Home

Achtergrond 822 x bekeken laatste update:24 jun 2016

Mestketen op de schop

Als de mestplannen van Brabant, POV en FrieslandCampina doorgaan, dan gaat de mestketen veranderen. Veehouders krijgen de regie in de mestafzet, de intermediair brengt de mestproducten slechts bij de akkerbouwer.

Provincie Noord-Brabant werkt aan een nieuw mestbeleid. Uitgangspunt is dat alle mest op het boerenerf bewerkt gaat worden. Drijfmest mag niet meer onbewerkt worden opgeslagen: alleen bewerkte mest – vergist of gescheiden – mag worden bewaard. Doel is het sluiten van mineralenkringlopen binnen Noordwest-Europa en het voorkomen van uitstoot van ammoniak, methaan en lachgas. Dit najaar moet het beleid uitgewerkt zijn en voorgelegd worden aan de Brabantse Staten ter goedkeuring.

Maatproduct voor akkerbouwers

Als het nieuwe mestbeleid in Brabant in 2017 daadwerkelijk wordt ingevoerd, dan gaat er veel veranderen voor de veehouderij- en mestsector in de regio. Drijfmest mag namelijk niet meer worden opgeslagen onder of naast de stallen, maar moet direct vergist of gescheiden worden op het boerenerf. Het digistaat of de dikke fractie wordt verder verwerkt in centrale mestverwerkingsinstallaties op industrieterreinen. Deze verwerkte mest moet een maatproduct zijn voor de akkerbouwers in binnen- en buitenland. Als het aan Brabant ligt, reduceren akkerbouwers het gebruik van kunstmest tot een minimum. In plaats daar worden dierlijke mestproducten ingezet. Deze moeten naar de behoeften van de akkerbouwer op maat gemaakt en aangeleverd worden. 
Het voorgestelde beleid is ingrijpend: stalsystemen gaan op de schop en moeten worden aangepast. Brabant verwacht dat boeren af kunnen met goedkopere stalsystemen. De provincie benadrukt dat dit tijd kost.

Een loonwerker vult zijn mesttank met mest uit een mestput. Als de mestplannen van Brabant, POV en FrieslandCampina doorgaan, dan gaat de mestketen veranderen. Veehouders krijgen de regie in de mestafzet, de intermediair brengt de mestproducten slechts bij de akkerbouwer. <br />Foto: Mark Pasveer
Een loonwerker vult zijn mesttank met mest uit een mestput. Als de mestplannen van Brabant, POV en FrieslandCampina doorgaan, dan gaat de mestketen veranderen. Veehouders krijgen de regie in de mestafzet, de intermediair brengt de mestproducten slechts bij de akkerbouwer. 
Foto: Mark Pasveer

 

Regie over mestafzet

De plannen zijn een uitwerking van een half jaar dialoog. De provincie heeft met gemeenten, landbouworganisatie ZLTO, burgerinitiatieven en natuurorganisaties in vier Brabantse regio's het afgelopen halfjaar gepraat over een nieuw mestbeleid. Doel is om draagvlak te krijgen. Brabant neemt sinds november 2015 geen nieuwe vergunningsaanvragen voor mestverwerkingsprojecten in behandeling. De bouwstop voor mestverwerkingsinstallaties geldt tot het nieuwe provinciaal mestbeleid van kracht is.

Het nieuwe Brabantse beleid lijkt niet op zichzelf te staan. Het onlangs gepresenteerde Actieplan Vitalisering Varkenshouderij van de POV (producenten organisatie varkenshouderij) bevat een vergelijke visie op de mestafzet. FrieslandCampina (RFC) kwam dit voorjaar eveneens met een plan voor vergisters op melkveebedrijven en centrale mestverwerkingsinstallaties beheerd door melkveehouders. Gemene deler in het provinciale plan en de sectorplannen is dat op het bedrijf het mestoverschot wordt bewerkt met als doel het afvangen van emissies en energieopwekking, om het mestproduct vervolgens centraal te verwerken. Boeren zouden de regie krijgen over de mestafzet.

Een monovergister bij melkveehouder en akkerbouwer Ras in Den Bommel (Z.-H.). Als het aan de provincie Brabant ligt dan wordt vanaf 2017 geen drijfmest meer opgeslagen maar direct vergist.</p>
<p>Foto: Peter Roek
Een monovergister bij melkveehouder en akkerbouwer Ras in Den Bommel (Z.-H.). Als het aan de provincie Brabant ligt dan wordt vanaf 2017 geen drijfmest meer opgeslagen maar direct vergist.

