Home

Achtergrond 3604 x bekeken

Fiscale voordelen voor boer onder druk

Het kabinet wil de landbouwregeling btw afschaffen. De gevolgen zijn groter dan voorgesteld. En het is niet het eerste fiscale voordeel dat sneuvelt.

Het kabinet wil de landbouwregeling in de btw afschaffen. In de begroting van EZ staat dat de regering per 1 januari 2018 van de huidige uitzonderingspositie voor land-, tuin- en bosbouwers af wil. Uit een onderzoek blijkt dat de landbouwregeling niet genoeg bijdraagt aan de beleidsdoelen van het kabinet.

Administratieve lastenverlichting

Een concurrerende, duurzame en veilige agro-, visserij- en voedselketen wordt nauwelijks gestimuleerd door de landbouwregeling in de btw, vindt het kabinet. De fiscale wetgeving is al ingewikkeld genoeg, daarom is afschaffing van deze uitzondering een voordeel dat tot administratieve lastenverlichting leidt, aldus het ministerie van Financiën. Hierop is overigens nog wel wat af te dingen.

De btw is een Europese richtlijn. Sommige onderdelen van deze richtlijn zijn dwingend voorgeschreven, maar in een aantal zaken kan een lidstaat zelf bepalen of ze een regeling invoert. Zo is dat ook voor de landbouwregeling. Nederland besliste ooit zelf tot invoering en kan haar dus ook weer afschaffen. Het lijkt wel logisch dat er een overgangsregeling komt. Partijen in de Kamer willen dat de voordelen weer ten goede komen aan de sector.

<em>Illustratie: Herman Roozen</em>
Illustratie: Herman Roozen

Landbouwvrijstelling grond nog steeds intact

In de afgelopen jaren zijn tal van fiscale voordeeltjes voor de land- en tuinbouw verdwenen. Vanaf 2018 sneuvelt de landbouwregeling voor de omzetbelasting. Andere regelingen die verdwenen zijn:
• Rode diesel is afgeschaft sinds 1 januari 2013. Voor de zogenoemde rode diesel gold een lager tarief van de accijnzen. Het voordeel bedroeg in 2012 ongeveer 17 cent per liter.
• Afschrijven op de aankoopkosten van grond is al jaren geleden afgeschaft. Het gaat bijvoorbeeld om overdrachtsbelasting, notariskosten en afsluitprovisie voor een hypotheek. Fiscalisten adviseren wel om de aankoopkosten apart in de boekhouding te verwerken omdat het bij verkoop van grond nog een rol kan spelen.
• Via een zogenoemde Tante Agaathlening kon een startende ondernemer fiscaal vriendelijk lenen van familie. De geldverstrekker hoefde dat deel van zijn vermogen niet mee te tellen voor de bepaling van de belasting op vermogen. De regeling werd op 1 januari 2013 afgeschaft.

Niet alle fiscale voordelen zijn afgeschaft. De belangrijkste regelingen die er nog zijn specifiek voor de landbouw:
• De landbouwvrijstelling in de inkomstenbelasting. De verkoopwinst op landbouwgrond die ook landbouwgrond blijft, is in principe onbelast. In de miljoenennota 2017 staat deze vrijstelling voor een totaal financieel belang van ruim €1,3 miljard in 2015.
• Voor de erf- en schenkbelasting mag voor bedrijfsoverdrachten gerekend worden met de zogenoemde 'going concern' waarde (voortzettingswaarde). Dat is een meestal fors lagere waarde dan de verkoopwaarde van grond, quota en gebouwen.
• Vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de aankoop van landbouwgrond door landbouwbedrijven. Daarvoor gelden wel voorwaarden zoals minimaal 10 jaar voortzetting van landbouwactiviteit op die grond. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt de grond niet belast met 6% overdrachtsbelasting. Volgens de miljoenennota 2017 was het budgettaire belang van de regeling €110 miljoen in 2015.

 

Wat houdt de landbouwregeling in?

