Home

Achtergrond 1182 x bekeken 1 reactie

Nieuw klimaat zet polder onder spanning

Waterschappen moeten flink bijschakelen om het veranderende klimaat bij te benen. Extreme zomers als die van 2016, zullen vaker voorkomen.

Het klimaat verandert; hoosbuien zijn steeds extremer én lokaler. De junimaand was daarvan het beste bewijs. In de Brabantse Kempen, Peel, Noord- en Midden-Limburg en zelfs delen van de Achterhoek viel toen extreem veel neerslag. Waterschap Peel en Maasvallei noteerde in 'zomermaand' juni gemiddeld 270 millimeter regenval. Vier keer zoveel als normaal en een derde van het jaargemiddelde.

Een totaal nieuwe situatie, stelt waterschapsvoorzitter Ger Driessen. "De junineerslag was de helft meer dan ooit gemeten in de laatste 100 jaar. En de grondwaterstand was hoger dan de hoogste stand in de winter."

Flexibiliteit mist bij extremen

De intensiteit van de buien in juni legde vooral bloot dat de waterhuishouding in Nederland bij extremen (nog) niet toekomstbestendig is, ondanks alle investeringen in waterberging en gemaalcapaciteit. Er moet geld van het Rijk bij, vindt Hans Oosters, voorzitter van de Unie van Waterschappen. Toch stelt hij dat schappen dit jaar volledig aan hun zorgplicht hebben voldaan.

Hans Huijbers, ZLTO-voorzitter, betwist dit. "Juridisch zal het kloppen, maar moreel zeker niet." Hij laakt vooral de integrale plicht van waterschappen. "Het systeem is 15 jaar geleden ingericht op de grote rivieren, niet op het water dat uit het achterland komt. Daar moest het water bij pieken worden tegengehouden. Dat is begrijpelijk, maar dit jaar werd in mei al veel regenval voorspeld en hadden Maas en Waal allebei een laag waterpeil. Toch werd dogmatisch vastgehouden aan het principe om het water van grotere beken als de Aa en de Dommel niet af te voeren. Het kon dus wel. De schappen moeten veel flexibeler zijn en durven schakelen. Bij extremen moeten ze zich niet verschuilen achter de Flora- en faunawet. Daar is bovendien echt niet alles verboden", aldus Huijbers.

'Hoofdbeken hoeven echt niet strakgeveegd te zijn'.

Die verschillende belangen van natuur- en boerenorganisaties botsen vaker. Waterschappen kunnen ook niet altijd alleen de landbouwkant kiezen. Een voorbeeld is het maairegime. Voor 1 juni mag de sloot niet gemaaid worden. Huijbers: "Ook hier mis ik flexibiliteit. Hoofdbeken hoeven echt niet strakgeveegd te zijn, maar nu is er praktisch geen beheer. Waarom kan ecologie niet samengaan met beheer en een goede waterafvoer? Zeker als de gevolgen zo groot kunnen zijn."

Code oranje

Waterschap Peel en Maasvallei ging na de extreme zomer alvast aan de slag met een 'aanvalsplan': Code oranje. Het doel: met alle betrokken partijen een watersysteem met ruimte creëren dat breed - ook door boeren - gedragen wordt. Het plan, dat in november definitief wordt vastgesteld, moet idealiter een landelijk koploperproject mét Rijkssteun worden. Het past binnen de €50 miljoen die het schap de komende jaren in klimaatadaptatie gaat steken.

Er is veel discussie over de maairegimes. Hier maakt Jos Wennekens in opdracht van waterschap Peel en Maasvallei een sloot in Ysselsteyn (L.) schoon.<br /><em>Foto: Bert Jansen </em>
Er is veel discussie over de maairegimes. Hier maakt Jos Wennekens in opdracht van waterschap Peel en Maasvallei een sloot in Ysselsteyn (L.) schoon.
Foto: Bert Jansen

Robuust watersysteem

Het waterschap ziet ook dat het niet eenvoudig is om een robuust watersysteem op te tuigen dat zowel natuur als landbouw tevreden stelt en tegelijkertijd extreem weer aankan. "Meandering, maairegime, natte en droge natuur. Het zijn allemaal gevoelige thema's en er zit ook spanning in het systeem", zegt Ger Driessen. Toch ligt er nu een concept waar boeren in de regel positief op reageren.

Dit plan moet meer ruimte voor beken en waterlopen creëren. Bijvoorbeeld door bredere beekdalen te maken bij wateroverlast. Vooral door slim land om te wisselen, wil het waterschap winst behalen. Driessen: "Boerenland krijgt deels een andere functie: natuur. Die grond wordt dan 85% afgewaardeerd, maar blijft in eigendom van de boer. Daartegenover staat dat nieuwe natuur van de kaart gaat verdwijnen. Ook zal droge natuur vaker weer landbouw worden. Op die manier zou het landbouwareaal zelfs kunnen toenemen."

