Home

Achtergrond 1245 x bekeken

Vee versus gezonde lucht

Het VGO-rapport lijkt te dun voor harde beleidsregels voor veehouderijen. Toch komt het kabinet met de Wet dieraantallen en werken gemeenten aan extra regels voor fijnstofreductie.

Direct na het verschijnen van de onderzoeksresultaten Veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO) blies het kabinet het wetsvoorstel dieraantallen en volksgezondheid nieuw leven in. Dit wetsvoorstel geeft provincies en gemeenten de bevoegdheid het aantal dieren per bedrijf of regio te beteugelen. Op initiatief van Brabant ligt het wetsvoorstel al sinds 2014 klaar. Echter, de wetenschappelijke onderbouwing voor een relatie tussen vee en volksgezondheid ontbrak.

De uitkomst van het VGO-onderzoek brengt daar verandering in, menen PVDA-staatssecretarissen Martijn van Dam (Economische Zaken) en Sharon Dijksma (Infrastructuur en Milieu). Want de onderzoekers van RIVM, Wageningen UR, Nivel en Universiteit Utrecht noteerden als belangrijkste uitkomst dat in de buurt van veehouderijen meer endotoxinen (bacteriëndeeltjes) en fijn stof in de lucht kunnen voorkomen. Zij veronderstellen een relatie tussen die concentraties en het aantal longontstekingen bij bewoners.

Limburg, Gelderland en Noord-Brabant kennen de grootste veedichtheid. Wat betekent de uitkomst van het onderzoek en het wetsvoorstel?

Longontsteking komt in Limburg en Zuidoost-Brabant in alle jaren (2007-'13) vaker voor dan in het controlegebied. Tot 2009 werd een significant verschil gevonden, sinds 2013 ook weer.

Limburg en Gelderland zijn tegen

De provincies Limburg en Gelderland zitten niet te wachten op een Wet dieraantallen en volksgezondheid. Provinciebestuurders Jan Jacob van Dijk (CDA - Gelderland) en Patrick van der Broeck (CDA - Limburg) zeggen geen behoefte te hebben het aantal dieren in hun regio te begrenzen. De gedeputeerden noemen de onderzoeksresultaten 'teleurstellend' en 'weinig verrassend'. Liever sturen ze op doelen. Van der Broeck: "Ik heb geen Wet dieraantallen nodig. Wij streven kwaliteitsdoelen na en geen kwantitatieve doelen."

Ook Van Dijk zit niet te wachten op een sturingsinstrument voor dieraantallen. "Het gaat erom de fijnstofuitstoot te verminderen. Met techniek en nieuwe stalsystemen is een reductie van fijn stof te bereiken, niet per se met het verminderen van dieren." Hij hekelt de uitkomst van het onderzoek omdat heldere normen voor bijvoorbeeld afstand tussen veehouderij en burgerwoning of voor uitstoot niet te maken zijn. "Een causaal verband tussen bepaalde ziekten en aandoeningen en veehouderijen is niet aangetoond en gaat er naar alle waarschijnlijkheid ook niet komen. Ik zou als beleidsmaker op basis van dit rapport geen maatregelen willen nemen. Ik kan nu niet naar een pluimveehouder stappen en eisen dat hij zijn stal aanpast omdat zijn uitstoot misschien gevaarlijk is voor omwonenden. We weten het immers niet zeker.”

Pluimveegemeenten aan de slag met fijn stof

In Limburg werken de gemeenten Nederweert, Horst aan de Maas, Venray, Peel en Maas en Leudal samen aan nieuw beleid om de uitstoot van fijn stof door pluimveehouderijen aan banden te leggen. Concrete maatregelen zijn er nog niet. Wel wordt het toepassen van innovatieve stalsystemen die verder gaan dan de wettelijke landelijke reductiedoelstellingen voor de uitstoot van ammoniak, geur en fijn stof, gestimuleerd. Hiervoor is in 2015 een subsidieregeling opengesteld. Tien subsidies zijn verleend.

In Gelderland zijn de gemeenten Ede, Barneveld, Renswoude en Scherpenzeel in overleg met de pluimveesector om de uitstoot van fijn stof te verminderen. Aart de Kruijf is wethouder (SGP) van Barneveld en zegt dit najaar al aanvullende regels te verwachten voor pluimveebedrijven in de Gelderse Vallei. “Samen met de sector willen we maatregelen bij de bron treffen, denk aan het aanpassen van stallen.” Dit heeft mogelijk consequenties voor vooral de biologische pluimveebedrijven. “Pluimveebedrijven hebben de afgelopen jaren een meer open en diervriendelijk stalsysteem gekregen. Consequentie is meer uitstoot. Dit geldt ook zeker voor biologische bedrijven. Het is de vraag of het nog gerechtvaardigd is dat deze bedrijven een exclusieve benadering krijgen in de wet.”

