Home

Achtergrond 2194 x bekeken 1 reactie

'De grenzen van de groei zijn bereikt in Nederland'

Nederland kan een cruciale rol spelen in het oplossen van het wereldvoedselvraagstuk, vindt Hans Hoogeveen, ambassadeur van wereldvoedselorganisatie FAO. "Tegelijkertijd past bescheidenheid op een aantal andere dossiers."

Hans Hoogeveen had niets met de landbouw toen hij in 1984 begon met werken bij het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij. Hoogeveen had rechten gestudeerd in Leiden en door de invoering van het melkquotum was het ministerie op zoek naar juristen. Hij wilde wel een paar jaar werken bij het ministerie. Niet wetende dat hij er 32 jaar zou blijven. Dat heeft te maken met het – volgens hem- geweldige beleidsveld. “Je bent bezig met alles wat groeit en bloeit en dat belangrijk is voor het leven van mens, dier en plant. Dat is altijd actueel en cruciaal”, zegt Hoogeveen enthousiast.

Hans Hoogeveen (57) werd in 2007 directeur-generaal Agro en Natuur bij het ministerie van Economische Zaken. Die functie heeft hij per 1 september verruild voor het ambassadeurschap bij wereldvoedselorganisatie FAO van de Verenigde Naties.</p>
<p><em>Foto: Roel Dijkstra</em>
Hans Hoogeveen (57) werd in 2007 directeur-generaal Agro en Natuur bij het ministerie van Economische Zaken. Die functie heeft hij per 1 september verruild voor het ambassadeurschap bij wereldvoedselorganisatie FAO van de Verenigde Naties.

Foto: Roel Dijkstra

In Rome wordt u hoogste vertegenwoordiger van Nederland bij de wereldvoedselorganisatie FAO van de Verenigde Naties. Wat gaat u daar doen?

“Ik heb een grote passie voor het wereldvoedselvraagstuk. Daar waar Nederland bescheidenheid past in een aantal andere vraagstukken, heeft ons land een cruciale rol bij het oplossen van het wereldwijde voedselzekerheidsvraagstuk. Nederland heeft een enorme kennis, kunde en vakmanschap op het gebied van voedselproductie. Het gaat niet alleen om het Wageningen-complex, maar om de hele keten, inclusief de primaire ondernemers.
Nederland is in staat om kennis en kunde te verbinden met de praktijk én de bereidheid om andere landen daarin te helpen ontwikkelen. Met een stukje diplomatie - want dat heb je toch nodig - en met steun van de Wereldbanken de FAO, kunnen we echt stappen zetten. Iedereen zegt dat geld het probleem is. Maar grote foundations zijn vaak juist op zoek naar goede programma’s om te financieren. En dan komen ze altijd bij Nederland terecht.”

Oogst van spitskool in Noord-Holland. "Nederland heeft een enorme kennis, kunde en vakmanschap op het gebied van voedselproductie", zegt Hoogeveen.</p>
<p><em>Foto: Henk Riswick</em>
Oogst van spitskool in Noord-Holland. "Nederland heeft een enorme kennis, kunde en vakmanschap op het gebied van voedselproductie", zegt Hoogeveen.

Foto: Henk Riswick

Kunt u vanuit Rome ook iets gaan betekenen voor de Nederlandse boer?

“Absoluut. De wereldbevolking groeit, maar we kunnen vanuit Nederland niet 9 miljard mensen voeden. We moeten ons ook realiseren dat in Nederland de grenzen van de groei bereikt zijn. We kunnen de veestapel niet verdubbelen en dat moeten we ook niet willen. We kunnen met onze kennis en kunde er wel voor zorgen dat de wereld gevoed kan worden. En dat levert banen op daar, maar ook in Nederland.”

U heeft voor 15 bewindspersonen gewerkt. Zit daar veel verschil?

“Ja. Het zit in kennis en kunde en in politieke achtergrond. Ik heb voor CDA, VVD en PvdA-bewindslieden gewerkt. Daar zit verschil in, en dat is maar goed ook. Wat ik wel heb gemerkt, is dat iedere bewindspersoon gedrevenheid krijgt of heeft voor het dossier. Dat komt door de aard van het beleidsveld. Het raakt mensen en we hebben een agribusiness die staat.”

U bent trots op de agrosector, maar u zegt ook dat Nederland bescheidenheid past. Op welke punten?

“We zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met de grenzen van de agrarische ontwikkeling. Kijk naar de milieuproblematiek, maar ook ten aanzien van dierenwelzijn wordt kritisch gekeken. Dierenwelzijn is niet alleen een onderdeel van de vermaatschappelijking van de sector, het wordt ook onderdeel van het vermarkten van je product. Ook voedselschandalen zijn niet meer acceptabel. Daar moeten we gezamenlijk hard tegen optreden.

Hoe kan dat?

“Je ziet dat de verbinding tussen bedrijfsleven, kennis en overheid oplossingen kunnen bieden. Bijvoorbeeld via mestverwerking of met andere innovaties. Kijk naar de herstructureringsplannen voor de tuinbouw en de varkenshouderij. Eurocommissaris Phil Hogan was echt onder de indruk van het plan. Hij wilde het wel Europees regelen. Deze plannen zijn echter alleen te regelen als het bedrijfsleven het voortouw neemt en samen met de bank en de overheid een gezamenlijke kracht ontwikkelen. De tijd dat we vanuit het ministerie de sector kunnen maken is voorbij.”

Het plan ligt er, de uitvoering moet nog komen.

“Ja, maar het plan voor de tuinbouw is al een stap verder. De ontwikkelingsmaatschappij voor de tuinbouw is opgericht en dat gaat werken. Ik ben ervan overtuigd dat met het draagvlak dat er voor is en de sterke ondersteuning van de Rabobank dat het gaat slagen.”

