009), Plukon (kippen, 2012) en supermarkten hebben het concept omarmd.

Eerst de cijfers. In 2016 waren er 795 varkens-, 338 kalver-, 261 pluimvee- en 129 vleesveebedrijven met een Beter Leven-keurmerk (bron: Dierenbescherming). Bij de varkens, vleeskuikens en kalveren valt een vijfde van de bedrijven inmiddels onder Beter Leven. De leghennen blijven daar met 12% bij achter. Qua veestapel valt op dat Beter Leven vooral de laatste paar jaar aan een flinke opmars bezig is. Werden in 2012 nog 6 miljoen dieren onder het keurmerk geslacht, in 2016 waren dat er al 26 miljoen. Qua omzet is Beter Leven inmiddels het grootste keurmerk en is het Biologisch voorbijgestoken. De groei bedroeg vorig jaar zelfs ruim 50% (bron: IRI).


In de varkenshouderij zijn relatief de meeste bedrijven met een ster.

Sectorverschillen

Er zijn wel sectorverschillen. Varkensvlees is een hardloper. In 2016 werden bijna 3 miljoen Beter Leven-varkens geslacht. Twee keer zoveel als in 2014. Ook kippenvlees doet het goed. Al is het groeitempo minder. In de afgelopen twee jaar steeg het aantal vleeskuikens van 14,5 tot 21,7 miljoen. Het aantal runderen met Beter Leven-keurmerk verviervoudigde zelfs tussen 2014 en 2016, al is dit met 20.000 dieren nog een nichemarkt. Het aantal kalver- en leghenbedrijven met Beter Leven viel vorig jaar juist terug.


Varkensvlees is ook qua omzet de belangrijkste categorie bij Beter Leven.

Rendement is ander verhaal

De vraag naar Beter Leven-producten neemt jaarlijks toe. Het beslaat al bijna een kwart van het vleesschap in alle grote supermarkten. Het rendement voor de boer is een ander verhaal. Volgens DLV Bouw ligt voor varkens de kilo-kostprijs bij Beter Leven (één ster) gemidddeld € 0,10 hoger dan bij gangbaar. Diezelfde plus geldt voor de opbrengst. Rendement hangt volgens DLV vooral van het vertrekpunt van een bedrijf af, want de bandbreedte van de kostprijsplus is € 0,05 tot € 0,15 per kilo.

“De consument wil voor extra dierenwelzijn betalen, maar die consument blijft tegelijkertijd de achilleshiel voor de boer. De plus op de prijs voor één ster is nog steeds relatief beperkt”, erkent directeur Femke-Fleur Lamkamp van de Dierenbescherming. “Met ons keurmerk gaat een boer ook niet gelijk verdienen, maar hij voorkomt wel dat hij inwisselbaar wordt. Rendement is heel belangrijk, maar is ook een deelaspect van het boerenbedrijf.”

Puur onkostenvergoeding

De eerste Beter Leven-jaren zijn vaak lastig en een meerprijs realiseren is ook na tien jaar geen uitgemaakte zaak (zie kader). Hans Huijbers, LTO-bestuurder duurzaam ondernemen, noemt Beter Leven succesvol en stelt dat ondergrenzen omhoog zijn gegaan en dat boeren mee willen in het concept. Maar hij constateert ook dat het oorspronkelijke uitgangspunt van puur kostenvergoeding vaak nog steeds geldt. “In verschillende sectoren zien we slechts marginale winsten voor Beter Leven-bedrijven. En ook pas de laatste jaren. Dat is jammer, want met een echte meerprijs strik je meer boeren. Nu is er weinig rendement, terwijl boeren er veel voor moeten doen en veel extra administratie hebben.”

Huijbers ziet ook meerprijskansen voor ‘het eerlijke verhaal van de boer’ naast het keurmerklabel; de consument die aan de hand van een code via zijn mobieltje direct een beeld van het bedrijf krijgt.

Als tweede pijnpunt noemt Huijbers de verschillen per sector. Zo is het voor varkenshouders makkelijker om aan het keurmerk te voldoen dan voor pluimveehouders.