Boer als verlengstuk

Boeren en waterschappen staan nog te vaak tegenover elkaar. Zeker na deze zomer. Waterschappen zijn gebonden aan richtlijnen en verschillende belangengroepen, terwijl boeren vaak sceptisch zijn over samenwerking. Dat moet en kán anders, stelt ZLTO-voorman Huijbers. "Boeren moeten zich proactief opstellen. Ze kunnen prima klimaatadaptief waterbeleid aanleveren, inclusief schadecomponenten voor als noodgedwongen land onder water gezet moet worden. Ofwel: zelf de oplossing zijn. Dat maakt ze ook tot betrouwbare partners voor waterschappen." Als voorbeeld noemt hij het bodem- en slootbeheer. "Met meer organische stof wordt de bodem bijvoorbeeld een spons. Zo wordt water beter vastgehouden, maar wordt de grond ook weerbaarder bij droogte."

Daar staat volgens ZLTO wel tegenover dat waterschappen moeten openstaan voor dit lokale maatwerk en in extreme tijden niet vasthouden aan 'rigide' protocollen. Maatwerk waarvan de schappen zeggen er open voor te staan.

Scherp aan de wind zeilen

Intussen heeft het kabinet het Deltaprogramma 2017 voorgelegd aan de Tweede Kamer. Daarin wordt klimaatadaptatie sterker benadrukt. Maar daar zit nog geen financiering achter. Daarbij komt dat waterschappen volgens de Unie niet hoeven te bezuinigen, maar in de praktijk wel scherp aan de wind moeten zeilen. Het zorgt soms voor lastige situaties.

Zoals bij het in 2014 gefuseerde waterschap Vechtstromen in Drenthe en Twente. Dat schap wil sinds de fusie één (Drents) beleid voeren. Concreet: ongeveer 1.250 kilometer aan kleine waterlopen afstoten en 80 kilometer aan grote waterlopen overnemen. Het leidde recent tot veel onrust onder vooral Twentse boeren. "Niks staat nog vast", zegt bestuurslid én teler Ria Broeze. "Maar feit is dat veel boeren bang zijn dat hun buurman de sloten straks niet meer onderhoudt. Al krijgen ze er ook extra land - sloten - en zeggenschap voor terug en is het niet gezegd dat wij in de eerste twee jaar geen hulp meer zullen bieden."

Het illustreert niettemin de gevoeligheid en scepsis. Samenwerking tussen boer en schap is essentieel, maar de weg ernaartoe is soms moeizaam.

<strong>Naam:</strong> Jan Verhoeven (66). <br /><strong>Organisatie:</strong> VTA. <br /><strong>Functie:</strong> bestuurslid.<br /><em>Foto: Bert Jansen </em>
Naam: Jan Verhoeven (66).
Organisatie: VTA.
Functie: bestuurslid.
Foto: Bert Jansen

'Waterschappen hebben zich vergist in waterafvoer'
Jan Verhoeven is VTA-bestuurslid én akkerbouwer in het waterschadegebied. In het Brabantse Erp heeft hij 500 hectare land - grotendeels huur - waarvan de helft uit aardappelen bestaat. "De eerste 80 hectare die ik rooide had een gemiddelde hectareopbrengst van onder de 25 ton. Daarna bleef het belabberd."
Hoe groot is de waterschade?
Verhoeven: "Die loopt in de tonnen en ik had geen brede weersverzekering. Als die al geholpen had. Daarom heb ik de verantwoordelijkheid bij waterschappen Aa en Maas en De Dommel gelegd."
Waarom daar?
"De schappen beroepen zich op overmacht. Dát geloof ik wel, maar ik vind ook dat ze onvoldoende rekening hebben gehouden met extreme omstandigheden terwijl ze zelf roepen dat het klimaat verandert. De rekenmodellen waren verkeerd en de waterafvoer is gewoon niet goed berekend bij calamiteiten. Het toegenomen natuurbeleid van meanderende waterlopen en extra begroeiing - zeker door de zachte winters - heeft zich natuurlijk ook gewroken in zo'n extreme maand als juni. Het water kon niet weg."
Wat moet er anders?
"De regel dat waterschappen niet voor 1 juni mogen maaien moet van tafel. Boeren willen echt rekening houden met de natuur. Maar als vogeltjes voor het behoud van gewassen gaan en bedrijven bijna kapot gaan... De waterschappen wisten medio mei al dat er veel water aan zat te komen. Misschien niet in deze mate, maar het extreme weer diende zich in alle voorspellingen aan. De schappen hadden moeten anticiperen en met regionale partijen rond de tafel moeten gaan. Maar aan zo'n oplossing is nooit gewerkt. Er kwam geen maatwerk."
En waterberging en meandering?
"Daar ben ik op zich niet op tegen. Beide zaken zijn belangrijk, maar er moeten gewoon meer mogelijkheden komen om extra water af te voeren. Het watersysteem bewijst zich nu vooral als alles goed gaat. De komende winter moeten we samen goed evalueren hoe we kunnen voorkomen dat het nog eens zo uit de hand loopt."
Wat moet de boer anders doen?
"De boerenmacht binnen waterschappen wordt kleiner, maar ik merk dat de buitendienstmensen van de schappen echt wel naar boeren willen luisteren. Maar in de landbouw is de gedachte vaak: ze luisteren toch niet naar ons. Dat is onterecht. Boeren moet zich de schappen aantrekken en zelf ook beter communiceren. Daarnaast vind ik dat akkerbouwers voor een paar procent van het areaal soms nog te vaak voor laagliggende percelen kiezen. Dat is een risico. En dat wordt door de klimaatverandering alleen maar groter. Daar zullen we scherper op moeten zijn."

