Home

Achtergrond 3010 x bekeken 3 reacties

Boeren ontvangen minder subsidie

De Europese subsidies voor de landbouw gaan over grote bedragen. Toch krijgen Nederlandse boeren ieder jaar minder steun. Bovendien is die steun een omstreden onderwerp.

De Nederlandse agrarische sector kreeg in 2014 € 951 miljoen aan landbouwsubsidies uitgekeerd. Hoewel dit al € 17 miljoen minder is dan in 2013, blijven landbouwsubsidies altijd een omstreden onderwerp. Recent nog opperde minister van Binnenlandse Zaken 
Ronald Plasterk om landbouwbudget in te zetten voor het verbeteren van grote steden. Tweede Kamerleden vroegen opheldering bij staatssecretaris van Economische Zaken Sharon Dijksma. Zij stelde hen vooralsnog gerust: voor de periode tot 2020 is het budget veilig voor landbouwdoeleinden.

Verantwoording
Toch vraagt het forse bedrag aan landbouwsubsidies wel een degelijke uitleg, met name bij de stedelijke bevolking. “De bakker krijgt toch ook geen subsidie omdat hij bakker is?”, is een veel gehoorde vraag. Het ministerie maakt mede vanwege deze vragen de vergelijking van de kosten van het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) met andere sectoren.

Zo zijn de jaarlijkse uitgaven op rijksniveau aan kinderopvang € 2,4 miljard, kost de nationale politie € 5,2 miljard en kost de studiefinanciering € 4,2 miljard. Dat zijn veelvouden van de bijna € 1 miljard voor het landbouwbeleid. Hiervan wordt € 837,1 miljoen uitgegeven aan voedzaam en veilig voedsel en een stabiele voedselproductie. € 7,7 miljoen wordt uitgegeven aan het verduurzamen van de landbouw door verbetering van milieu, klimaat en dierenwelzijn. € 28,6 miljoen van het budget is gereserveerd voor behoud van een divers landschap en natuur.

Daling
De betalingen via het GLB zijn de afgelopen vijf jaar met 6,5 procent gedaald van € 1,02 miljard in 2010 naar € 951,1 miljoen in 2014. De directe inkomenssteun is in dezelfde periode met 12 procent verminderd: van € 952,1 miljoen in 2014 naar € 837,1 miljoen in 2014. Dat komt vooral door de daling van de uitgave aan markt- en prijsbeleid: van € 142,5 miljoen naar € 31,3 miljoen in 2014. Dat komt onder andere door de afbouw van exportrestituties van de EU.

Het budget voor directe betalingen (toeslagen) daalde in dezelfde periode van € 809,5 miljoen naar € 805,8 miljoen. Een deel van deze premie werd in het begin van de periode nog gekoppeld betaald, bijvoorbeeld specifiek voor de teelt van zetmeelaardappelen of voor vleeskalveren. Deze gekoppelde steun is in de loop der jaren teruggedraaid en opgenomen in de totale directe inkomenssteun.

Tussen 2010 en 2014 is de betaling voor de tweede pijler, het plattelandsbeleid, bijna verdubbeld van € 62,7 miljoen naar € 111,1 miljoen. Dat komt mede doordat het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP) in de tweede pijler voor zeven jaar wordt gemaakt. In de eerste jaren zijn veel plannen in de opstartfase, waardoor er minder wordt besteed dan in de uitvoeringsfase. Die is aan het einde van de zevenjaarlijkse periode.

Zuivelsector
De premie voor de zuivelsector is in 2014 voor het eerst sinds 2010 positief. Dit komt door een correctie. Door de afdracht van superheffing vanwege het overschrijden van het melkquotum moet Nederland meer betalen dan dat er heffing wordt ontvangen. In 2014 is dat niet zo, omdat er in dat jaar een correctie is van een te veel betaalde premie in de voorgaande jaren.

In 2014 krijgt de zuivelsector in totaal € 2,78 miljoen, in 2013 werd netto € 14,14 miljoen afgedragen aan Brussel. De belangrijkste posten voor de zuivelsubsidies zijn de interventies in de vorm van opslag van boter en room (€ 1,37 miljoen in 2014) en de superheffing (correctie van € 1,41 miljoen in 2014). De restituties voor melk en zuivelproducten, die in 2010 nog bijna € 52 miljoen bedroegen, zijn in 2014 afgebouwd naar nul.

