Home

Achtergrond 960 x bekeken 1 reactie

Probleemdossier groeibevorderaars

Een ‘verboden groeibevorderaar’ kan een bedrijf ruïneren. Maar de stof is niet altijd toegediend. Ook botst betere techniek met beter inzicht.

Chlooramphenicol (CAP) in stro of furaltadone in kalvervoer. Het mag niet, want de EU hanteert een nultolerantie. Toch worden de stoffen aangetroffen en de gevolgen zijn dramatisch voor de veehouder: torenhoge boetes, dure controlerekeningen, stilleggingen en reputatie naar de maan. Ook al staat niet vast dat hij verantwoordelijk kan worden gehouden voor de aanwezigheid van de verboden groeibevorderende stof. Want zo wordt die aangemerkt.

Scherpe handhaving

Vooral de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) handhaaft heel scherp en dan ook nog met per stof variërende actiegrenzen. Ze hanteert een van de laagste actiegrenzen in heel Europa, en omdat met moderne meetapparatuur steeds meer kan worden gezien, daalt de actiegrens, nodig of niet.

Onwerkbare situatie

Het resulteert voor het bedrijfsleven is een bijna onwerkbare situatie. Enkele keren per jaar is een bedrijf de klos; de onzekerheid over wat je boven het hoofd hangt, is veel breder.

Probleem is niet alleen de nultolerantie, ook het moeizame onderscheid tussen exogene of endogene oorsprong (komt de stof ‘van buiten’, of natuurlijk voor) knelt. ‘Vervuilingen’ zijn soms natuurlijk veroorzaakt. De handhaver heeft daar in de praktijk nog weinig boodschap aan. Gevonden betekent meestal ook veroordeeld en dan eveneens financieel aan de grond.

Te kort door de bocht

Wetenschappers en onderzoekslaboratoria, waaronder zelfs het Rikilt (dat ook optreedt als onderzoeks- en referentielaboratorium voor de NVWA), weten al lang dat de huidige handhavingspraktijk niet zelden veel te kort door de bocht is. Samen met andere (referentie)laboratoria in de EU doet het Rikilt al jaren onderzoek naar de natuurlijke aanwezigheid van verboden groeibevorderende stoffen in veevoer en dieren, mede op initiatief van de Europese Commissie. Het resultaat ervan is te vinden in diverse studies en reflection papers, maar nog niet vertaald naar de praktijk.

Domweg beboeten

De boodschap is dat domweg beboeten voor een verboden stof niet eerlijk is. Deze constatering lijkt een open deur, maar de praktijk leert anderes. Zie hiervoor de vele beboetingen voor het aantreffen van onder meer chlooramphenicol (CAP) in stro en van andere verboden stoffen.

Stro kan op het veld besmet raken met chlooramphenicol. De vondst ervan heeft enkele bedrijven in grote moeilijkheden gebracht.

Natuurlijke groeibevorderende stoffen

In het jongste reflection paper over ‘natuurlijke groeibevorderende stoffen in biologisch materiaal’ worden diverse stoffen genoemd die via natuurlijke weg in voer en dieren kunnen terechtkomen, en die goed moeten worden onderscheiden van toegediende varianten. Genoemd worden onder meer thiouracil, nortesteron, boldenon, testosteron, zeranol en prednisolon. CAP behoort ook tot deze stoffen, maar is niet genoemd omdat antibiotica buiten de studie zijn gelaten, stelt Rikilt-onderzoeker Saskia Sterk. Ook somatotropine, een eiwitgroeihormoon, hoort in de groep.

'Race naar de bodem'

De bevindingen klinken het bedrijfsleven als muziek in de oren. Met name de vleeskalversector maakt zich grote zorgen over de aanhoudende ‘race naar de bodem’ die het nultoleratiebeleid begeleidt. Voorzitter Wim Thus van LTO Vleeskalverhouderij noemde dit beleid vorig jaar ‘absurd’, velen in deze sector zeggen hem dat na. Voorzitter Ruud Thijsse van de Europese veevoerkoepel Fefac sprak er zijn afgrijzen over uit.