Foto: Peter Roek

Uitvoering geven aan Van Dam's mestbrief

Volgens Lubbert van Dellen, voorzitter van de vaksectie agro bedrijfskunde van de vereniging van accountant- en belastingadviesbureaus (VLB) is het nieuwe mestbeleid van Brabant een eerste uiting van het aangescherpte landelijke mestverwerkingsbeleid van EZ-staatssecretaris Martijn van Dam. Hij baseert zich op de brief verschenen op 3 maart 2016 'Nadere invulling van het stelsel van fosfaat voor melkvee'. Van Dellen: "Van Dam schrijft in deze brief dat de mest die niet verantwoord kan worden aangewend, ook daadwerkelijk buiten de Nederlandse landbouw moet worden gebracht. De uitwerking daarvan is dat de mestverwerkingspercentages per 2017 omhoog gaan, zodanig dat de mestmarkt in evenwicht komt. Dat betekent dat alle mest die niet op het land kan worden uitgereden, overschot is en dus moet worden bewerkt en geëxporteerd of volledig verwerkt. Brabant maakt hier nu werk van met regionaal beleid. FrieslandCampina en POV doen hetzelfde, maar dan voor de melkveehouderij en varkenshouderij." Volgens Van Dellen verplichten de beleidsmakers de boeren min of meer langjarige contacten aan te gaan met verwerkers. Zodoende is de mestaanvoer bij verwerkers gegarandeerd. Tegelijk wordt gewerkt aan de afzet van de mestproducten. Van Dam stelt in de brief zich sterk te maken in de Europese Commissie voor de erkenning hiervan via de nieuwe meststoffenverordening die in de maak is. "Van Dam regelt op die manier de aanvoer en afzet van mestverwerking. Dat is heel belangrijk om de mestverwerkingsplicht succesvol te maken en te kunnen voldoen aan de milieudoelen."

Van Dellen wijst op een andere passage in de brief waar Van Dam de emissies van milieuschadelijke stoffen zoals ammoniak, mineralen en broeikasgassen vergaand wil beperken zodat Nederland kan voldoen aan de Europese milieudoelen. "Dat is de reden waarom Brabant, maar ook POV en FrieslandCampina nu fors inzetten op het vergisten van mest. Zo komen landelijk, regionaal en sectoraal beleid bij elkaar", aldus Van Dellen.

Europees ammoniak- en methaanplafond dreigt

Europa werkt aan een limiet voor de uitstoot van schadelijke stoffen als zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), methaan (CH4), ammoniak (NH3) en fijnstof. Al sinds 2013 wil de Europese Commissie de emissies terugdringen, met 52%. Volgens de commissie overlijden jaarlijks 400.000 mensen vroegtijdig als gevolg van luchtvervuiling. Auto's en industrie zijn de veroorzaker hiervan, maar ook mest. Een dergelijk plafond raakt direct de veehouderij. Lidstaten met veel veehouderij willen daarom minder ver gaan in het vaststellen van een limiet. Dat is ook de reden waarom de EU-landen er dinsdagavond in Brussel opnieuw niet in slaagden het eens te worden over het verlagen van nationale plafonds voor de uitstoot van schadelijke stoffen. De lidstaten steggelen al maandenlang over een voorstel van Brussel om de luchtkwaliteit in de EU het komende decennium aan te pakken.
Staatssecretaris Sharon Dijksma (Milieu), die de onderhandelingen sinds januari leidt, is zeer gebrand op resultaat omdat het onderwerp na 1 juli van de EU-agenda dreigt te vallen. Maar ze slaagde er niet in de landen op één lijn te krijgen. Volgens haar woordvoerder geeft Nederland het niet op en werkt Dijksma achter de schermen aan een oplossing.

Circulaire economie

Vergisten is de enige manier om emissie van ammoniak, methaan en lachgas uit mest te kunnen afvangen. Een vergister werkt het best op verse mest. De uitstoot van broeikasgassen door mest wordt fors verminderd door de dagverse mest direct op het erf te vergisten. De energie die vrijkomt bij het vergistingsproces kan worden benut. Volgens ZLTO past deze werkwijze bij een circulaire economie: het zorgen voor zo min mogelijk emissie, hergebruik van reststoffen in combinatie met de opwekking van duurzame energie. De Europese Commissie wil mest niet langer zien als een afvalproduct maar als een grondstof (zie kader Anders denken over mest). ZLTO beaamt dat de huidige mestafzetstructuur drastisch op de schop gaat. Boeren krijgen de regie over de mestafzet, intermediairs vervoeren.

