Home

Achtergrond 1439 x bekeken laatste update:4 apr 2016

Nieuwe kansen voor mineralenconcentraat

Erkenning van mineralenconcentraat als kunstmest is belangrijk voor rendabele mestverwerking. Er gloort hoop, maar niet iedereen
 wil daarop wachten.

Het kunnen gebruiken van mineralenconcentraten boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest is belangrijk voor het slagen van de mestverwerking in Nederland. Daar zijn overheid en sector het over eens. In principe mag iedereen mineralenconcentraat gebruiken. De meststof valt dan echter binnen de stikstofgebruiksnorm dierlijke mest. Momenteel hebben tien producenten een vrijstelling om erkend mineralenconcentraat als kunstmest te maken.

Al jaren proberen overheid en sector mineralenconcentraat in Brussel erkend te krijgen als kunstmest. Via pilots is sinds 2008 praktische ervaring opgedaan met het product. Ook zijn onderbouwingen gezocht om de Europese Commissie ervan te kunnen overtuigen de meststoffenverordening en Nitraatrichtlijn aan te passen. De jongste pilot loopt tot 2017 en richt zich op borging en handhaving van bemesting met mineralenconcentraat.

Europese mestwetgeving raakt in stroomversnelling

De langdurige, moeizame inspanningen om de Europese mestwetgeving te veranderen is recentelijk in een stroomversnelling gekomen. De Europese Commissie wil naar een gemeenschappelijk systeem met ruimte voor meststoffen afkomstig uit afval en dierlijke mest. Dat past binnen het streven naar een zogenoemde circulaire economie; hergebruik van reststromen.

Bekijk ook de fotoreportage: Van drijfmest tot mineralenconcentraat.

Dat sluit dus perfect aan bij de Nederlandse mineralenconcentraten. Toch noemt Harry Kager, specialist mest en bodem bij LTO Nederland, de voorstellen nog mager: om als vloeibare meststof te worden aangemerkt, moet een stof minimaal 1,5 of 2% stikstof bevatten. De gehalten van de Nederlandse mineralenconcentraten zitten daar een stuk onder. Hij ziet ook kansen. "Het is nog voorlopig en er vindt lobby plaats om dit te veranderen. Lastig is dat Nederland één van de weinige landen is met mineralenconcentraat. Het is dus niet gemakkelijk andere landen achter een voorstel te krijgen." Kager benadrukt dat het trajecten van jaren zijn en ook de Nitraatrichtlijn moet nog worden aangepast.

Derogatie aanvragen voor mineralenconcentraat

De derde route die wordt bewandeld is derogatie voor mineralenconcentraat. Derogatie betekent toestemming om te mogen afwijken van de standaard stikstofnorm uit dierlijke mest. Het gaat hierbij om een andere derogatie dan de huidige graasdierenderogatie (230 kilo stikstof) van Nederland. Kager noemt deze procedure een snellere route dan aanpassing van de meststoffenverordening en Nitraatrichtlijn. Martijn van Dam, staatssecretaris van Economische Zaken, liet begin maart in een brief aan de Kamer weten dat het zijn inzet is om mineralenconcentraat boven de norm voor dierlijke mest te kunnen gebruiken. Hij zet in op het verkrijgen van deze aparte derogatie en heeft daar volgens het ministerie al contact over gehad met commissaris Vella. Uiteindelijk moet het EU-nitraatcomité hiermee instemmen. Een officieel verzoek is nog niet ingediend, maar dat gaat wel binnenkort gebeuren. Kager heeft goede hoop dat dit jaar al uitsluitsel kan worden gegeven. “Dat Nederland EU-voorzitter is, is zeker een voordeel.” Ervaring vanuit de pilots rondom kwaliteit en borging zijn belangrijke instrumenten.

De verschillende procedures voor afstemming met Brussel kosten tijd en dat is voor de betrokken mestverwerkers op zijn minst vervelend. "Alle ruimte in de pilot voor nieuwe producenten en nieuwe gebruikers moet daarom vooruitlopend op een aparte derogatie worden benut", aldus Kager.