Steeds dieper kunnen kijken en steeds meer kunnen vinden, moet niet betekenen ‘steeds fouter blijken’, is hun boodschap. Vooral voor de vleeskalverhouderij voelt het wrang omdat juist deze al veel heeft geïnvesteerd in zelfcontrole, zoals de overheid eist, en daar al decennia succes mee heeft. Andere sectoren zijn veel minder ver.

Tikkende tijdbom

De intensieve sectoren en deels ook de melkveehouderij moeten nog aan de zelfcontrole en ook daar houdt men zijn hart vast. Want wanneer komen deze sectoren in de problemen met tolerantiegrenzen als het antibioticareductiebeleid steeds strenger wordt?

Het is bijvoorbeeld aangetoond dat niet-behandelde dieren in alle sectoren op laag niveau antibioticaresidu uitscheiden, zelfs heel jonge dieren. Sommige onderzoekers noemen de rapportages hierover ‘een tikkende tijdbom’. Want wanneer breekt de dag aan dat een politiek correcte, maar niet al te diep nadenkende handhaver hierin tekenen van ‘niet-geregis­treerd gebruik’ ontwaart? Terwijl het bijvoorbeeld ook ‘gewoon’ kruiscontaminatie van moederdier naar jong dier kan zijn.

Beweeg over het rode icoon voor meer informatie over de handhaving.

Foto: Koos Groenewold

Drempelwaarde verhogen

Tijd dus voor een terugkeer naar het gezonde verstand, vinden de wetenschappers. In EU-verband is al voorgesteld om de drempelwaarde (eigenlijk de ‘recommended concentration’ voor thiouracil) te verhogen. Dit is vooralsnog aangehouden. In Nederland handhaaft de NVWA sinds kort niet meer op CAP in stro. Het bedrijfsleven moet zelf controleren en melden. Een werkelijke omslag in denken en handelen is echter nog ver weg.

Beter onderscheid maken

Het gaat niet om het niet meer strafbaar maken van verboden groeibevorderaars in voer en dieren, maar om het maken van beter onderscheid. Duidelijk moet worden of een ‘verboden’ stof al of niet van nature gevormd kan worden. Zo niet, of wordt een ongewone dosering gevonden, dan zijn vervolgmaatregelen nodig, en mogelijk handhaving.

Verzet is logisch

Verzet tegen onderscheidend onderzoek is logisch. Het maakt het leven voor de handhavers niet gemakkelijker. Vooral door de vondst van CAP in stro en ander ruwvoer (afkomstig van bodembacteriën) zijn in de afgelopen jaren enkele bedrijven in grote moeilijkheden gekomen. Ze wisten niet wat hen overkwam en wat ze hadden kunnen doen, maar werden wel opgezadeld met extreem hoge kosten voor onderzoek en afvoer van dieren en voer.

Groeibevorderende stoffen ook bij andere dieren gevonden

Anders dan vaak gedacht, kunnen sommige verboden groeibevorderende stoffen ook worden aangetroffen bij varkens, schapen, geiten en pluimvee, en ook daar kunnen ze als natuurlijk voorkomende stof worden gevonden. Voorbeelden van stoffen die zowel van nature aanwezig kunnen zijn bij varkens in toegediende vorm zijn 17-bèta-nortesteron en 17-bèta-boldenon.

Lat wordt hoger voor verboden stoffen

Een meer onderscheidende aanpak van verboden groeibevorderaars hoeft niet te betekenen dat verboden gebruik minder streng wordt aangepakt. De tendens is juist dat de lat hoger wordt gelegd voor verboden stoffen. Controle-apparatuur wordt steeds beter en deskundigen oordelen, net als in de sport, steeds strenger over verboden stoffen. Zie de adviezen van het wetenschappelijke college van de Europese voedselautoriteit Efsa.

Eén reactie

  • wienbemelmans

    de overheid moet zorgen dat ze vakbekwame controleurs hebben en niet zo als je vaak ziet wat ze weer gestuurd hebben geen verstand van zaken maar de boer is de lul.

Of registreer je om te kunnen reageren.