Vleesstierenhouder Joost Rommens voert zijn Blondes d'Aquitaine en Limousins. Hij heeft twee sterren binnen het Beter Leven-keurmerk. - Foto: Joep van der Pal
Vleesstierenhouder Joost Rommens voert zijn Blondes d'Aquitaine en Limousins. Hij heeft twee sterren binnen het Beter Leven-keurmerk. - Foto: Joep van der Pal

Strengere regels

Rendement of geen rendement voor de boer. De consument eist meer en de Dierenbescherming zit met het Beter Leven-keurmerk ook niet stil. De organisatie is in overleg bezig met milieucriteria, werkt aan Beter Leven-zuivel en gaat haar vizier ook meer op geitenbedrijven richten. Bovendien moet de ondergrens voor alle bedrijven in 2027 één ster worden. Want, zo zegt Lamkamp: “Ik verwacht dat er dan geen markt voor vlees van reguliere bedrijven meer is.”

Het vraagt allemaal om extra en pittige investeringen door boeren. Met de onzekerheid of de consument daar ook een reële meerprijs voor wil betalen. Toch verwacht ook Huijbers dat het die ‘integrale’ kant zal opgaan. “Het zal straks om een combinatie van dierwelzijn, milieu (klimaat) en gezondheid (fijnstof) gaan. De verwende consument wil ook daar het fijne van weten en eist dit ook. Ik hoop dat zo’n breder keurmerk een echte meerprijs kan opleveren, maar ik verwacht eerder een soortgelijke situatie als bij de eerste tien jaar van het Beter Leven-keurmerk. Eerst investeren en daarna vooral een kostenvergoeding.”

‘Sterrenzuivel is onze nieuwe ambitie’

De Dierenbescherming gaat haar pijlen ook op melkveebedrijven richten. Als het aan Femke-Fleur Lamkamp ligt, ziet het zuivelschap in supermarkten straks sterretjes. Ook zijn er plannen om in samenwerking met andere partijen een natuur- en milieucomponent in het Beter Leven-keurmerk te stoppen. Toch wordt de koers niet rigoureus verlegd. “We blijven het redelijke alternatief voor de boer; stapje voor stapje en met realiteitszin. De Brabantse milieuplannen zijn een goed voorbeeld. Die zijn volgens ons nadelig voor dierenwelzijn. Daar steunen we de boer.”

Waarom Beter Leven-zuivel?

“In de melkveehouderij zijn veel punten die wij liever anders zien. Sterrenzuivel is echt onze nieuwe ambitie. We hebben hierover al gesproken met zuivelfabrieken. En enkele zijn ook geïnteresseerd.”

Wat worden de zuivelcriteria?

“Daarvoor is het te vroeg. Maar er zijn natuurlijk punten die er sowieso in zullen zitten. Grondgebondenheid bijvoorbeeld, maar ook verplichte weidegang en huisvestingscriteria. Ook het kalf bij de koe is een issue. Daarnaast werken we met uitsluitingscriteria voor ‘megastallen’. Maar de definitie daarvan voor melkveebedrijven is nog niet bepaald.”

Naam: Femke-Fleur Lamkamp (46). Organisatie: Dierenbescherming. Functie: directeur/bestuurder. - Foto: Fred Libochant
Naam: Femke-Fleur Lamkamp (46). Organisatie: Dierenbescherming. Functie: directeur/bestuurder. - Foto: Fred Libochant

En de milieucomponent?

“We willen het Beter Leven-keurmerk graag aanvullen met natuur- en milieucriteria. Beter Leven zou dan echt een welzijns- én milieukeurmerk worden. Hiervoor werken we samen met Stichting Natuur en Milieu en Vogelbescherming. Er worden nu pilots gestart en die worden straks geëvalueerd. Het is dus nog prematuur.”

De boer is nog meer kwijt?

“Dat kun je niet zo zeggen. Het luistert heel nauw. Maar feit is: sterrenvlees is een succes, de laatste jaren komen er telkens 200 tot 300 bedrijven bij. In totaal zijn er nu al 1.523. Als één ster steeds meer de norm wordt, moet je ook nadenken over nieuwe stappen/concepten. Maar daarin moeten we voorzichtig zijn. Bedrijven met één ster hebben die status ook niet zomaar bereikt.”

Kan de boer hiermee verdienen?

