Home

Achtergrond 231 x bekeken

Duitsers boeken vooruitgang bij reductie antibiotica-inzet

De antibiotica-inzet in de Duitse veehouderij ontwikkelt zich in de juiste richting: omlaag. Het kan echter nog beter.

De Duitse veehouderij boekt flinke vooruitgang bij de beperking van de antibiotica-inzet. Dat blijkt uit nieuwe, in positieve zin bijgestelde cijfers van de voor de statistieken verantwoordelijke voedselveiligheidsinstantie, de Bundesanstalt für Verbraucherschutz und Lebensmittelsicherheit (BVL).

Antibioticaverbruik gedaald met 53%

Vorig jaar is het verbruik ten opzichte van 2011 (het eerste jaar van de registratie van het verbruik) niet met 51% gedaald, maar met 53%. Ook blijkt de inzet van de voor de humane geneeskunde belangrijke antibiotica-types fluorchinolon en cefalosporines van de derde en vierde generatie niet te zijn gestegen, zoals de BVL in augustus vaststelde, maar eveneens gedaald, althans ten opzichte van 2014.

Ten opzichte van 2015 is nog wel sprake van een stijging. Concreet werd vorig jaar in totaal 805 ton antibiotica verbruikt tegen 1706 ton in 2011. Ten opzichte van 2014 daalde het verbruik vorig jaar met 433 ton.

Misvatting bij farmabedrijf

De fout, die in de in augustus bekendgemaakte statistieken was geslopen, is te wijten aan een misvatting bij een farmabedrijf. Sinds 2011 is de farmaceutische industrie verplicht bij te houden welke hoeveelheden antibiotica zij per jaar aan de dierenartsen afgeven. Deze data gaan naar een instantie voor medische documentatie in Keulen en de BVL zorgt vervolgens voor de evaluatie.

Behandelingsfrequentie per bedrijf

Sinds 2014 berekent deze veterinaire- en voedselveiligheidsbewaker tevens de behandelingsfrequentie per bedrijf. De veehouders moeten voor dat doel bij hun regionale controle-instantie melden wat zij aan antibiotica hebben verbruikt. De BVL berekent aan de hand van deze data elk half jaar twee meetwaardes, waaruit de trendontwikkeling kan worden opgemaakt.

Een landkaart laat bovendien zien in welke regio’s de meeste antibiotica in de landbouw worden ingezet. Dat blijken – niet verbazingwekkend – de aan Nederland grenzende regio’s Ostfriesland, Emsland, Vechta en Nederrijn te zijn; van oudsher gebieden met een hoge varkens- en pluimveedichtheid.

Pig Health Lern-Netzwerk

De Landbouwkamer Nedersaksen is tegen deze achtergrond in mei dit jaar gestart met een netwerkproject voor de varkenshouderij, ‘Pig Health Lern-Netzwerk’. De varkenshouders krijgen hiermee oplossingen voor hun problemen met de reductie van de antibiotica-inzet aangereikt. “Omdat de aard en de omvang van de antibiotica-inzet van vele factoren afhangt, hebben de boeren behoefte aan een aanpak die met deze veelvormige uitdagingen rekening houdt”, aldus de Landbouwkamer bij de introductie van het leer-netwerk.

Dit is overigens geïnspireerd door de opleiding en permanente nascholing van personeel in de machinebouwindustrie, niet voor niets een zeer succesvolle bedrijfstak in Duitsland. Alleen kennis over gezondheid en hygiëne volstaat volgens de Landbouwkamer in ieder geval niet. Doorslaggevend is de instelling van de mensen in de varkenshouderij.

Of registreer je om te kunnen reageren.