Home

Achtergrond 8005 x bekeken

Loonwerk stabiel ondanks sentiment

De liquiditeitspositie van klanten, vooral melkveehouders, speelt loonbedrijven parten. Er stoppen bedrijven, maar van malaise is geen sprake.

Agrarische loonbedrijven hadden in boekjaar 2015 te maken met een licht dalende omzet, dat blijkt uit cijfers van brancheorganisatie Cumela Nederland. Over 2015 loopt de debiteurenstand wel fors op, met 27%. Toch is er geen sprake van malaise in de branche, ondanks het negatieve segment in de melkveehouderij en het feit dat er bedrijven stoppen met veehouderijloonwerk.

Iets lagere omzetcijfers in 2015 dan in topjaar 2014

De iets lagere omzetcijfers over 2015 komen niet onverwacht na 2014, dat voor loonbedrijven de boeken in ging als een topjaar. Vanwege de hoge melkprijzen in 2013-'14 investeerden melkveehouders toen nog volop in bijvoorbeeld graslandvernieuwing. Ook kwam er vanwege de gunstige weersomstandigheden in 2014 veel gras van het land. Dat betekende meer omzet voor de loonwerker.

Lage dieselprijs gunstig

De omzet van loonbedrijven die actief zijn in het grondverzet, steeg in 2015 nog wel, gemiddeld 0,4%. In 2015 hadden loonwerkers te maken met hogere arbeidskosten en stijgende machinekosten door meer investeringen. Daarentegen daalden de brandstofkosten per saldo harder. Onder de streep steeg het rendement dus licht. De arbeidskosten per fte stegen met €430. Gemiddeld had de loonwerker €46.230 aan kosten voor een fulltime werknemer. Cumela kwam tot deze cijfers op basis van het bedrijfsvergelijkend onderzoek 'Cumela Kompas Analyse' onder 147 deelnemende loonwerkers. Daarvan werden de jaarrekeningen 2014 en 2015 geanaliseerd.

Debiteurenstand agrarische loonbedrijven loopt fors op

Wat vorig jaar al werd gesignaleerd en benoemd, is nu terug te vinden in de cijfers; klanten laten de rekening van de loonwerker gemiddeld wat langer liggen. De debiteurentermijn in de loonwerksector loopt met ruim vier dagen op naar gemiddeld 53 dagen. Vooral bij agrarische loonbedrijven is de stijging van de debiteurenstand in euro's fors. Had een gemiddelde loonwerker op 31 december 2014 nog €142.000 aan niet-betaalde facturen uitstaan, in een jaar tijd liep dit op naar bijna tot €180.000 eind 2015. Een stijging van bijna 27%.

Gras hakselen in Friesland. Loonbedrijven voelen de slechte liquiditeitspositie van melkveebedrijven. <br /><em>Foto: Anne van der Woude</em>
Gras hakselen in Friesland. Loonbedrijven voelen de slechte liquiditeitspositie van melkveebedrijven.
Foto: Anne van der Woude

Cumela: betalingen leveren nog geen knelpunten op

Deze periode van het jaar is voor loonwerkers cruciaal, omdat ook voorjaarswerk als mest uitrijden, mais zaaien en inkuilen van de eerste snede betaald moeten zijn. Volgens Maurice Steinbusch, secretaris agrarisch loonwerk van Cumela, leveren deze betalingen nog geen knelpunten op. Steinbusch: “Het is niet zo dat de alarmbellen hier rinkelen. De situatie onder melkveehouders moet geen jaren duren, voor henzelf niet en voor de loonwerkers niet. Maar we zijn niet acuut bezorgd. Loonbedrijven zijn er alert op en voeren een actief debiteurenbeleid. Samengevat komt het erop neer de minder goede betalers persoonlijk te benaderen."

Loonbedrijven stoppen met veehouderijwerk

De betalingsproblemen in combinatie met de ontbrekende vooruitzichten op margeverbetering onder klanten lijkt een toenemend aantal loonwerkers te doen besluiten ermee te stoppen. In 2012 en 2013 voltrok zich al een kleine stoppersgolf. In die jaren hadden met name loonwerkers in de akkerbouwsector moeite om de gestegen dieselprijs door te berekenen aan hun klanten. Die ging mede vanwege de afschaffing van de rode diesel destijds fors omhoog. Nu is het niet het rendement, maar de liquiditeitspositie van met name veehouders die loonwerkers zorgen baart. In de loop van dit jaar stopten tien loonbedrijven geheel of gedeeltelijk. Opvallend is de laatste categorie; loonbedrijven die hun klanten informeerden wel het bedrijf voort te zetten, maar te stoppen met veehouderijloonwerk. Onder hen zitten niet alleen kleine bedrijven, maar ook gerenommeerde loonbedrijven die hun vizier op andere takken van sport gaan richten. In plaats van agrarisch loonwerk kiezen ze ervoor hun bedrijfstakken weg- en waterbouw, mestdistributie of andere takken uit te bouwen.

Zeker geen malaise

Uit het feit dat bedrijven stoppen komt al snel een geruchtenstroom op gang waaruit het beeld ontstaat dat een hele sector in malaise zit. Toch is dat volgens Steinbusch zeker niet het geval. “Het kan zijn dat er de laatste tijd wat meer bedrijven stoppen, maar cijfers heb ik niet. Ik zie geen trend. Het is gezond dat bedrijven goed nadenken over hun toekomst en keuzes maken. Dat is van alle tijden.” De bedrijven hebben blijkbaar ander werk dat beter rendeert of hen beter past. Steinbusch: “Het is nu niet zo dat bedrijven noodgedwongen stoppen. Soms stoten loonwerkers inderdaad het veehouderijwerk af. Ik ken diverse bedrijven en weet dat er verschillende redenen zijn om te stoppen. Loonwerkers richten zich bijvoorbeeld meer op het grondverzet, omdat een jongere generatie daar meer hart voor heeft. Anderen nemen het agrarische werk juist weer over en breiden dat uit. Per saldo verdwijnt er misschien een stukje overcapaciteit uit de markt en neemt de professionaliteit toe.”

Of registreer je om te kunnen reageren.