Home

Achtergrond 2957 x bekeken 6 reacties

Wegwijs raken in woud van mestregels

Een grote veedichtheid, intensief grondgebruik en aanscherping van milieueisen hebben het Nederlandse mestbeleid doen uitdijen tot een ongekende berg regels.

De introductie van fosfaatrechten voor melkvee is het zoveelste hoofdstuk in het Nederlandse mestbeleid. Nog een regel erbij in een regelbrij waarmee veehouders en akkerbouwers nu al te maken hebben.

Illustratie: Herman Roozen
Illustratie: Herman Roozen

De mestwetgeving richt zich op de productie van dierlijke mest, meer specifiek op de hoeveelheid stikstof en fosfaat in die mest. Veehouders hebben vooral te maken met regels die de mestproductie beheersbaar moeten houden. Samen met akkerbouwers hebben ze te maken met gebruiksnormen die bepalen hoeveel stikstof en fosfaat per hectare grond gebruikt mag worden. Dat geldt voor stikstof en fosfaat uit dierlijke mest, maar ook uit kunstmest en andere meststoffen zoals compost en schuimaarde. De gebruiksnormen zijn in de afgelopen decennia steeds lager geworden.

Als er vanaf 2018 geen derogatie zou zijn, zou dat de rundveehouderijsector minimaal €155 miljoen gaan kosten. Dat <a href="http://www.boerderij.nl/Home/Achtergrond/2016/3/Kosten-rijzen-de-pan-uit-als-derogatie-wegvalt-2777033W/">is in maart berekend</a> door Wageningen Economic Research (voorheen LEI).
Als er vanaf 2018 geen derogatie zou zijn, zou dat de rundveehouderijsector minimaal €155 miljoen gaan kosten. Dat is in maart berekend door Wageningen Economic Research (voorheen LEI).

Al voor de afschaffing van het melkquotum is geprobeerd de groei te begrenzen via de zogenoemde melkveewet. De derde fase van deze wet is een rigoureuze ingreep; herinvoering van fosfaatrechten die gepaard zal gaan met een forse krimp van de melkveestapel die sinds 2013 enorm is gegroeid. Het wetsvoorstel wordt dit najaar behandeld in het parlement. De voorgenomen ingangsdatum is 1 januari 2017.

Snelle invoering fosfaatrechten voor behoud derogatie

Een snelle invoering van fosfaatrechten is van groot belang voor het behoud van de zogenoemde derogatie. Daarvan profiteren in de eerste plaats melkveehouders zelf, zij hebben immers het grootste deel van het areaal derogatiegrond. Maar ook vleesveehouders kunnen derogatie toepassen. Zonder derogatie zou de druk op de Nederlandse mestmarkt verder toenemen. Het belang van mestexport wordt dan nog groter dan dat het nu al is.

Om te voldoen aan normen voor verbeteren en behoud van waterkwaliteit die vanuit Europese Milieuregels zijn opgesteld, gelden normen voor het gebruik van meststoffen. Die zijn jarenlang aangescherpt. Met name vanuit de akkerbouw klinkt de roep dat de bodem verschraald: met gewassen worden meer mineralen aan de grond onttrokken dan dat er volgens de normen via bemesting aangewend mogen worden.

Lees meer berichten over mest in het dossier

Rundveehouderij: harde ingreep door groeispurt melkveestapel

De eerste twee stappen van de melkveewet bleken niet opgewassen tegen de groeidrang van de melkveehouders.
De melkveestapel groeide van 1,48 miljoen melkkoeien op 1 april in 2012 naar 1,62 miljoen melkkoeien op 
1 april 2015. Met de groei van de melkveestapel steeg ook de mestproductie.