<strong>Naam:</strong> Hans Oosters (54). <br /><strong>Organisatie:</strong> Unie van Waterschappen. <br /><strong>Functie:</strong> voorzitter.<br />Foto: Fred Libochant
Naam: Hans Oosters (54).
Organisatie: Unie van Waterschappen.
Functie: voorzitter.
Foto: Fred Libochant

'Samenwerking wordt de sleutel'
Hans Oosters, voorzitter van de Unie van Waterschappen, stelt dat veel meer geld nodig is voor de aanpak van wateroverlast. "Het klimaat heeft ons ingehaald. De voorspelde extreme regenval in 2050 valt nu al."
Het watersysteem voldoet niet meer?
Oosters: "Het systeem is gebaseerd op klimaatscenario's die begin deze eeuw door KNMI zijn opgesteld. Maar die scenario's zijn achterhaald. De intensiteit van de hoosbuien is anno 2016 veel groter dan gedacht. De laatste jaren hebben waterschappen zeer fors geïnvesteerd. Bijvoorbeeld in waterberging, hogere gemaalcapaciteit en het langer vasthouden van water. Maar er moet een flinke schep bovenop om schade en overlast te voorkomen. De aanzet daartoe is het Deltaprogramma 2017 van het kabinet."
Er is veel boerenkritiek na deze zomer, terecht?
"Nee, dat vind ik niet. Alle waterschappen hebben aan hun zorgplicht voldaan. Meer dan dat zelfs. Maar dat poetst de ernst van de situatie in Zuid-Nederland niet weg. Er zullen uitzonderingen zijn waar het mis is gegaan. Maar op basis van onze normeringen waren alle watersystemen op orde. Het is ook een precair systeem. De laatste jaren is sterk ingezet op water vasthouden ten tijde van droogte. Maar dan is het lastig om water snel af te voeren bij forse regenval. Dat is niet zomaar om te draaien. Andersom zou ook geklaagd worden als er onvoldoende water is bij extreme droogte. Dat blijft een lastig evenwicht."
Hoe moet het beter?
"Dit extreme weer komt sneller en zal blijven. We moeten daarom sterker inzetten op preventie; meer gemaalcapaciteit en waterberging, snellere afvoer. Daarnaast wordt samenwerking een sleutelwoord. Inzicht, ervaring en mogelijkheden van boeren zijn nodig; regionaal maatwerk. We moeten echt in de haarvaten van het gebied zitten. Essentieel is hoe we qua ruimtelijke ordening met elkaar omgaan. De watertoets - controle op klimaatbestendigheid - wordt nu vaak te vrijblijvend uitgelegd. Dat geldt niet alleen voor boeren. Recent overstroomde de kelder met alle kwetsbare elektrische apparatuur in het VU Medisch Ziekenhuis in Amsterdam. Niet door het klimaat, maar door een kapotte leiding. Dat moet in 2016 niet meer kunnen."
Is er nieuw geld voor preventie?
"Nog niet. Maar ik ben ervan overtuigd dat het Rijk het Deltaprogramma financieel gaat steunen. Daarnaast hebben waterschappen zelf de laatste jaren meer budget vrijgemaakt voor klimaatmaatregelen."
Maar er wordt toch ook bezuinigd?
"Nee, het geld wordt wél slimmer en effectiever ingezet. Als er minder waterlopen worden gecontroleerd en boeren meer zelf kúnnen doen, is dat geen bezuiniging. Waterschappen zijn nu meer knelpuntgestuurd. Dat betekent dat ze het extra geld bijvoorbeeld gebruiken voor een hogere gemaalcapaciteit en het vasthouden en bergen van water. Daar profiteren boeren juist van."

Eén reactie

  • Bertus Buizer

    Op woensdag 16 november 2016 vindt er in Amersfoort een seminar Duurzaam waterbeheer plaats in relatie tot duurzame voedselvoorziening. Het seminar is vooral bedoeld voor agrarische ondernemers, beleidsmakers, gemeenten en waterschappen en ingenieurs- en adviesbureaus, maar aanmelding staat voor iedereen open. Aanmelden kan via http://www.sustainablefoodsupply.org/inschrijven-seminar/

Of registreer je om te kunnen reageren.