De onderzoeksgebieden van het project veehouderij en gezondheid omwonenden.<br /><em>Beeld: RIVM</em>
De onderzoeksgebieden van het project veehouderij en gezondheid omwonenden.
Beeld: RIVM

Brabant is voor

Het wetsvoorstel dieraantallen en volksgezondheid is in 2014 tot stand gekomen op aandringen van de provincie Noord-Brabant. “We hebben inderdaad stevig gelobbyd voor deze wet in Den Haag”, beaamt de Brabantse gedeputeerde Anne-Marie Spierings (D66). Ze is erg blij dat het wetsvoorstel uit de ijskast is gehaald. “Het is niet de vraag of Brabant gebruikt maakt van deze wet, maar wáár we dit gaan doen.” Spierings verwacht voor diverse regio’s een limiet per diersoort in te stellen. Een norm voor het aantal dieren per bedrijf ligt niet voor de hand. “De insteek is regulering per gebied, niet per bedrijfslocatie. We willen ruimte blijven geven aan veehouders die hun bedrijf willen ontwikkelen.” Spierings heeft de Wet dieraantallen heel hard nodig om draagvlak te krijgen voor nieuw mestbeleid in Brabant. Burgerinitiatieven en milieuorganisaties willen meewerken aan nieuw mestbeleid, mits het aantal dieren in vooral Zuidoost-Brabant wordt begrensd. In de provincie geldt een bouwstop voor mestverwerkingsinstallaties. “Mogelijk dat de varkens- en pluimveerechten per 2018 worden afgeschaft. Dan hebben we zeker deze wet nodig.”

Spierings zegt zich naar aanleiding van de uitkomst van het onderzoek iets minder zorgen te maken over de juridische borging van de Wet dieraantallen en volksgezondheid. Net als Van Dijk en Van der Broeck vindt zij het jammer dat de resultaten van het onderzoek niet te vertalen zijn in concrete beleidsmaatregelen. “Daarvoor is een maatschappelijke en politieke discussie nodig.”

En daarmee is de uitkomst van het VGO-onderzoek en de Wet dieraantallen en volksgezondheid een politieke discussie geworden. De wet zal op zijn vroegst eind dit jaar aan de Tweede Kamer worden aangeboden. De behandeling van de wet is zeker niet afgerond voor de Tweede-Kamerverkiezingen op 18 maart 2017. Of de wet er daadwerkelijk komt, is aan het nieuwe kabinet. Voor 2018 zal de wet niet van kracht zijn.

Actievoerders bij het provinciehuis van Noord-Brabant in 2014. Burgers zijn voor een strenger beleid, tegen megastallen en eisen een betere leefomgeving.<br /><em>Foto: Jan Zandee</em>
Actievoerders bij het provinciehuis van Noord-Brabant in 2014. Burgers zijn voor een strenger beleid, tegen megastallen en eisen een betere leefomgeving.
Foto: Jan Zandee

Onderzoek levert nieuwe vragen op

Het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) geeft een aantal antwoorden, maar roept ook weer vragen op.

• Een van de meest pregnante bevindingen in het rapport VGO is dat een hogere ammoniakconcentratie in de lucht verband houdt met een verminderde longfunctie. Dat geldt niet alleen voor mensen die al longproblemen hebben, maar ook voor gezonde mensen. Welk verband er precies is, weten de onderzoekers niet zeker. “Waarschijnlijk is het niet het ammoniak zelf dat dit effect veroorzaakt, maar fijnstofdeeltjes die worden gevormd doordat ammoniak met andere stoffen in de lucht reageert”, schrijven de onderzoekers in de samenvatting.

• Er is een effect van de nabijheid van pluimveehouderijen op longontstekingen bij omwonenden. Onduidelijk is of ook andere veehouderijbedrijven daar een rol bij spelen. Bovendien weten we niet of er specifieke ziekteverwekkers zijn (van dier op mens overdraagbaar) die meespelen. Er wordt al landelijk onderzoek verricht naar de relatie tussen pluimveebedrijven en longontstekingen bij omwonenden.

• Er komen iets meer besmettingen met de resistente (veegerelateerde) MRSA-bacterie voor bij omwonenden van veehouderijen. Het gaat om een heel klein aantal, zodat geen harde conclusies getrokken mogen worden. Onderzoekers zien een mogelijk verband met contact met paarden. Ook dat verdient nader onderzoek.

• Een klein aantal omwonenden bleek antilichamen tegen een vogelgriepvirus bij zich te dragen. Een verband met pluimveebedrijven in de omgeving kon niet worden gevonden. Aanvullend onderzoek onder mensen uit een pluimvee-arm gebied en mensen die te maken hebben gehad met een hoge blootstelling aan vogelgriepvirus (ruimers, dierenartsen, pluimveehouders), zou meer duidelijkheid kunnen verschaffen.

• Het VGO-onderzoek is verricht in Noord-Limburg en het oosten van Noord-Brabant. Het is niet duidelijk of de onderzoeksresultaten ook gelden voor andere delen van het land. In het gebied is bijvoorbeeld ook een hoge fijnstofdruk vanuit andere bronnen dan de veehouderij, zoals industrie en verkeer.

Het hele artikel is te lezen in Boerderij 43 van dinsdag 19 juli.

Of registreer je om te kunnen reageren.