Home

Achtergrond 1689 x bekeken

Gevecht om de ruimte

Provinciale Statenverkiezingen zijn belangrijker dan ooit voor boeren. Ruimtelijke ordening, natuur en jacht zijn kerntaken van gewesten sinds 2013.

Over twee weken, op 18 maart, vinden in alle provincies de Provinciale Statenverkiezingen plaats. Hoewel burgers niet zo om de politieke kleur van het provinciale parlement malen – de opkomst van de vorige vier verkiezingen was niet hoger dan 50 procent – is de gewestelijke stembusstrijd voor boeren belangrijker dan ooit.
De provincie is sinds 2013 eindverantwoordelijk voor het natuurbeleid, inclusief de uitvoering van de PAS (stikstofbeleid), het agrarisch natuurbeheer, jacht en plattelandsontwikkeling. Het rijk hevelde de verantwoordelijkheid voor deze taken in 2013 over naar de provincies. Dat maakt dat provincies dé regisseur zijn van het ruimtelijk gebied. Het zijn de eerste Statenverkiezingen sinds de decentralisering vier jaar geleden. Voorheen beschikten de provincies over een door Den Haag vastgesteld budget, nu hebben zij middelen tot hun beschikking die zij zelf en naar eigen inzicht kunnen besteden (zie kader € 416 miljoen voor natuur provincies).

Op en om de boerderij voelt de boer de invloed van het provinciehuis toenemen. Of het nu gaat om huizenbouw op voormalige landbouwgrond (Utrecht), internetverbindingen voor dorpen en buitengebied (onder meer in Groningen, Friesland en Flevoland), een verbod op het rapen van kievitseieren (Friesland), de inzet van boeren voor natuurbeheer (Drenthe, Gelderland, Limburg en Zuid-Holland), rem op de veestapel (Noord-Brabant en Friesland), koeien in de wei (Gelderland en Zuid-Holland) of meer geld voor de zuivelindustrie (Friesland), boeren hebben belang bij de Statenverkiezingen. Want het is de provincie die de landbouw veel oplegt.

 

Wild, stallen of biologisch

Krijgt de boer ruimte, en waar? Of krijgt de natuur voorrang? Landbouw en natuur zijn belangrijke verkiezingsitems. Dat is terug te vinden in kieswijzers op internet. Voor iedere provincie (met uitzondering van Friesland en Zeeland) is zo’n hulpmiddel door het Huis voor democratie en rechtsstaat (ProDemos) samengesteld. Dit gebeurt met de inbreng van de provinciale politieke partijen.
Het was onomstreden dat landbouw een prominente plaats moest krijgen in de kieswijzers, laat een van de makers weten. Want landbouw is een typisch ‘provincieding’. Minimaal vijf van de dertig vragen van de stemhulp zijn landbouwgerelateerd. Friesland en Zeeland ontwikkelden zelf een stemwijzer.

Uit een analyse van de stemwijzers blijkt dat de aanpak van overlast van ganzen in vrijwel alle provincies een verkiezingsonderwerp is. Ook de bouw van nieuwe stallen groter dan 1,5 hectare is een item dat in vrijwel alle provinciale stemwijzers terugkomt. Het toestaan van (plezier)jacht is ook een twistpunt dat overal speelt, net als de opoffering van landbouwgrond voor de aanleg van de ecologische verbindingszones. Ruimte voor groot wild, zoals wilde zwijnen, is een verkiezingsthema in Drenthe, Noord-Brabant, Limburg en Utrecht. Opvallend is de vraag of biologische of verbrede landbouw gesubsidieerd moet worden met geld uit het provinciehuis. Ook deze vraag komt in bijna alle kieswijzers terug (zie kader Van gaswinning tot natuurbeleid: er valt echt iets te kiezen).

De waterschappen, ook een belangrijk orgaan waar boeren van afhankelijk zijn, zijn een verkiezingsonderwerp. Voor de waterschappen zijn ook verkiezingen op 18 maart; deels wordt over waterschapszaken echter in het provinciehuis beslist. Vorige week woensdag stemde een meerderheid van de Zeeuwse Staten in met een voorstel het aantal zetels voor boeren en bedrijven terug te brengen van negen naar zeven. In Friesland is het verlagen van het grondwaterpeil van veenweidegebieden voer voor de verkiezingsstrijd.

 

‘Verkiezingen raken het kabinet’

In de periode 1946-2011 zijn zeventien keer Provinciale Statenverkiezingen gehouden. CDA (voorheen KVP, ARP en CHU), PvdA en VVD kwamen door de jaren heen meestal als grootste uit de bus. Sinds de verkiezingen in 2011 is de VVD verreweg de grootste partij in de provincie, met uitzondering van de drie noordelijke provincies (PvdA), Overijssel (CDA) en Limburg (PVV). Omdat de Eerste Kamer door de Provinciale Staten wordt gekozen, werkt de uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen door in de zetelverdeling van de Eerste Kamer (zie kader Boereninvloed op Eerste Kamer beperkt).

Premier Rutte stort zich persoonlijk in de verkiezingscampagne voor de Provinciale Staten, kondigde hij begin dit jaar al aan in een interview met NRC Handelsblad. “Dit zijn landelijke verkiezingen, die raken direct ook het kabinet”, aldus Rutte, die ook aan verkiezingsdebatten mee wil doen.

Het aantal verkiesbare leden van Provinciale Staten hangt af van het aantal inwoners van de provincie. Flevoland als kleinste provincie heeft er sinds maart 2007 39 (voorheen 43), Zuid-Holland met 3,3 miljoen inwoners heeft er vanaf dezelfde datum 55 (voorheen 83), het maximum. De laatste verkiezingen voor Provinciale Staten waren 2 maart 2011.

