Home

Achtergrond 3255 x bekeken 6 reacties

‘Mestexport is achilleshiel van het mestbeleid’

Al gaat het langzaam, het mestbeleid werpt vrucht af, vindt onderzoeker Oene Oenema van Wageningen UR. Maar mestproductie en gebruiksruimte zijn nog steeds niet in evenwicht. Export is nodig, maar dat is een zwakke plek, vindt hij.

Prof. dr. Oene Oenema is onderzoeker en houdt zich het liefst bezig met cijfers en feiten. “Ik ben wetenschapper, geen politicus”, zegt hij graag als hem gevraagd wordt naar zijn mening over gevoelige kwesties. Toch heeft Oenema als voorzitter van het adviesorgaan Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) wel degelijk invloed op het mestbeleid. Deze commissie van deskundigen adviseert bijvoorbeeld over de hoogte van de verplichte percentages mestverwerking.

Uw advies van vorig najaar is niet opgevolgd. De staatssecretaris besloot de veehouders te ontzien. Het verplichte verwerkingspercentage werd lager dan uw advies. Hoe erg vindt u dat?

“Het is voor de landbouw jammer! Nu moet er immers meer mest in Nederland afgezet worden dan er plaats is. Daardoor blijft de druk op de markt ongewenst hoog. De veehouders betalen daarvoor de prijs, en de akkerbouwers verdienen eraan.”

Waarom is het advies niet opgevolgd, denkt u?

“Omdat de verwerkingscapaciteit er nog niet was. Maar ik vermoed nog een reden: het is voor het imago van de veehouderij niet zo goed als je de helft van je overschot moet verwerken en exporteren. Dan blijkt dat je niet erg grondgebonden bent.”

Hoe zeker weten we eigenlijk wat er omgaat in de mestwereld, in productie en gebruik?

“De mestproductie hebben we nauwkeurig in beeld, die cijfers zijn solide. Wat van bedrijven wordt afgevoerd, daar zit meer ruis op. De grootste onzekerheid zit in de mestexport, met name van niet-verwerkte mest. Het gaat om 15 miljoen kilo fosfaat.”

Het ministerie van Economische Zaken vermoedt dat wat op papier staat niet strookt met de werkelijkheid over export.

“Daar doel ik ook op. De export is de achilleshiel van het huidige mestbeleid. Want er moet heel veel geëxporteerd worden. Dat moet je dus goed in je vingers hebben. Als daar een kink in de kabel komt en de export valt weg, dan hebben we geen plan B.”

'Georganiseerde landbouw moet zich veel meer met mestexport bemoeien'

Waar zit de zwakke plek?

“Ten eerste in de controleerbaarheid. Die strengere maatregelen zijn een heel goede zaak. Ten tweede is er de begeleiding van de export. Het is cruciaal voor de veehouderij dat de afnemers in het buitenland tevreden zijn, dat er een goede relatie met hen is. Dat wordt nu helemaal overgelaten aan de private sector. De mesthandel ligt bij Cumela. Die moeten die hele export begeleiden en de aftersales doen. Maar ja, die zegt van zichzelf al dat de mestdistributie een kruiwagen met kikkers is. De georganiseerde landbouw zou zich hier meer mee moeten bemoeien.”

Er is nog steeds flinke groei van mestexport naar Frankrijk en Duitsland.

“Er is genoeg akkerbouwgrond om al die mest uit Nederland en België te plaatsen. Heel veel van die granen die we importeren komen daar vandaan. Maar er hoeft maar iets tussen te komen en we zitten klem. Een dierziekte of politieke animositeit. Een duurzamere relatie met de afnemers is nodig.”

Zou de overheid daarin een rol moeten spelen?

“Ja, maar die doet dat niet, wat eigenlijk merkwaardig is. Ze heeft immers een stelsel van verplichte mestverwerking ingevoerd, waarbij verwerken bijna synoniem is aan exporteren. Ik denk dat duidelijker afspraken met Duitsland en Frankrijk nodig zijn.”

Stel het lukt om die export duurzamer te maken en er is voldoende verwerkingscapaciteit. Dan zou Nederland dus weer meer vee kunnen houden?

“Ho. Dan moeten we die mestverwerking iets anders definiëren. Nu gaat dat over fosfaat. Maar vergeet de stikstofrijke dunne fractie niet! Vergeet de stikstof niet! Daarvoor moet ook een oplossing komen.”

Oenema: "Het fosfaatplafond is geen doel op zich. Het is een aanvullende eis, een stok achter de deur, net als dier- en fosfaatrechten." Foto: Herbert Wiggerman
Oenema: "Het fosfaatplafond is geen doel op zich. Het is een aanvullende eis, een stok achter de deur, net als dier- en fosfaatrechten." Foto: Herbert Wiggerman

Het fosfaatplafond is een absolute grens, die geen rekening houdt met verantwoorde verwerking en afzet. Dat lijkt op een soort getalfetisjisme. Als de mest verantwoord wordt gebruikt, zou je daar toch ook zonder kunnen?

“In principe wel. Maar dat plafond is geen doel op zich. Er zijn drie achterliggende milieudoelen waar we helaas niet aan voldoen: nitraatgehaltes in grond- en oppervlaktewater, fosfaatgehaltes in oppervlaktewater en de ammoniakemissie. Het fosfaatplafond is een aanvullende eis, een stok achter de deur, net als dier- en fosfaatrechten. Die aanvullende instrumenten zijn nodig omdat de gebruiksnormen en de regels voor mesttoediening zo lastig te handhaven zijn. En juist over die ondersteunende elementen is veel discussie, niet over de mestregels zelf. Boeren accepteren over het algemeen dat ze niet voor 1 februari mogen uitrijden en dat ze per 1 september weer moeten stoppen.”

