Home

Achtergrond 2110 x bekeken 3 reacties

'Het gaat er om de hele keten mee te krijgen'

Rabobank-directeur Ruud Huirne heeft een voortrekkersrol in twee veehouderijcommissies die beleidsbepalend zijn. Hij wil ketenpartijen bij elkaar brengen en ruimte vrijmaken voor duurzamere investeringen. "We moeten de problemen nu aanpakken."

Ruud Huirne is naast zijn baan als directeur Food & Agri bij Rabobank Nederland, lid van twee toonzettende veehouderijcommissies: In de commissie-Rosenthal werkt hij mee aan het Vitaliseringsplan Varkenshouderij en in de commissie-Nijpels over de versnelling van verduurzaming in de veehouderij. Huirne spreekt over zijn rol in de commissies, de mogelijke uitwisseling van mestrechten en de situatie in de melkveehouderij.

Hoe ver is de commissie-Rosenthal met de uitwerking van het Vitaliseringsplan Varkenshouderij?

"De contouren van het plan zijn klaar. Daarin is een scala aan maatregelen opgenomen waarvan iedereen pijn ondervindt, maar wat nodig is voor een gezonde toekomst voor de varkenshouderij. Een simpele oplossing is er namelijk niet. Voor de varkenshouders die doorgaan, moeten innovatiegelden beschikbaar komen. Het vitaliseringsplan is er op gericht varkenshouders die willen stoppen te koppelen aan varkenshouders met perspectief en die willen doorontwikkelen. Verder zijn we in gesprek met diverse partijen over de ontwikkeling van nieuwe vleesconcepten. Concreter dan dit kan ik nu nog niet zijn."

Wat is uw rol in de commissie-Rosenthal?

"Ik ben de laatste tijd vooral druk geweest met het samen uitwerken van een plan van aanpak. Daarvoor voer ik intensief gesprekken met ketenpartners, waaronder de slachthuizen. Het gaat er om de hele keten mee te krijgen. Hoe breder de plannen gedragen worden, hoe beter. De varkenshouders moeten verder het voortouw nemen. POV (Producentenorganisatie Varkenshouderij, red.) neemt die verantwoordelijkheid ook. Het is belangrijk dat dat nú gebeurt. Het is 2 voor 12. We moeten de problemen nu aanpakken."

Kan de Nederlandse varkenshouderij nog voldoende concurrerend zijn?

"Nederland is altijd koploper geweest in kostprijsbeheersing. Die positie zijn we nagenoeg kwijt. De regelgebonden kosten in de Nederlandse varkenshouderij bedragen nu 17 tot 18 cent per kilo varkensvlees. Daarvan is 12 cent per kilo varkensvlees mestafzetkosten. In het buitenland zijn de regelgebonden kosten niet meer dan 8 cent per kilo; dat pakt voor de Nederlandse varkenshouder zo'n 10 cent per kilo nadeliger uit en dat is heel veel. Het onderstreept nog eens de noodzaak van mestverwerking. We moeten ook met elkaar op zoek naar een nieuwe manier van mestverwaarding. Boeren zullen zich voor een langere tijd moeten binden aan mestverwerkingsprojecten, anders komt het niet van de grond."

U bent ook lid van de commissie-Nijpels. Staatssecretaris Van Dam richtte deze commissie onlangs op. Deze commissie richt zich op versnelling van de verduurzaming van de veehouderij.

"Ik ben verrast door de felle reacties op de oprichting van de commissie-Nijpels. Op sociale media zelfs een verwijt dat ik over de rug van boeren mijn werk zou doen. Ik herken mij daar helemaal niet in en het is natuurlijk niet zo. Economisch perspectief voor de veehouderij staat voor mij voorop. En natuurlijk moet je eerst geld verdienen alvorens je kunt investeren in duurzame innovaties. Mijn rol in de commissie is om te kijken naar financiële instrumenten, die duurzame investeringen in de veehouderij bevorderen en waar mogelijk versnellen."

Hoe verhouden de commissie-Rosenthal en de commissie-Nijpels zich tot elkaar?

"Ze zijn aanvullend aan elkaar."

Zijn er al stappen gezet voor de commissie-Nijpels?

"We zijn als commissie inmiddels enkele keren bijeen geweest voor uitwisseling van ideeën. Meer kan ik er nog niet over zeggen."

Wat wilt u bereiken in de commissie-Nijpels?

"Ik wil een gunstiger economisch klimaat creëren voor duurzame investeringen in de veehouderij. De nieuwe regeling voor Groenfinanciering biedt al iets meer ruimte, maar we zouden nog meer kunnen doen met de zogenaamde Groenfinancieringen. Nu komt slechts 1 à 2% van de boeren hiervoor in aanmerking. Ik zou willen dat zo'n 10% van de boeren gebruik kunnen maken van deze regeling. Ik wil boereninnovaties beter kunnen financieren. Denk aan financiering voor mestverwerking. In Brussel is hiervoor veel geld beschikbaar, dat zou ik graag ook benut zien voor de Nederlandse veehouderij. Ook kunnen wij via de Europese Investeringsbank kapitaal goedkoop inkopen en het in de vorm van leningen met een aantrekkelijke rente doorgeven aan de boeren. Helaas staat de Europese Investeringsbank de financiering van grond voor jonge boeren niet toe. In mijn ogen zou vanuit het oogpunt van duurzaamheid grondfinanciering ook mogelijk moeten zijn."