Eerste Kamerleden (senatoren) worden niet rechtstreeks gekozen: de inwoners van de provincies kiezen de Statenleden en dezen kiezen dan de Eerste Kamerleden. De verkiezingen van Provinciale Staten zijn daarmee van direct belang voor de landspolitiek. De samenstelling van de Eerste Kamer vindt kort (uiterlijk drie maanden) na de provinciale verkiezingen plaats.

 

Jan Braakman, Esther de Snoo, Mariska Vermaas

 

De middelen voor natuurbeleid mogen provincies naar eigen inzicht besteden. Noord-Brabant kan het meest (€ 63,7 miljoen) aan natuur uitgeven.

Van gaswinning tot weidegang: er valt echt iets te kiezen

Iedere provincie heeft zijn eigen aandachtsgebieden in de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen.
Terwijl in Groningen vooral over gaswinning wordt gesproken, speelt bij de Brabantse verkiezingen de intensieve veehouderij een belangrijke rol. De partijen zijn sterk verdeeld over alle onderwerpen. Er is voor de kiezers echt iets te kiezen.
In Friesland staat melkveehouderij hoog op de agenda. Terwijl CDA , ChristenUnie, D66, FNP, PvdA en VVD willen investeren in de ontwikkeling van zuivelkennis in Friesland, vinden Friese Koers, 50 Plus, SP, PvdD en GroenLinks dat niet nodig. Vrijwel alle partijen in Friesland vinden dat de melkveehouderij mag groeien, mits aan voorwaarden van milieu, landschap en dierenwelzijn wordt voldaan.
Het leggen van verbindingen tussen natuurgebieden is onderwerp van gesprek in Flevoland, na de kwestie rondom het Oostvaarderswold. Linkse partijen willen natuurgebieden met elkaar verbinden, rechtse partijen willen dit juist niet. PvdA pleit voor het verbinden van natuurgebieden met recreatie. Over de komst van de Floriade in 2022 in Flevoland zijn de partijen wel eensgezind: ze zijn vrijwel allemaal voor, maar willen er niet meer geld aan uitgeven dan de reeds toegezegde € 10 miljoen.
Dat politieke partijen in provincies van mening verschillen, blijkt bij het standpunt over windmolens. Terwijl SP en ChristenUnie in Utrecht meer windmolens willen, willen dezelfde partijen dit in Zuid-Holland niet.
De PvdA neemt in Zuid-Holland ook een ander standpunt in dan het landelijke standpunt. PvdA wil in Zuid-Holland, net als SP, PvdD en GroenLinks, verplichte weidegang voor melkvee. Landelijk wil de PvdA weidegang echter niet verplichten.
Er valt dus zeker wat te kiezen op 18 maart, waarbij goed gekeken moet worden naar de provinciale standpunten van de partijen.

Boereninvloed op Eerste Kamer beperkt

De verkiezingen voor de Provinciale Staten hebben gevolgen voor de samenstelling van de Eerste Kamer. De invloed van de agrarische beroepsgroep op de totale uitslag is al jaren tanende. Agrarische stemmen leveren in het gunstigste geval drie zetels in de senaat op.
De stemming voor de Eerste Kamer door leden van Provinciale Staten vindt ruim twee maanden na de verkiezingen plaats: op 26 mei. Op 9 juni wordt vervolgens de senaat in de nieuwe samenstelling geïnstalleerd.
De verwachting – op grond van de huidige peilingen – is dat zich een forse verschuiving voordoet in de verhoudingen. VVD en PvdA staan beide op verlies. De partijen die de coalitie ondersteunen staan op winst (D66 en ChristenUnie winnen, SGP stabiel). Zo kan de situatie ontstaan dat de huidige coalitie extra steun moet zoeken in de Eerste en Tweede Kamer, om het voorgenomen beleid te kunnen uitvoeren. Voor de landbouw belangrijke dossiers die nog op de plank liggen zijn de Melkveewet, de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), de Omgevingswet en de Natuurwet.
Hoewel al die dossiers nog heel wat debat opleveren, hoeven de voorstellen niet tot politieke struikelpartijen te leiden, ook niet in een nieuwe politieke constellatie. Toch zal de coalitie gezien de huidige peilingen bij de nieuwe samenstelling van de Eerste Kamer op zoek moeten naar bredere steun, omdat een partij in de Eerste Kamer geen voorstel ondersteunt dat de partijgenoten in de Tweede Kamer hebben afgewezen.
De invloed van agrarische kiezers op de Eerste Kamer is beperkt, ook vanwege de getraptheid van de verkiezingen. Kiezers stemmen op Statenleden, Statenleden stemmen op Eerste Kamerleden. Dat laatste gebeurt volgens een ingewikkelde rekensleutel; het aantal provincie-inwoners weegt mee bij de stem van het Statenlid. De stem van een Zuid-Hollands Statenlid weegt wel zes keer zo zwaar als die van een Zeeuws Statenlid.
Gemeten naar het aandeel van de agrarische bedrijfshoofden in de provinciale bevolkingsaantallen, heeft de Friese landbouw op provinciaal niveau de meeste invloed. Maar gemeten naar het gewicht van de provinciale stemmen voor de Eerste Kamer weegt de stem van de Gelderse landbouw het zwaarst, gevolgd door de Brabantse inbreng.
De invloed is marginaal, omdat het uiteindelijk gaat om maximaal 3 van de 75 senaatszetels. Drie zetels meer of minder kunnen echter wel bepalen of de regeringspartijen en de gedoogpartijen D66, ChristenUnie en SGP gezamenlijk nog een meerderheid halen in de Eerste Kamer.

Jan Braakman, Esther de Snoo, Mariska Vermaas

Of registreer je om te kunnen reageren.