Anders denken over mest

Mest is geen probleem meer, maar een waardevol product in de veehouderijketens. Dat stellen de beleidsmakers van de overheid en bedrijfsleven. Anders denken over mest past in het streven naar een duurzame landbouw die de keten sluit binnen Noordwest Europa. Een ander woord dat hier ook voor wordt gebruikt is 'circulaire economie'.  Dit betekent kortweg het hergebruiken van reststromen. Mest is tot nu toe voor veehouderijen een dure reststroom. Boeren betalen veel geld om mest afgevoerd te krijgen van hun bedrijf. Varkenshouders betalen gemiddeld 22,5 euro per kuub afgevoerde mest. Rundveehouders zijn circa 16 euro per kuub af te voeren drijfmest.
Twee kringlopen
Wat is circulaire economie? Het circulaire systeem kent twee kringlopen van materialen. Een biologische kringloop, waarin reststoffen na gebruik veilig terugvloeien in de natuur. En een technische kringloop, waarvoor product(onderdelen) zo zijn ontworpen en vermarkt dat deze op kwalitatief hoogwaardig niveau opnieuw gebruikt kunnen worden. Hierdoor blijft de economische waarde zoveel mogelijk behouden.
Waardevolle grondstof
De nieuwe meststoffenverordening waar Europa aan werkt, is gebaseerd op het principe van circulaire economie. Uitgangspunt voor de nieuwe regels is dat mest niet langer wordt gezien als afval maar een grondstof wordt hergebruikt. De erkenning van dierlijke meststoffen als waardevolle grondstof houdt ook in dat mineralenconcentraat en andere van dierlijke mest afgeleide meststoffen kans maken op een Europese erkenning.

Actieplan Vitalisering Varkenshouderij

Volgens ZLTO sluit het nieuwe beleid van Brabant naadloos aan bij het Actieplan Vitalisering Varkenshouderij van de POV. Daarin staat dat 6 tot 7 regionale mestcoöperaties opgericht gaan worden. Deze coöperaties gaan de mest van aangesloten veehouders beheren en verwerken. Varkenshouders moeten de regie krijgen over hun eigen mestafzet en -verwerking. Doel is de mestafzetkosten te reduceren naar maximaal €10 per ton varkensmest in 2020. Nu betalen varkenshouders €18 tot €25 per ton. De POV wil de beschikbare mestverwerkingscapaciteit een boost geven van ruim 2 miljoen ton extra verwerkingscapaciteit in 2 jaar. De coöperaties gaan de mest van de aangesloten varkenshouders weg zetten bij mestverwerkingsinitiatieven. Boeren moeten zich committeren met meerjarige leveringscontracten. Doel is om alle varkensmest volledig te gaan verwerken en verwaarden. Het plan moet varkenshouders minder afhankelijk maken van mesthandelaren en een uitweg bieden aan de overvolle mestmarkt met hele hoge prijzen.
Het aantal partijen actief in de mestketen moet drastisch worden verminderd in dit plan. Intermediairs worden teruggedrongen in hun oorspronkelijke rol van mesttransporteur. ZLTO verwacht dat problemen met mestfraude dan ook verleden tijd zijn. Branche-organisatie Cumela verwacht dat het einde van de vrije handel van mest door mesthandelaren. POV wil dat de mest in beheer blijft bij de varkenshouders en zij deze wegzetten bij de mestverwerkers.

Mestplan voor de zuivel

FrieslandCampina kwam medio april ook al met een soortgelijk plan: mest direct vergisten op het boerenerf van melkveehouders waarna het restproduct verwerkt gaat worden bij vijf grote mestverwerkingsinstallaties verspreid over het land. De installaties moeten elk 100.000 ton mest kunnen verwerken. De mestverwerkingsinstallaties worden hoogwaardige installaties, die naast energie ook hoogwaardige grondstoffen uit mest kunnen terugwinnen, met name stikstof, fosfaat en kali. RFC werkt hier voor samen met diverse partners waaronder het Dutch Biorefinery Cluster.
Naast de grote verwerkingsinstallaties gaat RFC duizend melkveehouders helpen aan een mestvergister waarmee ze op de boerderij mest kunnen omzetten in elektriciteit. Met dit plan geeft RFC uitvoering aan het doel om de emissies uit rundveemest aan te pakken. Doel is een klimaatneutrale zuivelketen. Met het gas uit de vergisters wil RFC de eigen vrachtauto's laten rijden. 
Het beheer van de mestverwerkingsinstallaties komt in handen van boerencoöperaties, door RFC 'mestkringen' genoemd. Het plan is dat minstens 1.000 melkveehouders lid worden van subsidieaanvraag, installatie van de vergister, financiering en vergunningen. 
Net als RFC wil POV SDE+-subsidie benutten door mestverwerking te koppelen aan duurzame energieproductie. RFC is hier over in overleg met het ministerie van Economische Zaken. In juni moet de regeling duidelijk worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.