In 2014 werd al duidelijk dat de mestproductie door melkvee zou uitkomen boven het niveau van 2002. Dat jaar is belangrijk, omdat de mestproductie in 2002 een belangrijk onderdeel is van afspraken met Brussel over het Nederlandse mestbeleid. Een van de voorwaarden voor de zogenoemde derogatie is dat de Nederlandse mestproductie (uitgedrukt in stikstof en fosfaat) niet hoger mag worden dan in 2002. Dat is de basis voor het veelbesproken fosfaatplafond. Met Brussel is alleen een nationaal plafond afgesproken. Maar binnen de veehouderij zijn afspraken gemaakt dat de productie 2002 ook de verdeling tussen sectoren vastlegt. Er zitten nu in feite schotten tussen de verschillende sectoren op basis van de fosfaatproductie in 2002. Melkvee 84,9 miljoen kilo fosfaat, varkens 39,7 miljoen kilo en pluimvee 27,4. Het totale plafond voor fosfaat bedraagt 172,9 miljoen kilo.
Het melkvee produceerde in 2014 85,6 miljoen kilo fosfaat. De totale fosfaatproductie (171,7 miljoen kilo) zat nog net onder het plafond.

In 2015 werd duidelijk dat ook het totale plafond overschreden zou worden. Dat werd de aanleiding voor de aankondiging van fosfaatrechten op 2 juli 2015. Die datum werd daarmee ook de referentiedatum voor het aantal fosfaatrechten voor melkvee dat een melkveehouder krijgt. De definitieve fosfaatproductie door melkvee in 2015 bedraagt 92,8 miljoen kilo, bijna 8 miljoen kilo boven het sectorplafond. De melkveestapel zal fors moeten krimpen en daarom moet bij de invoering van fosfaatrechten worden voorzien in een zogenoemde generieke korting.

In de tabel is de berekeningsmethode volgens het wetsvoorstel weergegeven. Bedrijven met melkvee krijgen fosfaatrechten op basis van het aantal dieren op 2 juli 2015. Aantal dieren maal de bijbehorende norm voor fosfaatproductie per dier bepaalt de hoeveelheid fosfaat. In het voorbeeld is dat 6.363 kilo fosfaat. Die hoeveelheid mag de melkveestapel in 2017 maximaal produceren. In 2018 wordt dan de generieke korting doorgevoerd. Daarbij worden extensieve bedrijven (deels) ontzien, zoals weergegeven in de rechterkolom.

*) norm op basis van 8.500 kg melk per koe per jaar
**) intensief 40 ha gras en 10 ha mais, extensief 75 ha gras. Alle grond fosfaattoestand neutraal
***) extensieve bedrijven krijgen (deels) een vrijstelling voor de generieke korting, de vrijstelling is echter maximaal de melkveefosfaatruimte. In het voorbeeld zou voor het extensieve bedrijf bij een volledige vrijstelling geen korting van toepassing zijn, maar omdat de melkveefosfaatruimte 387 kilo is, wordt de korting 122 kilo fosfaat (509-387)


Akkerbouw: strengere gebruiksnormen dreigen

Een akkerbouwer heeft te maken met drie soorten gebruiksnormen: fosfaat, stikstof en dierlijke mest.
De fosfaatnormen gaan zowel over dierlijke mest, kunstmest als over overige organische mest. Voor fosfaat zijn er gebruiksnormen voor grasland en voor bouwland en per grondsoort. Sinds 2010 hangt de hoogte van de gebruiksnorm af van de hoeveelheid fosfaat gemeten in de grond (Pw voor bouwland en PAL voor grasland). Van 2015 tot 2017 mag op bouwland tussen 50 en 75 kilo fosfaat per hectare per jaar worden aangewend. Voor grasland is dat tussen 80 en 100 kilo.

Voor stikstof is het stelsel van gebruiksnormen ingewikkelder dan voor fosfaat. De stikstofgebruiksnormen hebben net als voor fosfaat betrekking op kunstmest, dierlijke mest en overige organische meststoffen, maar van beide laatstgenoemde soorten mest telt alleen de werkzame hoeveelheid stikstof mee. Dit wordt uitgedrukt in de werkingscoëfficiënt (w.c.). Deze varieert van 10 tot 80% ten opzichte van de werking van kunstmest (100%). Voor vaste dierlijke meststoffen gelden waarden tussen 30 en 60%. Voor dunne dierlijke mest liggen de waarden tussen 45 en 80%.

De belangrijkste bronnen voor organische stof op bouwland zijn gewasresten (38%) en dierlijke mest (30%). Op grasland is runderdrijfmest de belangrijkste bron van dierlijke mest (78%), gevolgd door overige mest (13%), varkensdrijfmest (6%) en pluimveemest (3%). Het aandeel dierlijke mest varieert van 50% (bloembollen) en 45% (akkerbouw in het zuidelijke zandgebied) tot 10% (akkerbouw in het kleigebied).

