Home

Achtergrond 2622 x bekeken 2 reacties

Kerst: ‘Grenzen aan groei zijn nog ver, maar groei hóeft niet’

Groter is de maat voor de toekomst, grenzen zijn nog ver weg, aldus Landbouweconoom Krijn Poppe in het kerstthema van Boerderij. Maar meedoen is geen must. ‘Je kunt het ook over een andere boeg gooien.’

"Als we alsnog het Markermeer gingen inpolderen, zouden de bedrijven veel groter zijn dan nu op het oude land. Een melkveebedrijf zou ver boven de 200 koeien uitkomen en een akkerbouwbedrijf zou vele honderden hectaren beslaan.” Landbouweconoom Krijn Poppe wil er maar mee zeggen dat de groei van de individuele bedrijven onverdroten doorzet.
De maat voor de toekomst is vooral groter. Vernieuwing in de techniek is de voornaamste drijvende kracht achter die schaalvergroting. “Maar grotere combines maaien niet alleen meer graan, ze maaien ook boeren weg”, tekent hij erbij aan. Een interview uit het kerstthema van Boerderij.

Groeien moet?

“Je hoeft niet per se te groeien, je kunt ook je knopen tellen en stoppen. Klassiek zijn in de landbouw de bedrijven veelal te klein. Daardoor is er ook zo’n landhonger en zijn de grondprijzen zo hoog. De ontwikkelingen in de technologie gaan harder dan de groei van de bedrijven. Die technologie is arbeidsbesparend, verhoogt de arbeidsproductiviteit en houdt het inkomen in stand. Die nieuwe techniek met machines, en ook met robots en ICT, maakt het mogelijk om de kostprijs te verlagen en dat is nodig om de concurrentie in de wereld aan te kunnen.
Groei is niet voor iedere onderneming de oplossing. Er zijn meer wegen die naar Rome leiden. Je kunt melk aan de zuivelfabriek leveren, maar je kunt ook kaas gaan maken. Er zijn voldoende voorbeelden van bedrijven die het over een andere boeg gooien. Zeker rond de grote steden en in gebieden waar toeristen komen, is dit een optie.”

Dat omvat niet meer dan een paar procent van alle bedrijven.

“Het is niche en ook biologisch komt maar uit op een paar procent. Het groeit wel. Ook zijn deze bedrijven voor de hele sector van groot belang. Ze voegen beleving toe en zorgen ervoor dat ze de burger betrokken houden bij de landbouw.”

Spelen er nog andere factoren dan technologie die grootschaligheid aanjagen?

“De blauwe arbeid, het werken in de overall, maakt plaats voor werken achter het bureau. Boeren zitten de helft van de tijd achter de computer of praten met de veevoerleverancier, de bank, de dierenarts enz. Het maakt niet uit of dat over 50 of over 200 koeien gaat. Er zit wat dat betreft geen rem op de aantallen.
Groei van individuele bedrijven is overigens niet altijd profijtelijk voor de hele sector. Overproductie is soms het gevolg, bijvoorbeeld in de varkenshouderij zijn er te veel dieren. Aan de laatste 10 procent van de varkens verdienen varkenshouders niet veel. Sterker nog, deze dieren kosten geld, ook omdat ze het mestoverschot vergroten. Maar niemand is eigenaar van die 10 procent teveel, dus wordt het niet opgelost en zoeken de varkenshouder en de keten het in uitbreiding om de kosten te drukken. Een dilemma. In Spanje zeggen ze: ‘een gemeenschappelijke koe wordt goed gemolken, maar slecht gevoerd’.”

Is de robot ook een drijvende kracht achter groei van bedrijven?

“ICT draagt bij aan een nieuwe golf van schaalvergroting, net als de trekker dat in het verleden deed. Dan gaat het om robotisering, en ook om andere vormen van automatisering. Dat heeft gevolgen voor de arbeid, die veel sneller gaat. Nu al zie je dat er melkveehouders met een melkrobot zijn die zeggen dat ze tijd over hebben. Ze gaan er iets bij doen. Mijn vader let wel op en ik krijg op de telefoon te zien of er iets misgaat. Ze kunnen ook arbeid benutten om te groeien.
Interessant is om te zien of ICT ook omgekeerd werkt, zodat je bedrijven krijgt die op kleinere schaal gaan werken. In de energie zie je zo’n beweging. Van groot centraal en een leverancier van energie naar decentraal, doordat iedereen zonnepanelen op het dak heeft. Kijk ook naar de opkomst van webwinkels. Je bestelt olijfolie rechtstreeks uit Italië. Of je bestelt een doos met ingrediënten voor het eten.”

Is dat nieuwe kleinschalige ook iets voor de landbouw?

“Ik zie dat nog niet zo snel in Nederland gebeuren, maar in landen als Portugal en Griekenland wel. Daar is de economische nood het hoogst om met iets nieuws te beginnen. Je ziet daar ook dat mensen vanuit de stad terugkeren naar het platteland. Daardoor krijg je ook mensen met andere kennis, die met nieuwe ideeën komen. Dat werkt als start-ups; 99 stellen niks voor, maar die ene andere kan voor een omwenteling zorgen.”

