Home

Achtergrond 2147 x bekeken 3 reacties

‘We moeten voedsel weer waarderen’

Carla Dik-Faber (44) behoort tot de meest productieve Kamerleden. Zij heeft een grote passie voor voedsel en de strijd tegen voedselverspilling. Ze vindt dat we meer zorg moeten hebben voor het eerste geschenk van God aan de mens.

Het melkveebedrijf van haar grootouders, ten noorden van het Friese Dokkum, is haar in het geheugen gegrift. In de weekeinden gingen de ouders van Carla Dik-Faber vanuit de Randstad naar Friesland om van het buitenleven te genieten. “Mijn grootvader had ook bieten en aardappelen, maar het melkveebedrijf herinner ik me het meest.”

Nog steeds, als ze de geur van pasgeboren kalveren opsnuift, komt het gevoel van toen terug. Dát, zegt ze, is de bron van haar passie voor voedsel.

Mening Dik-Faber doet ertoe

Carla Dik-Faber (ChristenUnie) is van alle landbouwwoordvoerders in de Tweede Kamer misschien wel degene met de grootste invloed. Vanwege de verdeeldheid in de coalitie kan zij met haar fractie vaak de ene of de andere kant aan een meerderheid helpen. Vandaar dat haar mening ertoe doet in de Haagse arena. In de AgriTop 50 staat zij op nummer 42.

Bijbel de grondslag van haar politieke denken

De landbouwwoordvoerder van de Christen­Unie heeft geen landbouwachtergrond – behalve dan via haar grootouders. Ze studeerde kunstgeschiedenis, kwam daarna als lobbyist voor een werkgeversorganisatie in de zorg in de Tweede Kamer. Ze realiseerde zich dat Kamerleden het verschil kunnen maken. “Dat wilde ik ook. Toen ben ik gaan zoeken naar een politieke partij waarin ik me thuis voelde. Dat was de RPF, een van de voorgangers van de ChristenUnie.”

Voor haar is de Bijbel de grondslag van haar politieke denken. En ook al zijn kerk en staat gescheiden, “ik kan mijn geloof niet thuis laten als ik in de politieke arena sta. Ik sta daar wel met een overtuiging!”

Beweeg met de muis over de iconen voor meer informatie over Carla Dik-Faber

Voedsel geen onderdeel van handelsakkoord TTIP

Dik-Faber is niet een politica die met wijdlopige betogen probeert te overtuigen. Zij bijt zich in een onderwerp vast en probeert volhardend met vragen en moties uiteindelijk haar gelijk te halen. Ook al lijkt het onbegonnen werk. Neem bijvoorbeeld het idee dat voedsel geen onderdeel mag worden van een handels­akkoord tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie (TTIP).

Ook al zeggen de Amerikaanse landbouwminister Tom Vilsack en de Europese landbouwcommissaris Phil Hogan gebroederlijk dat er geen akkoord komt zonder landbouw, Dik-Faber geeft niet op: “Ik ga mijn stinkende best doen. Onze boeren dreigen nu al het onderspit te delven in het economisch sys­teem waarin ze zitten. Dat wordt nog erger als voedsel in TTIP wordt opgenomen. Ik laat me echt niet door anderen ontmoedigen. Het gaat hier om ons eten. Voedsel is geen koelkast!”

'Voedsel Gods eerste geschenk aan mens'

Voedsel, zegt ze, is zo’n bijzonder product, daar valt niets mee te vergelijken. De politica gebruikt in haar betogen niet veel Bijbelse verwijzingen. Maar dat het eerste geschenk van God aan de mens voedsel was (Genesis 1:29), moet ons tot nadenken stemmen, vindt ze.

“Kijk hoe we met ons voedsel omgaan. Zie de verspilling, het is werkelijk totaal losgeraakt. Een product dat zoveel moois bevat, waar zoveel mensen hard aan hebben gewerkt, dat als een maaltijd op ons bord verschijnt – dat product heeft waarde. Daar zit passie in en liefde. Dat mogen we niet zomaar weggooien.”

'Eten weggooien, dat klopt niet'

Iedereen, zegt ze, heeft daar een gevoel bij. Eten weggooien, dat klopt niet. Voedsel dat in de verbrandingsoven verdwijnt, omdat dat fiscaal aantrekkelijker is dan het te schenken aan voedselbanken. Absurd, vindt ze. Vandaar dat ze er in de Kamer mede voor gezorgd heeft dat de belastingregels zijn aangepast, zodat bedrijven hun voedsel fiscaal gunstig kunnen doneren aan de voedselbank.