De overschrijding van nitraatconcentraties in grond- en oppervlaktewater wordt vooral op akker- en tuinbouwbedrijven en hokdierbedrijven in de zuidelijke zand- en lössgebieden aangetroffen. Voor deze gebieden gelden al strengere normen en deze zullen mogelijk nog verder worden aangescherpt.

Varkenshouderij: nut en noodzaak varkensrechten dit jaar geëvalueerd

Om het overschot aan mest in Nederland te verminderen, besloot de Nederlandse regering in 2014 om het stelsel van varkens- en pluimveerechten overeind te houden tot en met 2017. Nog dit jaar wordt het effect van het stelsel geëvalueerd. De uitkomst hiervan bepaalt of het stelsel wordt verlengd na 2017 of niet.

In het stelsel van varkens- en pluimveerechten wordt het effect van de mestverwerkingsplicht en de werking van het gebruiksnormenstelsel meegewogen. Mogelijk neemt de overheid een deel van de rechten in. Op 1 juli 2017 wordt bepaald of een generieke afroming van de varkensrechten nodig is. Dit zal afhangen of de varkenshouderij in 2016 opnieuw meer fosfaat (in 2015 +1%) produceerde dan het afgesproken plafond. Een alternatieve maatregel die de regering achter de hand houdt, is het intrekken van de POR-ontheffingen. POR staat voor Regeling ontheffing productierechten Meststoffenwet.
De extra ruimte die voor de varkenshouderij beschikbaar is, is maximaal 900.000 kilo fosfaat. Omgerekend is dit maximaal 121.622 varkenseenheden. Met deze regeling kunnen varkenshouders uitbreiden met de helft van de benodigde varkensrechten, mits zij hun volledige fosfaatoverschot op hun bedrijf laten verwerken. De ontheffingen gelden tot en met 2017.

De productie van dierlijke mest wordt in Nederland voor bijna 90% gelimiteerd door het stelsel van dierrechten voor varkens en pluimvee en productiebeperkende maatregelen voor melkvee.
De toevoeging van koper en zink aan varkensvoer is ook een item. Deze zware metalen zijn vervuilend. Hiervoor is het voerspoor ontwikkeld. Veevoertabellen zijn opgesteld waarin precieze koper- en zinkbehoefte per categorie varkens staat vermeld zodat onnodig emissie van koper en zink voorkomen wordt.

Lees het complete artikel in Boerderij nr. 53 van 27 september 2016.
Alle officiële informatie over mest staat op RVO.nl. Daar staan ook alle tabellen met normen die de boer moet gebruiken.

Wim Esselink en Esther de Snoo

Laatste reacties

  • Wv01


    Het komt me de keel uit!

    Wanneer gaan we met z'n allen deze onzin stoppen!!!!!!???

  • Zuperboer

    Nooit, pas als de laatste boer het licht uit doet.

  • Weerkundige

    begint al donker te worden

  • alco1

    Dat export niet afgetrokken mag worden.
    Dat bv. Geitenmest geen quotum heeft.
    Dat het niet uitwisselbaar is tussen de sectoren.

    Beste mensen dit bewijst duidelijk dat het niet gaat om vervuiling, maar om iets geheel anders.
    Europees beleid: Evaluatie met andere landen.
    Het LTO moet op de bres tegen al deze onzin.
    De industrie heeft in andere landen ook geen quotum, waarom wij dan wel in iets waar ons land goed in is.

  • Edje2

    De tijd dat boer zijn leuk was is echt voorbij.Het is dat mijn zoon interesse heeft anders stopte ik er vandaag nog mee...

  • Wv01

    Precies en we kijken nog steeds gelaten mee...kom op collega's en vooral dat LTO, WAAR STAAN ZE VOOR??
    We worden grofweg besodemieterd!
    Het roer moet om bij ons allemaal, tot hier en niet verder!

    Mijn zoon heb ik met klem aangeraden om iets anders te gaan doen, dat zien ze gelukkig nu ook zelf.
    Gun ze dit leven niet! Kapot laten maken door een woud van nikszeggende regels

Laad alle reacties (2)

Of registreer je om te kunnen reageren.