Home

Achtergrond 2120 x bekeken

'Weemoed naar het gemengd bedrijf'

Ton Verstegen publiceerde het boek 'Rogge en Wilde Rijst'. Een kleurrijk en persoonlijk verslag van de zoektocht naar zijn eigen wortels in het Brabantse boerenland, via een omweg door de VS. Een pleidooi voor het gemengd bedrijf.

Ton Verstegen (1944) is boerenzoon, maar hij trad niet in de voetsporen van zijn vader. Hij werd agrarisch socioloog, werkte bij de Academie van Bouwkunst in Arnhem, publiceerde over ruimtelijke ordening en landschapsarchitectuur. Zijn liefde voor het Oost-Brabantse land waar hij groot werd gebracht, ging niet verloren.

Ton Verstegen kwam van een gemengd bedrijf in Voederheil, een dorp op de Oost-Brabantse zandgronden. Hij zag zijn vader het katholieke Boer en Tuinder lezen en hij knipte er zelf de plaatjes van de landbouwmachines uit, die hij in zijn plakboek opplakte. De moderne trekkers uit het plakboek waren iets uit een andere wereld waarvan Verstegen kon dromen; zijn vader had nog gewoon een trekpaard.

Verstegen dook in de geschiedenis van zijn familie en kwam via een ingewikkelde, historische U-bocht terecht bij de Menominee-indianen in de Amerikaanse staat Wisconsin. Daar streken halverwege de negentiende eeuw de broers Jan en Arnold Verstegen neer, de laatste vergezeld van zijn gezin. Later voegde de vader van Jan en Arnold zich ook bij de emigranten. In totaal zouden er 24 Verstegens de overtocht wagen. De Verstegens zijn zowel in tijd als in familieverband verre neven van de schrijver.

Menominee-indianen.<em><br />Foto's uit boek <a href="http://www.afdh.nl/boeken/rogge-en-wilde-rijst.aspx">Rogge en Wilde Rijst</a></em>
Menominee-indianen.
Foto's uit boek Rogge en Wilde Rijst

Nieuwe toekomst

De Verstegens zagen een nieuwe toekomst in het verre Amerika. Zij behoorden tot een groep landverhuizers, waarvan er een kleine 200 uit Oost-Brabant kwamen, het merendeel daarvan uit Uden en directe omgeving. Ze volgden Theodorus van den Broek die een eigen Dominicanenklooster wilde opzetten in Wisconsin.

De 'invasie' van de Brabanders in de Lower Fox River Valley had een ware landschappelijke metamorfose tot gevolg. De pioniers kregen een eigen stuk grond toegewezen, ten koste van de Menominee-indianen die het hele concept van grondeigendom niet kenden.

Zakelijk ging het de Verstegens voor de wind in de VS. Ze ontgonnen en beteelden de vruchtbare grond langs de rivier, bouwden een graanmolen en voegden daar later nog een zaagmolen aan toe.

Parallellen

Verstegen ziet parallellen tussen de situatie in Wisconsin en zijn eigen geboortestreek. Zoals de emigranten het oorspronkelijke landschap veranderden in Wisconsin, zo waren het in Nederland de rijkslandbouwconsulenten die via overtuiging en lichte sturing probeerden de kleine en soms achterlijk beschouwde dorpen naar een hoger plan te tillen.

Hoe Voederheil en omliggende dorpen opklommen in de vaart der volkeren, beschrijft Verstegen met gevoel voor nostalgie. Zijn Wageningse leermeester Evert Hofstee zei ooit: "Wie niet ziende blind en horende doof is, ziet dat we afscheid nemen van het platteland van onze jeugd. En dat dit afscheid voorgoed is". Hofstee zei bijvoorbeeld dat een bedrijf aan een verharde weg meer kans had op een betere toekomst.

Auteur Ton Verstegen.
Auteur Ton Verstegen.

Land van gier en mest

Die verharde weg kwam er: de Middenpeelweg, een streep door het landschap die de lokale gemeenschap genadeloos doorkruiste. Het werd een dodenweg. De planners hadden de droom van een moderne boerenstand in een goed ontsloten Brabant tot een karikatuur gemaakt, schrijft Verstegen. "Het Peellandschap zou met steeds grootschaliger ruilverkavelingen veranderen in een landschap van varkensstallen, gier en mest."

Dat deprimerende beeld lijkt inmiddels wat op te fleuren. De Middenpeelweg is inmiddels met parallelwegen en veilige erfontsluitingen een stuk vriendelijker geworden. En er zijn ondernemers met nieuwe plannen, zoals de te vroeg overleden varkenshouder Harrie Henst, een vernieuwer die het experiment niet schuwde. Een moderne landverhuizer, schrijft Verstegen, die niet koos voor een nieuwe toekomst ver weg, maar voor een innovatief plan in eigen regio.

Gemengd bedrijf

Hoe weerbarstig de ontwikkeling van nieuwe plannen is, laat Verstegen ook zien. Soms draaien ambtelijke molens te langzaam om een plan van de grond te krijgen, en soms gunnen ze de ondernemer de tijd niet zijn plannen te realiseren. Het landbouwontwikkelingsgebied kwam en ging, nog voor Henst zijn ideeën kon verwezenlijken. Nu moet zijn zoon de plannen aanpassen en laten afmeten langs de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij.En er zijn boeren aan de andere kant van de Middenpeelweg die kiezen voor multifunctionaliteit: boerderijen met natuurontwikkeling, met recreatieve elementen, met een zorgtak of andere bedrijvigheid. Bedrijven, zoals Jan Douwe van der Ploeg, de latere opvolger van de Wageningse socioloog Hofstee ze zou beschrijven, als het gemengd bedrijf nieuwe stijl. Dat gemengde bedrijf uit de jaren vijftig, dat was zo gek nog niet, zo betoogt Verstegen.

Moderne veehouderij in langs de  Fox River (Wisconsin).
Moderne veehouderij in langs de Fox River (Wisconsin).

Brabantse boeren volgden priester Van den Broek

Rogge en wilde rijst vertelt het verhaal van een bijzondere landverhuizing uit de geboortestreek van Ton Verstegen in Oost-Brabant.
De boerenemigranten bouwden vanaf 1850 een nieuw bestaan op in Wisconsin USA, onder leiding van priester en avonturier Theodorus J. van den Broek.
In het gebied waar zij zich vestigden, woonden ook de Menominee, een indianenstam die zijn territoir kwijtraakte.
In het tweede deel van zijn boek keert de schrijver terug naar het boerenbedrijf, het land van zijn jeugd, en naar zijn studietijd in Wageningen. Beide delen samen vormen een avontuurlijke mentaliteitsgeschiedenis. Verstegen ziet overeenkomsten in vindingrijkheid en veerkracht tussen de Oost-Brabanders en de Menominee-indianen.

Rogge en Wilde Rijst, Ton Verstegen; AFdH Uitgevers; 272 pagina's; 9789072603524; €24,50

Of registreer je om te kunnen reageren.