Home

Achtergrond 1377 x bekeken laatste update:11 apr 2016

VVD en CDA aan het roer

Na twee maanden onderhandelen hebben tien van de twaalf provincies een nieuw college. CDA en VVD zijn bijna overal aan zet. SP en D66 zijn sterker vertegenwoordigd dan voorheen.

Al op de verkiezingsavond van de Provinciale Statenverkiezingen op 18 maart vierden CDA, VVD en D66 feest. De VVD bleef ondanks verlies de grootste partij, CDA werd de grootste partij in veel gemeenten en D66 boekte de grootste winst. PvdA was de grote verliezer. 
Maar de grootste partij worden is stap één in de strijd om de macht. Vervolgens moet het lukken om met andere partijen tot een akkoord te komen om samen de provincie te gaan besturen.

Door de grote verdeeldheid in de politieke opinie bestaan de coalities in alle provincies uit vier of vijf partijen. Dat maakt de onderhandelingen niet eenvoudiger, omdat elke partij haar speerpunten graag wil behouden. Toch is het in bijna alle provincies gelukt. Alleen in Zeeland zijn de politici er nog niet uit en lijkt het op korte termijn ook niet te gaan lukken.

SP en D66 in meer colleges

SP is de grote nieuwkomer in veel provinciale besturen. De SP komt in zes provinciale besturen, een verdrievoudiging. Deze groei gaat ten kostte van de PvdA. Die partij zat in acht provincies in het college van Gedeputeerde Staten, maar dat worden vijf of zes provincies (afhankelijk van Zeeland). Ook de macht van D66 rukt op in de provincies. De partij is vertegenwoordigd in negen coalities, ten opzichte van vijf in de vorige periode.

Aantal gedeputeerden per provincie, coalities mei 2015. Beweeg over de rode iconen voor meer informatie.

CDA niet in Brabants college

De doorgaans landbouwvriendelijke partijen VVD en CDA scoren het hoogst. Beide partijen zitten in elf provincies in het provinciebestuur. Daarbij komt meteen een pijnlijke kwestie aan het licht voor het CDA. Voor het eerst in de geschiedenis van het CDA en diens voorganger KVP zit de partij niet in het Brabants college. Tijdens de onderhandelingen werd het CDA, met negen zetels de tweede partij, buiten spel gezet, terwijl VVD, SP, D66 en PvdA tot een akkoord kwamen. Een meningsverschil over de rondweg van Eindhoven was de oorzaak van de ontstane situatie.

CDA blijft hofleverancier

CDA blijkt hofleverancier te zijn als het gaat om gedeputeerden die de portefeuille landbouw onder hun hoede krijgen. In Drenthe, Flevoland, Noord-Holland, Overijssel, Gelderland, Utrecht en Limburg komt de landbouwgedeputeerde van CDA-huize. D66 levert (naar verwachting) twee landbouwgedeputeerden. In Friesland en Groningen komt de landbouwportefeuille bij respectievelijk de Fries Nationale Partij en de ChristenUnie terecht.

Opvallend is dat ook veel gedeputeerden blijven; slechts drie provincies krijgen zeker een nieuwe landbouwgedeputeerde, waaronder Drenthe, waar voormalig dominee Henk Jumelet namens het CDA op het pluche komt. In de andere provincies blijven de landbouwgedeputeerden zitten of hebben de zittende gedeputeerden aangegeven opnieuw beschikbaar te zijn.

Voor het verlenen van vergunningen spelen de provincies een cruciale rol, bijvoorbeeld via eisen aan duurzaam produceren en omvang van bouwblokken.

Gevolgen voor landbouwbeleid

Een CDA-gedeputeerde en CDA en VVD in het college wil niet zeggen dat het beleid vooral gericht is op ontwikkelruimte voor de agrarische sector. Bewindspersonen zijn altijd gebonden aan coalitieafspraken. Zeker door de vele partijen die deelnemen in de coalities, blinken de akkoorden niet altijd uit in duidelijkheid. De teksten zijn zo opgesteld dat elke partij ermee kan instemmen. Dit heeft ertoe geleid dat veel provincies wel positief zijn over de ontwikkeling van de agrarische sector, maar dit moet nadrukkelijk op een duurzame manier gebeuren.

Geen negatieve coalitieakkoorden voor landbouw

De opmars van SP en D66 is zichtbaar in de akkoorden. Verduurzaming van de landbouw met ruimte voor economische ontwikkeling van de sector staat in de meeste provincies bovenaan. Ook staat een oplossing voor leegstaande agrarische gebouwen hoog op de prioriteitenlijst. Noord-Brabant benadrukt dat er werk wordt gemaakt van grootschalige mestverwerkingsprojecten.

Door verdere decentralisering van het beleid krijgen provincies meer te zeggen. Natuur- en plattelandsbeleid ligt voornamelijk bij provincies. De coalitieakkoorden zien er niet negatief uit voor de landbouw. Er is ruimte voor ontwikkeling en innovatie, maar hieraan worden ook duidelijk in iedere provincie voorwaarden gesteld. Hoe dit in de praktijk zal uitpakken, wordt de komende vier jaar duidelijk.

Wim Esselink, Jan Braakman, Esther de Snoo, Mariska Vermaas

Of registreer je om te kunnen reageren.