Een delegatie van het Europarlement bracht onlangs een bezoek aan <a href="http://www.boerderij.nl/Home/Nieuws/2016/4/Mineralenconcentraat-nog-geen-gelopen-race-2783955W/">mestverwerker Groot Zevert in Beltrum (Gld.)</a>. Nieuw hier is het isoleren van fosfaat uit de dikke fractie, naast productie van stikstofrijk vloeibaar concentraat. Buitenlandse politici toonden zich onder de indruk van de techniek, maar zien de kwestie-mineralenconcentraat vooral als een Nederlands probleem.<br /><em>Foto: Bert Jansen</em>
Een delegatie van het Europarlement bracht onlangs een bezoek aan mestverwerker Groot Zevert in Beltrum (Gld.). Nieuw hier is het isoleren van fosfaat uit de dikke fractie, naast productie van stikstofrijk vloeibaar concentraat. Buitenlandse politici toonden zich onder de indruk van de techniek, maar zien de kwestie-mineralenconcentraat vooral als een Nederlands probleem.
Foto: Bert Jansen

Afzet product bepalend voor rendement mestverwerking

De lange politieke onduidelijkheid over de status van mineralenconcentraat in combinatie met praktische beperkingen, maakt dat producenten zelf oplossingen zoeken. De afzet van de producten is immers medebepalend voor het rendement van mestverwerking. Mestpionier Theo Willems in America (L.) is daarin stellig en gelooft niet in een grootschalige markt voor concentraat. Hij maakt de keuze om binnen enkele jaren te gaan indampen.

Ook Wout Houbraken in Bergeijk (N.-Br.) gaat die kant op. “In de huidige vorm is mineralenconcentraat in het voorjaar prima te plaatsen. Maar de andere maanden van het jaar moeten we het opslaan en dat kost geld.” Daarom gaat Houbraken de fracties uit mestverwerking verder opwerken tot producten die minder opslag vragen en beter te plaatsen zijn. Naast indampen gaat Houbraken de stikstof verwijderen, zodat aparte stikstof en kali-producten ontstaan. "Producten die beter aansluiten bij de vraag vanuit binnen- en buitenland."

Gebr. Verkooijen uit Langeweg (N.-Br.) heeft een goede afzet van het product en zet concentraat zowel binnen als buiten de pilot af, bij akkerbouwers en melkveehouders. Directeur Christ Verkooijen noemt erkenning als kunstmestvervanger wel bepalend omdat anders veehouders het niet meer afnemen. “We moeten afzetmogelijkheden behouden voor het mineralenconcentraat. Geen erkenning legt een bom onder de verdere ontwikkeling van mestverwerking. Er staan installaties stil omdat ze niet aan de pilot meedoen.” Overigens is ook Verkooijen geïnteresseerd in het verder opwerken van het concentraat via indampen of andere technieken.

<em>Foto: Peter Roek</em>
Foto: Peter Roek

Mineralenconcentraat is goedkoper dan kunstmest

Als mineralenconcentraat ooit buiten de normen van dierlijke mest gebruikt mag worden, blijft de vraag hoe groot de afzet wordt. Gerard Velthof, bodemkundig onderzoeker bij Alterra Wageningen UR, was betrokken bij onderzoeken naar mineralenconcentraten. Over het algemeen ziet Velthof goede resultaten. Wel heeft concentraat meestal een lagere werkingscoëfficiënt dan KAS. Dat is afhankelijk van onder meer grondsoort, gewas en tijdstip en wijze van toedienen. Er zijn verschillen tussen producenten van concentraten, geen een is hetzelfde. Maar hij benadrukt ook de voordelen. "Het is goedkoper dan kunstmest voor de akkerbouwer en is naast een stikstofbron ook leverancier van kali."

'Concentraat geen vervanger van kunstmest maar extra keuzemogelijkheid'

Onder afnemers zijn wisselende geluiden te horen. Sommigen zijn enthousiast gebruiker, anderen noemen vooral de nadelen van mineralenconcentraat. Ton Hendrickx, specialist bemesting bij CZAV, is terughoudend. "Op klei zien wij geen meerwaarde als kunstmestvervanger. Daar wordt de mestnorm van 170 kilo stikstof meestal toch niet gehaald. Fosfaat en gewasnorm zijn het eerste beperkt."

Op zand en voor melkveebedrijven ziet Hendrickx meer mogelijkheden, maar ook daar tellen nadelen als variaties in samenstelling en het praktisch kunnen uitrijden. Hij benadrukt dat ondernemers een breed scala aan producten kunnen kiezen. "Mineralenconcentraat is nog geen kunstmestvervanger, maar vooral een uitbreiding in mestkeuze."

Of registreer je om te kunnen reageren.