Carla Dik-Faber heeft bijgedragen aan de aanpassing van de belastingregels, zodat bedrijven hun voedsel fiscaal gunstig kunnen doneren aan de voedselbank. Foto: ANP
Carla Dik-Faber heeft bijgedragen aan de aanpassing van de belastingregels, zodat bedrijven hun voedsel fiscaal gunstig kunnen doneren aan de voedselbank. Foto: ANP

Cruciale positie ChristenUnie

De ChristenUnie neemt in de Tweede Kamer een positie in die bepalend kan zijn voor de besluitvorming. Omdat VVD en PvdA het op landbouwonderwerpen vaak oneens zijn, wil Dik-Faber op die dossiers graag het verschil maken. “Wij hebben een cruciale positie. Aan de ene kant pleit de VVD met oogkleppen op voor grootschalige landbouw, ten koste van natuur en milieu en ten koste van het gezinsbedrijf. Aan de andere kant wil de PvdA verdere verduurzaming te snel afdwingen, zonder rekening te houden met de boer. Wij zitten in een middenpositie: wij willen ervoor zorgen dat een gezinsbedrijf, de jonge boer, zonder overkill aan regels voor een eerlijke prijs een goed product kan maken. Zonder dat dat ten koste gaat van de zorg voor de schepping.”

Dat laatste kan aan de boer worden toevertrouwd, vindt ze. “De boer zal bijvoorbeeld nooit de bodem verzieken, want dat gaat ten koste van zijn product. Dat vertrouwen wil ik wel hebben in de boeren.”

Keuze ondernemer niet altijd de beste voor hele sector

Boeren zijn ondernemers, zij maken keuzes die voor hun bedrijf het best zijn. Maar dat is niet altijd het best voor de sector als geheel, constateert ze. Bij de discussie over de groei van de melkveehouderij miste ze de regie en de solidariteit in de sector. Dat intensieve melkveebedrijven de ruimte voor extensieve bedrijven opslokken, vindt ze moeilijk verteerbaar.

“Ik sprak onlangs met jonge boeren. Die noemden het fosfaatbeleid wanbeleid. Daar ben ik het mee eens. Iedereen schreeuwt om een oplossing. Toen ik staatssecretaris Martijn van Dam in een kennismakingsgesprek vroeg wanneer die oplossing er zou zijn, kon hij me geen antwoord geven. Terwijl het eerste wat de staatssecretaris moet doen, is duidelijkheid geven. Hij wist het nog niet”, zegt Dik-Faber.

Laatste reacties

  • massan

    Jammer dat Carla stelt dat de intensieve melkveebedrijven de ruimte van de extensieve bedrijven opslokt. Naar mijn mening bestaan er geen intensieve melkveebedrijven; alleen bedrijven die weinig grond in eigendom of pacht hebben. Deze bedrijven kopen wel ruwvoer aan en zetten mest af bij akkerbouwers. Ook deze grond is hierdoor toe te rekenen aan deze melkveebedrijven waardoor je niet van intensieve bedrijven kunt spreken. Daarom mag geen verschil worden gemaakt tussen intensief en extensief in de fosfaatdiscussie.
    In het verleden zijn vooral in het zuiden diverse melkveebedrijven gestopt; deze bedrijven hebben goed geld ontvangen met de verkoop van melkquotum en/of i.v.m. uitbreiding met woningbouw of industrie. Hierdoor zijn ze niet gedwongen om hun grond te verkopen voor hun oudedagsvoorziening. Ze telen jaarlijks mais of gras en laten mest aanvoeren; dit zorgt voor een aardige opbrengst. Hierdoor is in het zuiden weinig grond te koop en als grond te koop komt dan is deze vrij duur; daardoor is het moeilijk om extra grond als melkveehouder te krijgen.

  • Bennie Stevelink

    @massan, dan zijn jullie in Brabant toch net zo intensief als wij in Twente. Bij ons is ook geen grond te koop en als die wel te koop is dan alleen tegen enorme bedragen.
    Als voer van buiten de regio aangevoerd moet worden kun je toch spreken van intensief, té intensief. En daarmee heeft Carla Dik-Faber toch gelijk.

  • massan

    Mozes, er wordt geen ruwvoer buiten de regio aangekocht. Het ruwvoer wordt nagenoeg bij alle bedrijven binnen een straal van 10 km aangekocht; dus gewoon in de buurt. Dit is toch in de regio; daarom kun je dit niet intensief noemen. Koop jij je ruwvoer dan wel ver van huis aan?

Of registreer je om te kunnen reageren.