Home

Achtergrond 1025 x bekeken

Feed Design Lab voor innovatie

In het Feed Design Lab dat vandaag wordt geopend in Wanssum in Limburg zal onderzoek worden gedaan naar de mogelijkheden van nieuwe grondstoffen en procédés voor de mengvoerindustrie.

Vandaag wordt in Wanssum bij Venray het Feed Design Lab geopend. Het moet de komende jaren hét onderzoek- en educatiecentrum worden voor innovatie en verduurzaming van de diervoederindustrie. De eerste onderzoeksprojecten staan in de steigers, zo meldt directeur 
Trudy van Megen.

Welke projecten gaan er uitgevoerd worden?

“We gaan een proefproject doen met sojabonen, waarbij we de hele sojaboon verwerken in het voer. Tot nu toe verwerken veevoerfabrieken meestal alleen het sojaschroot, waarbij de olie uit de bonen is verwijderd. In het productieproces wordt dan weer olie toegevoegd. Niet efficiënt en we willen dat nu eens anders doen. Het gaat om een proefprojectje met in Limburg geteelde sojabonen.

Een tweede project draait om de toepassing van meelwormen in voeders voor legpluimvee en vleeskuikens. Verder gaan we kijken naar de toepassing en verwerking van algen en eendenkroos in voeders.”

“We krijgen verder veel vragen over opleidingen. Om een voorbeeld te noemen: een Japans bedrijf heeft Nederlandse apparatuur voor de veevoerindustrie gekocht en wil graag dat de mensen die er mee moeten werken bij ons worden opgeleid. Verder krijgen we vragen van mengvoerbedrijven die de mogelijkheden van toepassing van bijvoorbeeld een nieuw additief in de maal/menglijn willen laten onderzoeken.”

Het project is lang onderweg geweest. Waardoor is het in een stroomversnelling geraakt?

“Er lag een fantastisch plan, maar wat qua financiering en omvang net te hoog gegrepen was. We hebben vorig jaar het plan afgeslankt en opgeknipt in fases. De eerste fase vergde een investering van 2,5 miljoen euro en is nu gerealiseerd met een subsidie van de overheid en een lening van de provincie Limburg. Driekwart van de investering is gedaan door de bedrijven. Steeds meer voerbedrijven willen ook partner worden. De ambitie is om hierna snel door te ontwikkelen naar de realisatie van fase 2 die een investering van nog eens twee miljoen euro vraagt.

Welke projecten moeten mogelijk worden na realisatie van fase twee?

“Om een voorbeeld te noemen: we doen pilotonderzoek met natte algen en reststromen groenten en fruit. Als dat er veelbelovend uit ziet, moeten we verder onderzoek doen met nieuwe apparatuur en nieuwe technieken en 
automatisering die verder ontwikkeld moeten worden. Daarvoor hebben we fase twee nodig.”

Welke partijen trekken de kar?

"Er is een groep initiatiefnemers van het eerste uur. Dat zijn DSM, Dinnissen, Imtech, Vitelia en HAS Den Bosch. Er zijn mede-investeerders Boerenbond België, Nuscience CPM, Adifo Rabobank Horst Venray en Tebodin. Verder zijn er partners die jaarlijks een bijdrage leveren. Er komen steeds meer partners uit de veevoerindustrie bij. Dat loopt heel goed."

Moeten ze zich bij de Schothorst ook zorgen maken?

“Nee. We zijn complementair aan elkaar. Zij doen onderzoek met voeders aan dieren. Bij ons draait het om de techniek en de toepassing van nieuwe grondstoffen. We hebben juist over en weer uitstekend contact.”

Of registreer je om te kunnen reageren.