Land-, tuin- en bosbouwers worden voor de heffing van de omzetbelasting in principe net als iedere andere ondernemer behandeld. Maar, artikel 295 tot en met artikel 305 van de btw-richtlijn geeft lidstaten de bevoegdheid om een bijzondere regeling voor deze groep ondernemers te treffen. Ook Nederland heeft vanaf de invoering van de omzetbelasting van deze bevoegdheid gebruikgemaakt.

In artikel 27 van de Wet op de omzetbelasting 1968 heeft de wetgever deze bijzondere regeling neergelegd. De omzetbelasting speelt als het ware 'haasje over' met de land-, tuin- en bosbouwer die gebruikmaakt van deze regeling. Hierdoor wordt inbreuk gemaakt op het normale systeem van heffing van omzetbelasting. Deze inbreuk heeft als gevolg dat de heffing van omzetbelasting bij deze ondernemers (en bij degenen met wie zij handelen) anders verloopt dan bij de 'gewone' ondernemer.

Niet meedoen aan btw

Het is de hoofdregel dat boeren, tuinders en bosbouwers niet meedoen aan de btw. Dat heeft als voordeel dat ze geen facturen hoeven uit te schrijven en geen btw-aangifte hoeven te doen. Nadeel is dat de btw die hen in rekening wordt gebracht niet teruggevraagd kan worden bij de fiscus. De afnemer van de ondernemer die niet meedoet aan de btw, kan het landbouwforfait van 5,4% terugvragen bij de fiscus. Als het goed is, geeft de afnemer dit voordeel weer door aan de betreffende ondernemer. De regeling is optioneel. Wil je meedoen met de 'normale' btw-regel, dan kun je daar als ondernemer voor kiezen.

Belang voor de sector

Het belang van de regeling voor de landbouwsector is in de loop van de jaren kleiner geworden. In toenemende mate is de landbouwregeling zelfs nadelig voor de agrarische ondernemer, omdat die per saldo vaak meer btw betaalt dan ontvangt. En dan wordt deelname aan de landbouwregeling ongunstig. Steeds meer agrarische ondernemers (circa 70%) opteren dan ook voor de 'normale' btw-regeling.

Het omslagpunt wordt erg door investeringen bepaald. Hoe meer geïnvesteerd wordt op een bedrijf, hoe minder aantrekkelijk de landbouwregeling is. Zo geldt bijvoorbeeld als vuistregel dat voor een melkveehouder die jaarlijks meer dan €5.000 per ton melk investeert de landbouwregeling niet meer interessant is. In die gevallen wordt jaarlijks meer btw teruggevraagd van leveranciers dan per saldo wordt betaald. Zie het vereenvoudigde rekenvoorbeeld hieronder.

Fiscale voordelen voor boer onder druk

Kosten onderschat

Volgens de berekeningen van de overheid kost het de sector €17 miljoen als de regeling afgeschaft wordt. Maar dat is niet het hele verhaal. De landbouwregeling is immers bedoeld om de administratieve lasten voor boeren te verminderen.

Als de regeling wordt afgeschaft, moeten diegenen die er gebruik van maakten btw-aangiften gaan doen en facturen gaan uitreiken. Dit levert meer papierwerk op en hogere accountantskosten. Het merendeel van de agrarisch ondernemers doet niet aan de regeling mee, maar de groep die wel gebruikmaakt van de regeling is nog altijd fors. Circa 30% van de agrariërs maakt nog gebruik van de landbouwregeling.

Het zijn in de meeste gevallen de kleinere bedrijven die niet aan de btw-regeling meedoen, maar ook grotere bedrijven maken er gebruik van. Zo hebben bijvoorbeeld veel ondernemers met een groot machinepark hun onderneming voor de btw gesplitst. Door deze splitsing maken zij optimaal gebruik van zowel de landbouwregeling als de 'normale' regeling.

Fiscale voordelen voor boer onder druk

Buitenland houdt regeling

Veel andere landen in de Europese Unie hebben gebruikgemaakt van de mogelijkheid om een landbouwregeling in de voeren. Zo kennen bijvoorbeeld Duitsland, België, Ierland en Frankrijk een landbouwregeling. En daar blijft ze wel bestaan. Nederland loopt uit de pas als hier de regeling wordt afgeschaft. Zo bekeken worden Nederlandse land-, tuin- en bosbouwers op achterstand gezet.