“Ja, de Volwaard-kip – die ook 10 jaar bestaat – heeft dat bewezen. Na een lastige beginfase kunnen boeren daar nu een goede boterham aan verdienen. Maar het kost tijd en het vraagt investeringen. De retail moet het eerst omarmen en dat gebeurt pas als de consument ‘beweegt’. Concreet betekent dit dat één sterrenvlees meestal uit kan, vlees met twee en drie sterren zeer beperkt. Toch is het belangrijk dat boeren aanhaken op het keurmerk. Het voorkomt dat hun product inwisselbaar wordt. En bulk – gangbaar – is erger dan een hogere kostprijs. Onze verwachting is dat alle bedrijven in 2027 minimaal één ster hebben.”

Waar zit vooral groeipotentie?

“De varkenssector is al voor de helft Beter Leven en de kalversector loopt tegen het plafond. Er liggen vooral kansen in de ‘nieuwe’ melkveesector. Maar zeker ook in de pluimveehouderij. Qua Beter Leven-aandeel zitten we met vleeskuikens nog rond de 15%. Dat kan beter en die tendens is er ook. Onvoldoende (dure) grond is echter een probleem. Pluimveebedrijven moeten inkrimpen om te voldoen.”

‘De plus zit in werkplezier, niet in vergoeding’

Willy en Ardi van Erp zijn echte Beter Leven-pioniers. In 2007 deden zij samen met vier andere pluimveehouders de aftrap met de Volwaard-kip. En dat was best een risico. “De stalbezetting moest vanwege de geëiste extra ruimte met een kwart omlaag en we moesten verplicht investeren in een vaste uitloop à € 26.000. En omdat we met een jaarcontract begonnen, kon het zo zijn dat die investering voor niks was geweest”, vertelt Willy van Erp.

Naam: Willy van Erp (56). Woonplaats: Sint Anthonis (Noord-Brabant). Bedrijf: samen met Ardi (55) een pluimveebedrijf met plek voor 32.000 vleeskuikens (Volwaard). - Foto: Van Assendelft Fotografie
Naam: Willy van Erp (56). Woonplaats: Sint Anthonis (Noord-Brabant). Bedrijf: samen met Ardi (55) een pluimveebedrijf met plek voor 32.000 vleeskuikens (Volwaard). - Foto: Van Assendelft Fotografie

Toch had de pluimveehouder vertrouwen. “We kregen een robuustere kip en door de meerprijs van 20% in het schap van Albert Heijn XL, Coop en Jan Linders zou het rendement net zo hoog zijn als voorheen. Ook dachten we dat er een beperkte markt voor de Volwaard-kip zou zijn. Daarnaast zag ik het als een investering in maatschappelijk draagvlak.”

‘Pas toen Plukon zich ermee ging bemoeien, kwam de vaart erin’

Het pakte in de praktijk goed uit. De durf werd beloond. Het jaarcontract werd verlengd en het beloofde gelijke rendement kwam er ook. Al was het in de eerste jaren iets lastiger om quitte te spelen. Van Erp: “In het begin was het een klein clubje en was er ook een risico dat het Volwaard-concept door de beperkte volumes dood zou bloeden. Pas toen Plukon zich ermee ging bemoeien (overname Volwaard-slachterij Flandrex), kwam de vaart erin.”

Dat wil zeggen qua deelnemers. Niet per se qua rendement. “Het verschilt natuurlijk per jaar, maar gemiddeld genomen is er niet echt een meerprijs ten opzichte van gangbaar. We hebben minder rondes per jaar en hebben hogere voer- en verwarmingskosten. Ook hebben we in onze stallen moeten investeren in lichtplaten voor extra daglicht. Dat moet allemaal terugverdiend worden. En dat kan in de praktijk vaak precies uit.”

‘De plus zit voor ons in werkplezier, we worden er als pluimveehouders zelf ook gelukkiger van’

Toch heeft Van Erp absoluut geen spijt van zijn Beter Leven-stap. Meerprijs of niet. Al zou een iets betere vergoeding er ‘best mogen zijn’. “De plus zit voor ons in werkplezier. We zien een ‘goede’ kip en hebben in de laatste tien jaar maar één keer antibiotica hoeven gebruiken. We worden er als pluimveehouders zelf ook gelukkiger van. Dit concept past bij ons. En: het rendement is ook niet onvoldoende. We bouwen eind dit jaar een nieuwe stal. Dat kan niet uit als je elk jaar verlies maakt.”

