Home

Achtergrond 510 x bekeken 2 reacties

Technologie versus instituties: groot versus klein

Een recent debat over landbouw en ontwikkeling in het Tropeninstituut richtte zich op de rol van technologie versus instituties, zoals coöperaties en de vraag of grootschalige of kleinschalige landbouw een oplossing biedt voor ontwikkelingslanden. WUR-topvrouw Louise Fresco wil niet kiezen.

Wetenschappers en filantropen staren zich blind op technologie, zo trapte Bart Steenhuijsen-Piters onlangs het debat over landbouw en ontwikkeling in het Tropeninstituut in Amsterdam af. Steenhuijsen-Piters is hoofd duurzame economische ontwikkeling en gender van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) en is optimistisch.

Focus op instituties

Volgens Piters zal Afrika niet alleen in staat zijn de circa 3 miljard extra inwoners van het continent te voeden. Afrika kan volgens hem een netto-exporteur van voeding worden, en wel door het stimuleren van sterke instituties, van een betrouwbare overheid tot een sterke agrarische belangenbehartiger of coöperaties.

Technologie is volgens de agronoom weliswaar niet onbelangrijk, maar ondergeschikt aan institutionele verbeteringen. Nederland verwierf haar status als wereldwijd toonaangevende producent door de vorming van coöperaties.

Binnen coöperaties kunnen boeren landbouwkundige kennis delen, marktmacht ten opzichte van inkopers vergroten en kunnen ze omvang en professionaliteit vergaren, waarmee ze voor banken interessante kredietnemers worden. Directeur Berry Marttin van Rabobank, zelf parttime boer in Brazilië, beaamde deze stelling.

"De Rabobank Foundation doet in Afrika precies dat: het helpen oprichten en professionaliseren van coöperaties zodat ze 'bankable' worden." Het potentieel is er volgens de Braziliaan met Nederlandse voorouders. Afrika haalt nu gemiddeld 2 ton graan van een hectare, in Europa wordt 10 gehaald. Al komt Afrika maar halverwege...

Louise Fresco en Sharon Dijksma tijdens evenement 'Foodtopia' in 2015.</p>
<p>Foto: ANP
Louise Fresco en Sharon Dijksma tijdens evenement 'Foodtopia' in 2015.

Foto: ANP

Fresco benadrukt belang technologie

Bestuursvoorzitter Louise Fresco van Wageningen UR deelde de analyse deels. Zaken als coöperaties, agrarische belangenbehartigers nodig, infrastructuur en goed bestuur zijn volgens haar belangrijke scheppende voorwaarden voor succesvol landbouwbeleid. Maar ze benadrukte dat aanwending van beschikbare, veilige technologie wel degelijk noodzakelijk is. Het is wat de oud-FAO-bestuurder betreft niet "of", maar "en".

Fresco, ooit promotor van Steenhuijsen-Piters, vindt dat de ontwikkelingswereld zich niet alleen moet richten op incrementele veranderingen. "We moeten realistisch zijn", aldus Fresco. "Om te slagen in onze taak moeten we een enorme sprong voorwaarts maken." Ze merkt bij NGO's soms enige vijandigheid jegens technologie, die volgens haar onterecht wordt geassocieerd met grootschalig boeren.

"Met de mobiele telefoon bijvoorbeeld is in Afrika gepionierd. Voor bijna elke boer kan met de mobiele telefoon nu cruciale informatie worden opgehaald." Informatie over prijzen, maar ook landbouwkundige informatie. "Door deze uitvinding heeft Afrika een dure, ingewikkelde en tijdrovende stap van landlijnen overgeslagen."

'Grootschalig boeren noodzakelijk'

Wie denkt dat Fresco niet gelooft in grootschalig boeren, heeft het mis. De trek van platteland naar de stad gaat door; vermoedelijk zelfs als inkomens verbeteren. "Landbouw bedrijven wordt niet gezien als leuk werk." In een vriendelijke sneer richting Marttin: "behalve als je een heel groot bedrijf en veel geld hebt." Wanneer plattelanders zich bij de massa stedelijke armen voegen, moet een steeds kleiner leger boeren het voedsel produceren. De productiviteit per hectare moet dus omhoog, en daarbij is technologie nodig.

De bekende Zweedse statisticus Hans Rosling mengde zich niet in de discussie groot versus klein, maar benadrukte met een eindeloze reeks boxplotten vooral dat de wereld al enorme stappen vooruit heeft gezet. "Mensen weten dit vaak niet en zitten nog vast in het denken uit de jaren '60." Uit eigen ervaring in Afrika wil Rosling toevoegen dat het vooral belangrijk is dat hulp meer gericht wordt op de allerarmsten.

Nu komt de meeste steun terecht bij inkomensgroepen die eerder richting de middenklasse bewegen. "Hulp moet in eerste instantie vooral landbouwhulp zijn, want de meeste allerarmsten zijn boer. Hulp moet ook vooral contextspecifiek zijn. Verschillen in werelddelen, landen en regio's kunnen heel groot zijn. Je gaat toch ook op vakantie naar Thailand, niet naar Azië."

Laatste reacties

  • agratax(1)

    Waardoor komt het dat de voedselproducten op deze wereld doorgaans tot de armste tak van de bevolking kan worden gerekend? Ze werekn hard, hebben bezit, maar kunnen deze twee pijlers niet voldoende te gelde maken?

  • WGeverink

    De boeren denken er liever niet aan Han want het is zo'n leuk werk. De boer is het werkpaard van de periferie. De periferie verkoopt goederen en diensten tegen retail prijzen (en met zo veel mogelijk winst) aan de boer. Nederland is trouwens het perfecte voorbeeld van een land waar de boer zo goed als alleen nog maar het gedeelte in de keten beheerd dat te duur is voor de periferie om het vele dode kapitaal, de zevendaagse werkweken en het risico. Daarna komt de periferie pas weer om de hoek kijken om de boer van zijn product af te helpen voor zo weinig mogelijk geld en wholesale prijzen. Dat was vroeger al zo en is nu nog steeds zo.

Of registreer je om te kunnen reageren.