Zouden andere sectoren ook een sectorplan moeten maken?

“De melkveehouderij heeft nog een dimensie extra met de fosfaatproblematiek. Rabobank roept op om met een plan als Veerman en Rosenthal te komen voor de sector. Zo’n aanbod moet je niet afslaan. Voor de pluimveesector geldt hetzelfde. Zij lopen met name door het rapport over de gezondheidsproblematiek ook tegen grenzen aan.”

De akkerbouw is dus de enige sector die geen noodplan nodig heeft?

“Nee. Maar de situatie in de akkerbouw is ook echt anders. Zij hebben de afgelopen jaren een omslag gemaakt door de hervormingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, GLB.”

Hoe ziet u de toekomst van het GLB?

“Voor de vermaatschappelijking van de voedselproductie en de milieu- en klimaatvraagstukken moeten antwoorden worden gevonden. Er zal meer geld moeten naar innovaties die hierop gericht zijn. We zullen veel meer moeten naar regionalisering van productie met oog voor draagvlak van de samenleving en oog voor het effect op het milieu en klimaat. Het is cruciaal dat we veel beter weten wat er in ons voedsel zit en hoe het wordt gemaakt. Er moet een betere ketentransparantie komen. De positie van de boer moet in de keten worden versterkt. Als je naar de consument meer inzichtelijk maakt waar de marges zitten, kun je wel eens een andere verdeling van de marges krijgen.”

Toen u begon bij het ministerie werd het melkquotum ingevoerd, nu is het eraf. Kan de Nederlandse veehouderij zonder begrenzing?

“Het is gebleken van niet. We hebben intensief gesproken over afschaffing van de quotering. De sector is toch helaas niet in staat geweest om er zelf voor te zorgen dat ze onder de milieugrenzen zouden blijven. De fosfaatrechten moeten worden ingevoerd om niet over de milieugrens heen te gaan, maar ook om de afspraken met Brussel na te komen. Iedereen doet daar nog altijd heel gemakkelijk over. Derogatie is geen gegeven. Het is geen recht en we zijn fors door het fosfaatplafond heen gegaan. Brussel zal dus niet alleen heel kritisch zijn over het blijven van de huidige derogatie, ook voor de onderhandelingen voor het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn en een nieuwe derogatie moeten we laten zien dat het ons ernst is om binnen de grenzen van de nitraatrichtlijn te produceren.”

'Derogatie is geen gegeven, geen recht. En we zijn fors door het fosfaatplafond heen gegaan'

Zit Nederland echt in het beklaagdenbankje?

“Voor het vijfde Actieprogramma was al een ‘hell of a job’ om de derogatie te behouden. We hebben nu nog niet alles gerealiseerd wat we beloofd hebben te doen in deze periode. Brussel wist dat we door het fosfaatplafond heen zouden gaan. Als je daar niet van tevoren transparant over bent, slaat het in als een bom. Dan krijg je direct een zware reactie. Maar ze zijn wel erg geschrokken van de mate waarin de normen zijn overschreden. Cruciaal voor het behoud van de derogatie is dat we het fosfaatrechtenstelsel dit jaar aangenomen krijgen in het parlement. Als dat niet gebeurt, dan vrees ik het ergste. Niet alleen voor de huidige derogatie, maar zeker voor een nieuwe derogatie.”

Hoogeveen: "De fosfaatrechten moeten worden ingevoerd om niet over de milieugrens heen te gaan, maar ook om de afspraken met Brussel na te komen."</p>
<p><em>Foto: Fotopersburo Dijkstra</em>
Hoogeveen: "De fosfaatrechten moeten worden ingevoerd om niet over de milieugrens heen te gaan, maar ook om de afspraken met Brussel na te komen."

Foto: Fotopersburo Dijkstra

Is er in Brussel nog wel vertrouwen in de zoveelste reparatiewet omdat milieunormen worden overschreden?

“Nederland heeft wel vertrouwen gekregen omdat we als enige een rechtenstelsel voor de varkens- en pluimveesector hebben ingesteld en dat ook weten te handhaven. Dat heeft veel positieve indruk gewekt in Brussel. Natuurlijk kun je ook overwegen om de nitraatrichtlijn aan te passen, maar dan ben je zo 3 tot 4 jaar verder.”

Is dat een realistische route?

“Ik denk met de zware discussie over milieu en klimaat dat er niet een gunstig getij is om te zeggen dat we het maar wat minder nauw moeten nemen met de milieumaatregelen. Het door produceren ten koste van milieumaatregelen en ten koste van de grond betekent ook einde oefening voor de Nederlandse veehouderij. En zeker voor de Nederlandse melkveehouder.”

Er lijkt de laatste jaren veel veranderd bij onderhandelingen met de sector op het ministerie. is dat zo?

“Ja, ten positieve. Ik vind het heel goed dat we nu met verschillende maatschappelijke geledingen om tafel zitten. Vroeger was het toch vooral LTO en het ministerie. NZO, maar ook Natuur en Milieu zitten nu ook aan tafel. Dat is ook voor de sector cruciaal. Uiteindelijk valt of staat iets met maatschappelijk draagvlak. Kijk naar weidegang, dat is heel erg belangrijk voor het maatschappelijk sentiment.”

Eén reactie

  • DJ-D

    Bij Natuur en Milieu voor in de sloot was het oppervlakte water zwaar vervuild bleek uit onderzoek van NMV.

    Veedichtheid heeft geen relatie met waterkwaliteit.
    Derogatie alleen baseren op waterkwaliteit is niet eerlijk als landbouw niet het probleem veroorzaakt!!!!

Of registreer je om te kunnen reageren.