Welke kant gaat het op?

“We zijn bezig met een studie over hoe het er over twintig tot dertig jaar in de landbouw uitziet. Er tekenen zich drie scenario’s af. Hightech, zelforganisatie of de boel stort in elkaar. In het hightechscenario beheersen grote centralistische partijen als John Deere en Google de keten. Zoals VanDrie Group dat in het klein doet in de vleeskalverhouderij. De boer wordt franchisenemer.”

Dan is de boer grondstofleverancier en geen ondernemer meer.

“Dat zeggen sommigen, maar is dat zo? Albert Heijn en Starbucks werken ook met franchisenemers. Die moeten wel volgens de voorgeschreven formule werken, maar het zijn toch echt ondernemers, die personeel aansturen, met de bank praten en die nadenken over een extra vestiging. Schaalvergroting gaat door en de techniek doet wat het belooft. Bijvoorbeeld het milieuprobleem dat wordt opgelost. Wat je ook krijgt, is dat bedrijven verantwoordelijk worden voor wat er bij de boer gebeurt. Het is dan niet Brussel, maar Unilever die de regels stelt.”

En hoe zit het met de beide andere scenario’s?

“Bij zelforganisaties moet je meer denken aan nieuwe organisatievormen in de keten, regionaal via webwinkels die de supermarkt vervangen en aan kleinschaligere bedrijven of kleine coöperaties van boeren die zich op producten met een bepaald kenmerk en met toegevoegde waarde richten. Denk aan echt regionale producten of gezamenlijk een aantal winkels neerzetten à la Marqt of Willem en Drees. Schaalvergroting gaat ook hier door, maar het is moeilijk te bepalen in welke mate. 
In het derde scenario, als de boel in elkaar stort, is het chaos, met klimaatverandering, volksverhuizingen enz. Daarbij valt de EU uit elkaar en krijg je aparte zelfstandige regio’s als Catalonië en, vooruit, misschien wel Friesland met protectionisme. Het is ongewis wat er met de landbouw in al die regio’s gebeurt.”

Al met al wijst het op grootschaligheid. Het traditionele gezinsbedrijf is achterhaald?

“Het gezinsbedrijf in de vorm van één bedrijf, één locatie, één ondernemer en één gezin is achterhaald. De landbouw gaat het mkb achterna. Het worden agrarische familieondernemingen of bv’s. Dan heb je het over twee of drie broers die samen een bedrijf hebben op een of meer locaties. Ze werken met personeel. Er is een duidelijke scheiding tussen voor, ofwel het gezin, en achter, dat is het bedrijf. Je krijgt wel te maken met een ingewikkelde bedrijfsovername, met financiering en erfrecht. Het is goed denkbaar dat broers en zussen als stille vennoot meedoen in de bv. Misschien dat zelfs andere particulieren investeren, maar dat hangt af van het rendement. Je krijgt voor de bedrijven twee polen: indus­trie-achtig mkb en klein multifunctioneel.”

Zitten er grenzen aan de groei?

“Grenzen zijn nog ver weg. Althans technisch en economisch. Maatschappelijk is er misschien wel een grens, zie de discussie over megastallen. “Economisch is de grens pas bereikt als de groei in strijd is met mededinging. Bijvoorbeeld als er nog maar drie plantenveredelaars over zijn. Die situatie is er bij boeren niet. In de praktijk zit voor het individuele bedrijf de grens bij de kosten van te duur management, als dat niet meer door de eigenaren kan. Maar dat is voor de meeste bedrijven nog ver weg.”

Foto: Jan Willem Schouten
Foto: Jan Willem Schouten

Krijn Poppe (60) is landbouweconoom bij LEI Wageningen UR in Den Haag. Hij is onderzoeksmanager, gespecialiseerd in bedrijfseconomie, bedrijfskunde en informatietechnologie. Bij de Europese Associatie voor Agrarische Economie was hij secretaris-generaal. Poppe is mede-eigenaar van een akkerbouwbedrijf in Biddinghuizen (Fl.) en hij is onder meer bestuurslid van Skal.

Hans Siemes

Laatste reacties

  • John*

    organiseer de keten in een platte organisatie, neem hier je rol als ondernemer, maar zorg wel dat je lid of aandeelhouder bent van de organisatie om mede je toekomst te bepalen! ondernemers op de werkvloer weten beter wat er speelt dan de heren hoog in de toren.

    producentenvereningen met een leveringscontract voor een bepaald volume tegen een prijs en voorwaarden die vooraf vastgelegd zijn gaan de toekomst worden. Samen moeten zij dit zo efficient mogelijk gaan produceren om toekomst te blijven houden. De tijd van individualisme is voorbij.

  • Zandboertje

    Individualisme begint net. Hoe groter men is hoer eerder men denkt dat zelf te kunnen. Vastleggen van prijzen is een soort van loonslaven. Zie ik zelf niet zitten. Het mooie aan dit vak is juist dat je vanalles in de hand hebt, behalve de prijs weet. Anders lijkt het mij een erg saaie tak van sport worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.