Waarom gaat de discussie juist over de aanvullende regels?

“Omdat boeren die voelen. Het is jammer dat de dier- en fosfaatrechten en de mestdistributie en -verwerking nauwelijks afgestemd zijn op gebruiksnormen. Dat zijn een beetje losse systemen. Dat had anders gekund, maar dat is politiek. Het zijn compromissen, gevolg van verschillende wensen.”

Dan heeft u blijkbaar niet effectief geadviseerd?

“Wij adviseren, maar de politiek besluit. Ik zie ook wel de worsteling bij LTO over de fosfaatrechten. Ze moeten afromen omdat er meer geproduceerd is dan het plafond. En wat te doen met de knelgevallen? Je hebt grondgebonden bedrijven die nog ruimte hebben en straks moeten betalen voor extra fosfaatrechten. Anderzijds zijn er de bedrijven die geïnvesteerd hebben in stallen die ze nu niet vol hebben. Er is nog een kwestie die op tafel ligt bij dat overleg over de fosfaatrechten: hoe zorg je dat die prijzen niet de pan uitrijzen? Dat is immers jammer geld.”

'Jammer dat een boer het zelf niet meer snapt en adviseurs nodig heeft'

Verwacht u snel helderheid over fosfaatrechten?

“Ze zitten ongetwijfeld in de fase van knopen doorhakken. De benodigde informatie ligt wel op tafel. Ik sluit niet uit dat ze de fosfaatrechten nog even parkeren en dan een combinatie maken met het stelsel voor verantwoorde groei van de melkveehouderij. Anders wordt het wel heel ingewikkeld. Het is jammer dat een boer het zelf niet meer snapt en voor deze dingen adviseurs nodig heeft. Op zich zouden die onderdelen van het mestbeleid in elkaar geschoven kunnen worden. Maar het is de vraag of de mensen die nu aan tafel zitten, de consequenties van de invoering van fosfaatrechten wel helemaal doorzien en tegelijk de relaties zien met de Wet verantwoorde groei melkveehouderij en de verplichte mestverwerking. Als ze haast hebben, komt er eerst waarschijnlijk alleen een regeling voor de fosfaatrechten.”

Dertig jaar mestbeleid. Doelen nog steeds niet gehaald. Mislukt?

“Nee. Terugkijkend was het heel effectief en zijn gigantische stappen gemaakt. Maar de klappers zijn vooral in de jaren negentig gemaakt, de afgelopen 15 jaar ging het minder hard. Hier speelt de wet van de verminderende meeropbrengst. Het laaghangende fruit is geplukt. Maar er is nog iets. Er is gewoon meer mest in Nederland dan we kunnen plaatsen. We kunnen zo’n 125 miljoen kilo fosfaat kwijt op basis van de gebruiksnormen. Het productieplafond, waar we boven zitten, is 172,9 miljoen kilo. De totale mestverwerking is 30 miljoen kilo. De rest blijft ergens in Nederland. In Brabant wordt 10 à 20% meer mest toegediend dan zou mogen.”

Omdat regels niet nageleefd worden, is het dus lastig te beoordelen of de normen op zich effectief zijn. Moeten die strenger?

“Ook omdat ze niet nageleefd kúnnen worden. Kijk eens naar mais. Dat onttrekt maar vier maanden per jaar nutriënten. Als je daar meer met het tussenzaaien van groenbemester zou werken, zou je veel meer opvangen. Daar zetten we te weinig op in. Mais is een prachtig gewas. Elk jaar een 3 à 5% hogere opbrengst dankzij een langer groeiseizoen. Oogst in oktober. Boeren zeggen terecht: zo laat heeft het geen zin om nog een nagewas te zaaien.”

Lees ook: Akkerbouwer casht met mest
Lees alles over mest in het mestdossier
Boerderij nodigt u uit voor het Nationaal Mestcongres op dinsdag 8 maart 2016. Bent u er ook bij?

Laatste reacties

  • alco1

    Heel het land schreeuwt dat de gebruiksnormen door de betere gewassen te laag zijn.
    En er kan nog geen simpele vraag over gesteld worden!

  • kalkar

    Nitraatgehalte is prima, is maar net hoe diep je dit meet, ammoniak daar zullen we het maar niet meer over hebben, want zelfs de beste scheikundige zeggen dat het niet schadelijk is, en de fosfaat is allang geen probleem meer. Integendeel de normen moeten minimaal naar 80 kg fosfaat per ha, en weg is het zgn, overschot. Alleen de politiek wil dit niet, omdat het mestbeleid gebruikt wordt om de boerenstand ijskoud weg te saneren. Criminelen zijn het daar in Den Haag.

  • haj146

    Weer zon linkse Wageningen rukker. Allemaal mensen die ze in het bedrijfsleven niet willen en de agrarische sector neerzetten als de vervuilers. Negeren die kerel

  • Flirt

    172,9 miljoen kg P, maal 15% bex voordeel is 26 miljoen. 30 miljoen kg p verwerken. 172,9 min 26 min 30 is 117 miljoen kg P. Daar is toch gewoon plaatsingsruimte voor?

  • alco1

    De niksnutten is een vinger gegeven en nu willen ze de hele hand.

  • melkkoeienboer

    welja geef brabant maar weer de schuld

Laad alle reacties (2)

Of registreer je om te kunnen reageren.