Akkerbouw
In de akkerbouw zijn de premies voor marktmaatregelen en directe inkomenssteun in de periode van 2010 tot 2014 gedaald van € 48,23 miljoen naar € 13,15 miljoen. Dit is vooral het gevolg van afbouw van de uitgaven aan marktmaatregelen (interventie en productierestitutie) voor zetmeel, het fonds voor suikerherstructurering en steun voor gedroogde voedergewassen en steun voor vezelvlas en hennep. In 2014 is er geen steun meer ontvangen voor marktmaatregelen.

De directe inkomenssteun voor akkerbouwers is in dezelfde periode gehalveerd van € 26,61 miljoen in 2010 naar € 13,15 miljoen in 2014. In 2012 werd het aardappelzetmeelquotum afgebouwd. Tot die tijd werd premie betaald aan de aardappelzetmeeltelers, met in 2012 het recordbedrag van € 27 miljoen.

Veehouderij
Ook in de niet-zuivelgerelateerde veehouderij zijn de exportrestituties de afgelopen jaren teruggedraaid. Ook de directe inkomenssteun voor vleesvee- en schapenhouders is verlaagd. Dit heeft tot gevolg dat in de periode van 2010 tot 2014 het Nederlandse budget voor marktmaatregelen en directe inkomenssteun is gedaald van € 101,67 miljoen in 2010 naar € 14,16 miljoen in 2014. Alleen voor de export van levende runderen werd nog € 74.858 restitutie uitbetaald in 2014.

De grootste daling wordt veroorzaakt door het schrappen van de slachtpremie voor vleesvee (in 2010 nog € 57,80 miljoen) en slachtpremie voor kalveren (€ 37,67 miljoen in 2010). De daling van de directe inkomenssteun werd deels gecompenseerd via de regeling voor duurzame stallen, waar in 2014 € 12,22 miljoen aan uitgegeven werd.

Tuinbouw
In de tuinbouw worden premies voor marktordening en directe inkomenssteun vooral uitgekeerd aan producentenorganisaties. Hierdoor krijgen organisaties als FresQ en Veiling Zon veel steun. Met de Europese steun organiseren de producenten activiteiten om de gezamenlijke afzet te verbeteren. Het gaat dan om innovatie, investeringen in duurzame productie en promotie.

De premies daalden fors. In 2010 werd € 84,71 miljoen uitgekeerd aan Gemeenschappelijke Marktordening. In 2014 was dit € 28,30 miljoen. De daling komt vrijwel geheel doordat actiefondsen voor telersverenigingen en operationele programma’s worden teruggedraaid. Ook zorgt het intrekken van de erkenning van The Greenery, die in 2010 met ruim € 30 miljoen de grootste ontvanger was, voor een daling. Directe inkomenssteun wordt niet verstrekt.

Toekomst
Dit jaar begint de uitvoering van een nieuwe periode van het Europees landbouwbeleid tot 2020. De betalingen aan Nederland zullen verder dalen. De Europese doelstelling is om tot een gelijke premie te komen voor alle boeren in Europa. Omdat Nederlandse boeren bij de grootste ontvangers horen, behoort Nederland ook tot de landen die het meest gekort worden. Ter compensatie heeft Dijksma toegezegd dat het budget voor het plattelandsbeleid wordt gericht op de ontwikkeling van de agrarische sector en niet op plattelandszaken zoals fietspaden. Om draagvlak te houden voor het uitgeven van belastinggeld aan steun aan boeren ‘omdat ze boer zijn’, moeten boeren wel meer gaan doen om premie te krijgen via vergroeningseisen.

Het EU-landbouwbudget is tot 2020 vastgesteld op € 373 miljard. Nederland zal ruim € 6 miljard ontvangen, waarvan € 5,4 miljard aan directe betalingen.

Laatste reacties

  • Zuperboer

    Alle Subsidie eraf. Geen enkele overheidsinmenging wereldwijd (please Poetin and China keep your word) in de prijszetting van voedsel. Zul je zien dat de landbouwinkomens in een jaar tijd meer dan verdubbelen. Dit noemen ze nu een modern sprookje.

  • Peerke1


    Inderdaad alle subsidie eraf. 1 Het houdt ambtenaren aan het werk en indireckt vloeit dit geld weg uit de landbouw.2 De overheid legt ons steeds meer regels op om nog subsidie te kunnen vangen en wij boeren werken er aan mee, hoe dom toch.3 De lol om te boeren gaat er zo helemaal van af. Regels en nog eens regels.

  • jfvanbruchem1

    Alle subsidies eraf,wanneer zal LTO dit standpunt in durven nemen?

Of registreer je om te kunnen reageren.