Het aanbod wordt ook strak gereguleerd. Pluimveehouders met Beter Leven-ambities staan op een wachtlijst. Dat laatste punt is een aandachtspunt voor zulke boeren, stelt Van Erp. “Dit is een sterk gedirigeerde keten. De slachterij staat vast, het voer staat vast, de retail staat vast. De regie is erg strak. Dat kun je als beknellend ervaren. Daar moet je tegen kunnen.”

Laatste reacties

  • alco1

    "Beter leven" maar ook weidegang valt daar onder, wordt aangeprezen als een extra in prijs.
    Dit gaat op zolang het een niche markt is.
    Zodra echter dat punt gepasseerd is, zijn al die regels een stok om mee te kunnen slaan voor boeren die niet als een schoothondje willen 'luisteren'.

  • Varkens in Nood

    “De varkenssector is al voor de helft Beter Leven" Hoho dat is toch niet waar? De helft van de Beter Leven bedrijven is varkensbedrijf, lees ik uit de grafiek. 3 miljoen varkens per jaar slachten voor het BLK is wel heel mooi, maar zeker nog niet de helft van de Nederlandse varkenshouderij. Vergissing?

  • ...............

    Onkunde van de freelancer.

  • Bennie Stevelink

    De varkenshouderij, pluimveehouderij en vleesveehouderij leveren allen generieke producten die zich niet onderscheiden. Het Beter Leven keurmerk creëert voor het eerst onderscheid.
    In de zuivel is dat anders, daar hebben verschillende producenten hun eigen merken die onderscheidend zijn. Ook in toenemende mate onderscheidend zijn in dierwelzijn en duurzaamheid. Een Beter Leven keurmerk degradeert de huidige merken en verzwakt daarmee de positie van de boer.

  • adriemulders

    is dit nieuws???.je krijgt de meerkosten vergoed,en niets extra dus wist je vantevoren dat je er niets mee ging verdienen.

  • Uit economisch oogpunt valt er wel wat positeifs over het BLK te zeggen. Dankzij het keurmerk is de omzet van de veehouderij met tientallen miljoenen euro's gestegen. Een deel van die extra omzet verdwijnt door de extra kosten, maar er zijn wel degelijk veehouders die wat in de eigen zak weten te houden. Ook verbetert het BLK het imago van de veehouderij. Er zijn varkenshouders die plotseling 'trots' worden op hun bedrijf, een beetje voorbarig gezien de omstandighede waaronder deze dieren leven, maar het is minder erg dan het was. Een derde positief punt is dat de Nederlandse vleesverkopers voortaan een monopolie hebben bij met name het varkensvlees. De supermarkten hebben immers afgesproken alleen BLK-producten te verkopen en die worden alleen in ons land geproduceerd. De buitenlandse concurrentie is met hulp van de Dierenbescherming weggevaagd..

  • Bennie Stevelink

    @Ben Menting, de argumenten die jij noemt gelden niet voor de melkveehouderij. Mijn vrees is dat we met het keurmerk, wat eigendom is van de Dierenbescherming, onze eigen merken degraderen en ons afhankelijk maken van de Dierenbescherming. Ik vind het beter om onze eigen merken gelijkwaardig te maken aan het BLK. De eventuele meeropbrengst komt dan volledig bij de boer terecht en blijft niet gedeeltelijk hangen aan de strijkstok van de Dierenbescherming.

  • J. Hogenkamp

    @Ben Menting, ik ben zelf geen deelnemer aan het BLK, maar deze betitelen als houderij met "minder erge omstandigheden" is jouw persoonlijke mening. De Heus en VION mogen nog wel eens nadenken om jou voor hen nog meer stukkies te laten schrijven richting boeren. De (BLK) boer heeft als voedselproducent meer oprechte "trots" dan allen met een abstract beroep. @Bennie Steveling, volgens de Dierenbescherming hebben zij zelf geen inkomsten van het BLK, maar dat kan een journalist natuurlijk snel natrekken.

  • Mijn stelling is dat het Beter Leven Keurmerk veel goeds heeft gebracht voor de varkenshouderij: een beter aanzien, hogere opbrengst, een stap op weg naar meer diervriendelijkheid, monopoly op de Nederlandse markt. Ik denk dat dat er veel protest van varkenshouders, slachterijen, industrie en retail zou zijn bij het idee om BLK af te schaffen. Het is jammer dat er geen groot financieel voordeel wordt behaald, maar de sector staat gelukkig niet met lege handen

Laad alle reacties (5)

Of registreer je om te kunnen reageren.