Politieke keuze

Gezien het belang voor de sector zijn de SGP en het CDA kritisch over de plannen om de btw-landbouwregeling af te schaffen. €17 miljoen is toch veel geld. "Weliswaar werd in een evaluatierapport geadviseerd om dit bedrag naar de sector terug te sluizen, maar daar is in de begroting niets van terug te vinden", aldus Elbert Dijkgraaf (SGP). Het is dus nog niet zeker of de afschaffing doorgaat. Het kabinet heeft immers de steun van oppositiepartijen nodig in de Eerste Kamer. Het is zeker geen gelopen race. Maar de sector moet wel duidelijk maken dat een afschaffing niet gewenst is.

Zoveelste gunstregeling verdwijnt

Als de regeling wordt afgeschaft, is dit na de rode diesel en de voordelige lening in familieverband (tante Agaath) de zoveelste gunstregeling in de belastingen voor de agro-sector die verdwijnt. De administratieve lasten zullen verzwaren. Grootste angst in de sector is dat vroeg of laat de landbouwvrijstelling ook in het vizier van de bezuinigers komt.

Het is nog afwachten of er in de Eerste Kamer een meerderheid komt. En mochten de plannen doorgaan, dan zal in de loop van 2017 administratief voorbereidend werk gedaan moeten worden om de overgang soepel te laten verlopen.

Kamer wil geld btw-landbouwregeling terugzien

Het zijn vooral de kleinere bedrijven en oudere ondernemers die gebruik maken van de btw-landbouwregeling. Voor de sector als geheel heeft de afschaffing nauwelijks impact, constateerde het Wageningen Economic Research (voorheen LEI) van Wageningen University & Research (voorheen Wageningen UR) in mei 2014. Het LEI maakte de studie ten behoeve van het Interdepartementaal beleidsonderzoek agro-, visserij-, en voedselketens (IBO).
'Afschaffing doet landbouw weinig pijn'
Afschaffing doet de landbouw weinig pijn, maar zal de staat ook niet veel opleveren, schreef Wageningen Economic Research. "Wel is er nog een vrij grote groep kleine bedrijven die de landbouwregeling toepast. Als de regeling vervalt, wordt deze groep door de verplichte administratie geconfronteerd met iets meer kosten." De omvang van die groep werd 2 jaar geleden geschat op zeker een kwart van de landbouwondernemers.
Eerder geen draagvlak
IBO richtte zich op de specifieke (fiscale) instrumenten ter stimulering van de landbouw (en aanverwante sectoren) op de EZ-begroting. Toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma stuurde het rapport in juni vorig jaar naar de Tweede Kamer. Zij zag op dat moment geen draagvlak om de fiscale landbouwregelingen te wijzigen. Daarbij ging het niet alleen over de btw-landbouwregeling. Ook andere fiscale voorzieningen, zoals de landbouwvrijstelling en de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor cultuurgrond, kwamen aan de orde.
Dat de btw-landbouwregeling in 2018 wordt geschrapt komt niet geheel uit de lucht vallen. Accountantsbureaus houden al langer rekening met de mogelijkheid. Over het waarom van het voornemen kon staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken) niet veel zeggen, anders dan dat de maatregel pas in 2018 ingaat en dat het geen grote impact heeft op de sector.
CDA, SGP, ChristenUnie en VVD kritisch
Dat neemt niet weg dat de kleinere bedrijven en oudere ondernemers financiële gevolgen ondervinden. In het parlement zijn vooral CDA, SGP, ChristenUnie en VVD kritisch. De heersende opvatting is dat de bespaarde €17 miljoen per jaar moet terugsluizen naar de landbouw. Een van de suggesties (van LTO Nederland) is om het geld te gebruiken voor de verlaging van de NVWA-tarieven. ChristenUnie bepleit het geld te gebruiken voor ondersteuning van jonge boeren.

Pieter Seegers, Jan Braakman, Wim Esselink

Of registreer je om te kunnen reageren.