De commissies slokken veel van uw tijd op. Valt dat te combineren met uw functie bij de Rabobank?

"Ik grijp elke kans aan om namens de Rabobank mee te werken aan het versterken van de agrarische sectoren. We mogen immers 55.000 boeren en tuinders rekenen tot onze klanten."

Wat vindt u van een mogelijke uitruil van mestrechten tussen sectoren?

"De uitruil van productierechten voor varkens en runderen is wel even besproken binnen de commissie-Rosenthal. Maar wettelijk is het niet mogelijk. Mocht dit in de toekomst veranderen, dan moet het de concurrentiepositie van toekomstgerichte varkenshouders ondersteunen. Zouden de kosten voor de toekomstgerichte varkenshouders nog verder oplopen, dan kunnen zij niet concurrerend zijn met het buitenland. Mits de koplopers in de varkenshouderij geen hinder ondervinden, is een uitruilsysteem mogelijk."

Wat vind u van het beleidsvoornemen om fosfaatrechten in te voeren voor de melkveehouderij?

"Ik ben in principe niet voor productierechten. Ik vind dat bedrijven beter de ruimte moeten krijgen te investeren in kwaliteit en duurzaamheid. Ik vrees dan ook voor de concurrentiepositie van de Nederlandse melkveehouderij als bedrijven veel geld moeten steken in de aankoop van rechten. Daarmee worden de kosten van de Nederlandse melkveehouders nog hoger en ze zijn al hoog omdat  boeren die willen doorontwikkelen in ons land aan allerlei wettelijke eisen moeten voldoen."

U bent destijds niet gevraagd voor de regiegroep Fosfaat.

"Ja, dat vind ik jammer. We hebben een groot belang in de melkveehouderij en veel kennis van de sector.

Ruud Huirne: "Het gros van de melkveehouders staat er bedrijfseconomisch goed voor."<em><br />Foto: Joris Telders</em>
Ruud Huirne: "Het gros van de melkveehouders staat er bedrijfseconomisch goed voor."
Foto: Joris Telders

Hoe staat de melkveehouderij er bedrijfseconomisch voor?

"De grootste investeringshoos in de melkveehouderij is voorbij. Een gemiddeld bedrijf heeft nu 85 tot 90 melkkoeien en is de afgelopen jaren gegroeid met zo'n 10 koeien. De echt grote groeiers zijn schaars. De financiële situatie in de melkveehouderij is over het algemeen goed. Het gros van de melkveehouders staat er bedrijfseconomisch goed voor. De continuïteit is doorgaans geborgd, ondanks dat de geldstromen wel een issue zijn vanwege de matige melkprijs. Opvallend veel melkveehouders werken nog altijd niet met een liquiditeitsbegroting. Boeren zien er de noodzaak niet van in en laten zich dan verrassen door de realiteit. Slechts 1 op de 5 melkveehouders werkt wel met een liquiditeitsbegroting."

Wat betekent dat?

"Bedrijven met een serieus liquiditeitsprobleem krijgen versneld bijzondere aandacht van de afdeling Bijzonder Beheer. Niet omdat er continuïteitsproblemen zijn of het eigen vermogen niet goed is, maar wel omdat de ondernemer de liquiditeitsplanning niet op orde heeft of deze ontbreekt. Bedrijven met serieuze continuïteitsproblemen in de melkveehouderij zijn er overigens niet of nauwelijks. De melkprijs is wel aan de lage kant, maar gemiddeld met de nabetaling erbij opgeteld, valt het wel mee. Ik schat dat 30% van de melkveehouders bij Rabobank momenteel problemen heeft met de liquiditeit. Een deel hiervan heeft de aandacht van Bijzonder Beheer om het liquiditeitsvraagstuk samen op te lossen. Gemiddeld genomen heeft 11 tot 12% van onze zakelijke klanten de aandacht van Bijzonder Beheer."

Hoe komt het dat het aandeel melkveehouders dat in Bijzonder Beheer zit relatief zo hoog is?

"Dat heeft te maken met het melkquotum. In het melkquotumtijdperk kwamen grote prijsfluctuaties niet voor. Nu is dat anders en moeten melkveehouders daarop leren anticiperen."

Laatste reacties

  • jongvee

    als directeur in twee commissies??
    waar haalt hij de tijd vandaan of is directeur van de bank geen volledige baan??
    of gaat het er alleen maar om even een paar bakken geld bij te snabbellen via commissies die niets toevoegen en niets nieuws brengen

  • alco1

    @jongvee.

    Goed kunnen praten is een eerste vereiste. Kennis doet niet zoveel ter zake.
    Als je het interview al leest.
    Bij melkquotum kwamen zulke prijs fluctuaties niet voor.
    En 2009 dan. Als er nou gezegd was voor 2007 kwam het niet voor vanwege de prijs garantie!

  • alco1

    Het enigste waar al die commissies voor moeten zorgen is dat gezonde bedrijven niet meegesleurd worden in de malaise van zinloze regelgeving.
    Veehouders die als ondernemer een sprong in het diepe wagen hebben die keus zelf gemaakt en zijn als het misgaat toch niet te redden.

Of registreer je om te kunnen reageren.